9e Middag van het Kinderboek


In mei organiseerde ik samen met collega Marco Kunst de 9e Middag van het Kinderboek, een jaarlijks evenement dat in de OBA in Amsterdam gehouden wordt. Het thema van deze editie was: “Wat maakt een boek een goed kinderboek?”.
Het verslag van deze bijzonder geslaagde bijeenkomst staat nu online, en is hier te vinden.

Krokodil of Alligator

Of ik een Franstalig non-fictieboek voor kinderen wilde vertalen en bewerken? Nou en of! Ik ging aan de slag met woordenboeken, encyclopedieën, het internet, en met pen en papier. Het was al een mooi en informatief boek, maar nu is het ook geschikt voor de Nederlandstalige kinderen. Leuk hoor.

Wat is het verschil tussen een krokodil en een alligator? Of tussen een stalactiet en een stalagmiet? Is een konijn echt geen haas?
Het boek is verschenen bij Fontaine Uitgevers.

Boek een bezoek via de Schrijverscentrale


De Schrijverscentrale?
Ja. De Schrijverscentrale. De Schrijverscentrale is de nieuwe naam voor een al lang bestaande organisatie. Vroeger heette het de Stichting Schrijvers School Samenleving. Nu staan er minder s’en in de naam, maar bemiddelen ze nog steeds bij het organiseren van schoolbezoeken. Zoals een bezoek van mij. Kijk maar hier (of klik op de foto die is gemaakt door Titia Hahne.

Fantaseren met de schoolschrijver

Met groep 5 van OBS Olympus ging ik aan de slag met Alice in Wonderland. En met snoep. Kijk maar.

De paaseieren zijn op

Woordspellerig (30): Zelf-woord-portretten

Wat doe je met een groep mensen die je niet zo goed kent? Je gaat kennismaken!
En zo deed ik talige kennismakingsspelletjes met een groep leerkrachten van een basisschool.
Eerst maakten we naamsacroniemen voor elkaar (zie hiervoor woordspellerig nr 1). Daarna liet ik de leerkrachten van één van de woorden die ze goed bij zichzelf vonden passen een prachtige maar zwaar overdreven (bijna leugenachtige) zin maken.
Het was grappig. Maar het was vooral de opmaat voor het maken van zelf-woord-portretten.

Portretten en zelfportretten en zijn vooral beeldig, maar beeld-talig portretteren kan best.
Voor de taalactivering begon ik met het inventariseren van woorden die het eigen lichaam beschreven. Daarna gingen we op zoek naar de vaardigheden en eigenaardigheden van het lichaam. Tenslotte kwamen de behoeftes aan bod.
Nu hadden we genoeg woorden om er beelddichten van te gaan maken (na uitleg en voorbeelden te hebben geven: https://www.google.nl/search?q=beelddicht).
Voor de taligen onder ons: beelddichten zijn gedichten waarbij de uiterlijke verschijningsvorm lijkt op het onderwerp dat beschreven wordt.
Voor de beeldigen onder ons: beelddichten zijn tekeningen waarbij het beeld niet is opgebouwd uit lijnen en kleurvlakken, maar uit woorden.

We maakten geen gewone beelddichten, maar zelf-beeld-dichten. Zelf-woord-portretten.
Er was niet veel tijd beschikbaar, dus streefden we niet naar prachttaal of prachtbeeld, maar wel naar herkenbaarheid. Dat had ook best anders gekund. Hieronder zie je wat resultaten.
Zoek mijn eigen zelf-woord-portret!




Wellicht lukt het ook met basisschoolkinderen, ik ga het zeker een keer proberen.

Woordspellerig (29): (ver-)werkwoorden

Er zijn zelfstandig naamwoorden (ding-woorden) die in hun meervoudsvorm ook een werkwoord (doe-woord) zijn. Het meervoud van voetbal is voetballen. En voetballen is iets dat je kan doen.
Bij voetballen liggen de betekenis van het werkwoord en het zelfstandig naamwoord dicht bij elkaar. Voetballen doe je met een voetbal.
Dat is niet altijd zo. Het meervoud van bak is bakken, maar bakken doe je niet met een bak. Bakken doe je eerder met een bakvorm, een kom, een mixer en een (bak-)oven.
Ik denk dat de meeste zelfstandig naamwoorden in hun meervoudsvorm geen werkwoord zijn. Dat komt natuurlijk doordat een hoop meervouden niet op -en eindigen, maar op –s (tafel, tafels), maar vooral omdat je sommige dingen nu eenmaal niet doet. Je gaat niet bedden. Of stenen. Of dingen. Of stoelen.
Of toch wel?
In groep 4 ging ik op onderzoek uit. We zochten meervoudsvormen met –en, en bedachten wat het zou kunnen betekenen. Zo werd “bedden” naar bed gaan, “benen” een ander woord voor lopen, en wat “stoelen” is kan je in het filmpje bekijken.

Kom je zo bijzondere dingen tegen? Jawel hoor. Zo is “ballen” voor sommigen een werkwoord dat niet helemaal geschikt is voor 8-jarigen. En “gebouwen” is een werkwoord dat Jotie ’t Hooft in een gedicht gebruikte (Uit “en wat dan?”: …/Want wie als ik nooit heeft/gebouwen laat niets achter dan/
verwachting en verwarring en/wat dan?/…).
Voor je het weet gaat een taalspel daarmee over in seksuele voorlichting of poëzie-analyse. Niet verkeerd voor een spelletje werkwoorden.

PS: de andere kant op kan vast ook. Wat is een wandel? Of een tennis?

Praten over normen en waarden?


Hartog & Hartog hebben een boek geschreven over normen en waarden. En dat net nu de staatssecretaris en minister van O&W hebben opgeroepen om deze onderwerpen meer in de klas te bespreken, en de minister-president vindt dat we normaal moeten doen!
Het boek heet: “mag je zeggen wat je vindt?” en gaat in op praktische vragen rond normen en waarden. Mag je stelen? Wanneer mag of moet je liegen? Waarom moet je voor je omgeving zorgen? Is vrijheid van meningsuiting altijd goed? Wat is eerlijk? Is eigendom goed? Heeft iedereen recht op respect? Is godsdienst belangrijk? Wat moet je met vrijheid? Wat is er mis met discriminatie?
Het boek is niet belerend, wel leerzaam, en bijzonder geschikt voor kinderen vanaf een jaar of negen. Speciaal voor in de klas hebben we er ook een lesbrief bij gemaakt (naast wat extra info over het boek hier te vinden).
Wij zijn enthousiast over het boek, en kidsweek ook (kijk maar: hier).
Stel nu dat je op school (of elders) aandacht aan het thema wil besteden: wij houden ons van harte aanbevolen, we komen graag langs. Je kunt ons inhuren via de stichting schrijvers school samenleving.

Woordspellerig (28): De eerste zin en meer

Een collega van me deed iets met koelkastpoëzie. Je hebt een stapel kleine magneetjes waar woorden op staan, en met die woorden maak je zinnen, liefst mooie poëzie. De woordmagneetjes plak je liefst op een zichtbare plaats ergens in huis (zoals op de koelkast), zodat je geliefde je liefdesdicht ziet, of een andere huisgenoot je perfecte Haiku.
Ik wilde ook koelkastpoëzie maken, maar had geen zin die magneetjes te kopen. Ik ging zelf aan de slag.
Ik weet niet zeker of ik er nu nog spijt van heb, maar ik heb er in ieder geval heel wat tijd in geïnvesteerd. Vooral denktijd, want wat voor woorden heb je allemaal nodig voor een basale taal? Werkwoorden, zelfstandig naamwoorden, bijwoorden, voegwoorden, verwijswoorden, telwoorden, bijvoeglijk naamwoorden, lidwoorden, voorzetsels, persoonlijk voornaamwoorden, woordenwoorden en nog zo wat. Met de bijpassende vervoegingen (enkelvoud, meervoud, werkwoordsvormen, persoonsvormen). En naast de spreiding in grammaticale functie moest ik ook voor voldoende spreiding in onderwerpen zorgen. Woorden over vervoer, liefde, dieren, werk, huishouden, vakantie, sport en wat eigenlijk niet.

Het leidde tot een lijst met een stuk of 600 verschillende woorden, die vaak in veelvoud moesten voorkomen. Ik printte ze op stevig papier, knipte ze stuk voor stuk uit, en had een enveloppe vol met bijna 2.500 bedrukte papiertjes.

Ondertussen bedacht ik me dat ik geen zin had in klassieke koelkastpoëzie, maar wel in iets anders.
De eerste test deed ik bij een school bij mij om de hoek. 12 montessori-kinderen uit groep 7 en 8 probeerden een zin te maken te maken van de woorden die ik één voor één blind koos en daarna voorlas. De eerste goede zin van meer dan vijf woorden werd beloond met snoep. Het werkte. Wel viel me op dat sommige kinderen hun zinnen gezet hadden op een enkel woord, chagrijnig werden als dat niet kwam, en vergaten naar andere mogelijkheden te kijken. De kunst van het loslaten moest hen nog bijgebracht worden.
De tweede test was met dezelfde groep kinderen. Ze kregen allemaal een willekeurig bergje woorden, en moesten er iets moois en taligs van zien te maken. Zonder nadere specificatie van de opdracht leidde dat tot onzin, gewone zinnen en poëzie. Ik moest daarvoor wel wat regels verduidelijken of aanpassen. Zo mochten ze van mij werkwoordsvervoegingen gebruiken en enkelvoud/meervoud-wisselingen toepassen, anders zou het allemaal te lang duren.
Van de week speelde ik iets vergelijkbaars met 6e en 7e groepers op een klassikale school. Ik had de woordkaartjes niet bij me, maar noemde vrij willekeurig woorden op van dingen die ik zag of bedacht. Ook dat leidde tot taal. Misschien wat minder gevarieerd dan met 2.500 uitgeknipte woorden, maar toch. Ook leuk.
En ja, het heeft zin. Het geeft ruimschoots de gelegenheid te praten over zinsconstructies en grammatica, en oefent de taalfantasie.

Woordspellerig (27): Het eerste woord


Op Koninginnedag kocht ik een letterdoos. Koninginnedag, geen Koningsdag, het is namelijk al een tijdje terug. En al die tijd lag de doos in een kast, totdat het prinsessendag werd. Prinsessendag is de dag dat je je huis opruimt en dingen bijeen zoekt om te verkopen op Koningsdag.
Awel, daar kwam de letterdoos naar boven, en ik vroeg me af of ik er een spelletje mee kon doen. Dat kon ik. Dat kan ik nog steeds.
Gooi de letters in een zak, haal er één voor éen eentje uit, en probeer met de gekozen letters een woord te maken. Je mag minimum-eisen stellen. Een woord van 3 letters, een woord van 5 letters, een zelfstandig naamwoord, wat voor woord dan ook.
Ik speelde het spel in een groep 6 op een school in IJburg. Zonder de letterdoos, want die was ik vergeten mee te nemen. Ik noemde tamelijk willekeurig allerlei letters. Degene die als eerste een woord ontdekte verdiende aandacht en complimenten.
Het werkte prima. Bedachtzame maar enthousiaste kinderen, veel aandacht, mooie resultaten.
Het is moeilijker dan je denkt, en geeft ruimschoots gelegenheid om aan spelling te werken. Moort is met een d, tenzij het de tweede persoon enkelvoud van het werkwoord “moren” betreft. Maiz is met een s, tenzij je het Baskische woord voor “vaak” bedoelde.
Na een minuut of zes waren we uitgespeeld, en dat was ook de bedoeling. Een tussendoortje. Prima te doen zonder letterdoos (die ik op Koningsdag te koop ga zetten).