Woordspellerig (29): (ver-)werkwoorden

Er zijn zelfstandig naamwoorden (ding-woorden) die in hun meervoudsvorm ook een werkwoord (doe-woord) zijn. Het meervoud van voetbal is voetballen. En voetballen is iets dat je kan doen.
Bij voetballen liggen de betekenis van het werkwoord en het zelfstandig naamwoord dicht bij elkaar. Voetballen doe je met een voetbal.
Dat is niet altijd zo. Het meervoud van bak is bakken, maar bakken doe je niet met een bak. Bakken doe je eerder met een bakvorm, een kom, een mixer en een (bak-)oven.
Ik denk dat de meeste zelfstandig naamwoorden in hun meervoudsvorm geen werkwoord zijn. Dat komt natuurlijk doordat een hoop meervouden niet op -en eindigen, maar op –s (tafel, tafels), maar vooral omdat je sommige dingen nu eenmaal niet doet. Je gaat niet bedden. Of stenen. Of dingen. Of stoelen.
Of toch wel?
In groep 4 ging ik op onderzoek uit. We zochten meervoudsvormen met –en, en bedachten wat het zou kunnen betekenen. Zo werd “bedden” naar bed gaan, “benen” een ander woord voor lopen, en wat “stoelen” is kan je in het filmpje bekijken.

Kom je zo bijzondere dingen tegen? Jawel hoor. Zo is “ballen” voor sommigen een werkwoord dat niet helemaal geschikt is voor 8-jarigen. En “gebouwen” is een werkwoord dat Jotie ’t Hooft in een gedicht gebruikte (Uit “en wat dan?”: …/Want wie als ik nooit heeft/gebouwen laat niets achter dan/
verwachting en verwarring en/wat dan?/…).
Voor je het weet gaat een taalspel daarmee over in seksuele voorlichting of poëzie-analyse. Niet verkeerd voor een spelletje werkwoorden.

PS: de andere kant op kan vast ook. Wat is een wandel? Of een tennis?

Praten over normen en waarden?


Hartog & Hartog hebben een boek geschreven over normen en waarden. En dat net nu de staatssecretaris en minister van O&W hebben opgeroepen om deze onderwerpen meer in de klas te bespreken, en de minister-president vindt dat we normaal moeten doen!
Het boek heet: “mag je zeggen wat je vindt?” en gaat in op praktische vragen rond normen en waarden. Mag je stelen? Wanneer mag of moet je liegen? Waarom moet je voor je omgeving zorgen? Is vrijheid van meningsuiting altijd goed? Wat is eerlijk? Is eigendom goed? Heeft iedereen recht op respect? Is godsdienst belangrijk? Wat moet je met vrijheid? Wat is er mis met discriminatie?
Het boek is niet belerend, wel leerzaam, en bijzonder geschikt voor kinderen vanaf een jaar of negen. Speciaal voor in de klas hebben we er ook een lesbrief bij gemaakt (naast wat extra info over het boek hier te vinden).
Wij zijn enthousiast over het boek, en kidsweek ook (kijk maar: hier).
Stel nu dat je op school (of elders) aandacht aan het thema wil besteden: wij houden ons van harte aanbevolen, we komen graag langs. Je kunt ons inhuren via de stichting schrijvers school samenleving.

Woordspellerig (28): De eerste zin en meer

Een collega van me deed iets met koelkastpoëzie. Je hebt een stapel kleine magneetjes waar woorden op staan, en met die woorden maak je zinnen, liefst mooie poëzie. De woordmagneetjes plak je liefst op een zichtbare plaats ergens in huis (zoals op de koelkast), zodat je geliefde je liefdesdicht ziet, of een andere huisgenoot je perfecte Haiku.
Ik wilde ook koelkastpoëzie maken, maar had geen zin die magneetjes te kopen. Ik ging zelf aan de slag.
Ik weet niet zeker of ik er nu nog spijt van heb, maar ik heb er in ieder geval heel wat tijd in geïnvesteerd. Vooral denktijd, want wat voor woorden heb je allemaal nodig voor een basale taal? Werkwoorden, zelfstandig naamwoorden, bijwoorden, voegwoorden, verwijswoorden, telwoorden, bijvoeglijk naamwoorden, lidwoorden, voorzetsels, persoonlijk voornaamwoorden, woordenwoorden en nog zo wat. Met de bijpassende vervoegingen (enkelvoud, meervoud, werkwoordsvormen, persoonsvormen). En naast de spreiding in grammaticale functie moest ik ook voor voldoende spreiding in onderwerpen zorgen. Woorden over vervoer, liefde, dieren, werk, huishouden, vakantie, sport en wat eigenlijk niet.

Het leidde tot een lijst met een stuk of 600 verschillende woorden, die vaak in veelvoud moesten voorkomen. Ik printte ze op stevig papier, knipte ze stuk voor stuk uit, en had een enveloppe vol met bijna 2.500 bedrukte papiertjes.

Ondertussen bedacht ik me dat ik geen zin had in klassieke koelkastpoëzie, maar wel in iets anders.
De eerste test deed ik bij een school bij mij om de hoek. 12 montessori-kinderen uit groep 7 en 8 probeerden een zin te maken te maken van de woorden die ik één voor één blind koos en daarna voorlas. De eerste goede zin van meer dan vijf woorden werd beloond met snoep. Het werkte. Wel viel me op dat sommige kinderen hun zinnen gezet hadden op een enkel woord, chagrijnig werden als dat niet kwam, en vergaten naar andere mogelijkheden te kijken. De kunst van het loslaten moest hen nog bijgebracht worden.
De tweede test was met dezelfde groep kinderen. Ze kregen allemaal een willekeurig bergje woorden, en moesten er iets moois en taligs van zien te maken. Zonder nadere specificatie van de opdracht leidde dat tot onzin, gewone zinnen en poëzie. Ik moest daarvoor wel wat regels verduidelijken of aanpassen. Zo mochten ze van mij werkwoordsvervoegingen gebruiken en enkelvoud/meervoud-wisselingen toepassen, anders zou het allemaal te lang duren.
Van de week speelde ik iets vergelijkbaars met 6e en 7e groepers op een klassikale school. Ik had de woordkaartjes niet bij me, maar noemde vrij willekeurig woorden op van dingen die ik zag of bedacht. Ook dat leidde tot taal. Misschien wat minder gevarieerd dan met 2.500 uitgeknipte woorden, maar toch. Ook leuk.
En ja, het heeft zin. Het geeft ruimschoots de gelegenheid te praten over zinsconstructies en grammatica, en oefent de taalfantasie.

Woordspellerig (27): Het eerste woord


Op Koninginnedag kocht ik een letterdoos. Koninginnedag, geen Koningsdag, het is namelijk al een tijdje terug. En al die tijd lag de doos in een kast, totdat het prinsessendag werd. Prinsessendag is de dag dat je je huis opruimt en dingen bijeen zoekt om te verkopen op Koningsdag.
Awel, daar kwam de letterdoos naar boven, en ik vroeg me af of ik er een spelletje mee kon doen. Dat kon ik. Dat kan ik nog steeds.
Gooi de letters in een zak, haal er één voor éen eentje uit, en probeer met de gekozen letters een woord te maken. Je mag minimum-eisen stellen. Een woord van 3 letters, een woord van 5 letters, een zelfstandig naamwoord, wat voor woord dan ook.
Ik speelde het spel in een groep 6 op een school in IJburg. Zonder de letterdoos, want die was ik vergeten mee te nemen. Ik noemde tamelijk willekeurig allerlei letters. Degene die als eerste een woord ontdekte verdiende aandacht en complimenten.
Het werkte prima. Bedachtzame maar enthousiaste kinderen, veel aandacht, mooie resultaten.
Het is moeilijker dan je denkt, en geeft ruimschoots gelegenheid om aan spelling te werken. Moort is met een d, tenzij het de tweede persoon enkelvoud van het werkwoord “moren” betreft. Maiz is met een s, tenzij je het Baskische woord voor “vaak” bedoelde.
Na een minuut of zes waren we uitgespeeld, en dat was ook de bedoeling. Een tussendoortje. Prima te doen zonder letterdoos (die ik op Koningsdag te koop ga zetten).

Echtscheiding?

Het Klokhuis, dat prachtige kinder-tv programma, besteedt deze weken aandacht aan kinderen en echtscheidende ouders. Laat ik daar nu net een boek over geschreven hebben! Het jaar van Victor! Klik op het plaatje voor meer info!

Boektrailer Mag je zeggen wat je vindt?

Onze uitgever Querido Kinderboeken maakte een boektrailer:

Mag je zeggen wat je vindt?


“Mag je zeggen wat je vindt?” is de titel van het nieuwe boek van Hartog & Hartog. In dertien-en-een-beetje hoofdstukken behandelen H&H belangrijke vragen over goed en kwaad, normen en waarden. Niet belerend, wel open en eerlijk, niet saai, wel humoristisch en activerend.
Een prima boek voor op school en voor aan tafel, voor kinderen van een jaar of negen, en hun broers, zussen, vrienden en opvoeders.

We vierden de lancering van het boek in De Nieuwe Boekhandel in Amsterdam. Kijk maar:

Schoolschrijver in 2017

Affiche voor 7e editie De Sschoolschrijver


Deze maand begin ik aan mijn vierde seizoen als schoolschrijver, op de OBS Olympus in IJburg (Amsterdam). Een half jaar lang ga ik met kinderen uit de groepen 4, 5 en 6 aan de slag met taal, tekeningen, boeken en verhalen.
Schoolschrijvers zijn kinderboekenschrijvers, die met gebruikmaking van al hun creatieve vaardigheden de taalkracht van kinderen proberen te vergroten. We proberen de woordenschat, de lees en schrijfvaardigheid en de liefde voor de taal een impuls te geven. Iedere schoolschrijver doet dat op zijn of haar eigen manier. Ik doe dat door veel taalspelletjes te doen, en door de combinatie tussen tekst en illustraties te zoeken. En natuurlijk door voor te lezen, (samen) verhalen te verzinnen, door over van alles en nog wat te praten, en nog veel meer. Meestal zien de kinderen me als iets tussen een schoolmeester, een artiest en een spelshowleider in, en die positie bevalt me prima.
Als je meer wilt weten over De Schoolschrijver, klik dan hier.
Als je meer wilt weten over de OBS Olympus klik dan hier.
Als je wilt zien wat ik in de vorige jaren als schoolschrijver heb gedaan, klik dan hier.

De ezel en de beer in het Duits!

Reken maar dat ik trots ben op de Duitse uitgave van de ezel en de beer. Het boek heet Esel und Bärin en bevat een aantal bestaande en nieuwe verhalen. Ik heb ze zelf (met hulp) vertaald, en de Duitse illustrator Ulf K heeft er nieuwe illustraties bij gemaakt.
Het boek is verschenen bij Hammer Verlag.

Schoolbezoek in (en buiten) de kinderboekenweek

20151009_101550
Wil je een schrijver/illustrator op schoolbezoek? En ben ik die schrijver/illustrator?
Voor de kinderboekenweek heb ik een programma ontwikkeld over opa’s, oma’s en oud zijn.
Maar ook voor andere gelegenheden kan ik van alles met een schoolklas doen. Van schrijven tot tekenen, van spelen met taal tot het uitvoeren van research. Kijk maar hier.
Je kunt mijn bezoek regelen via de Stichting Schrijver School Samenleving (SSS).