Archive for verhalen

Woordspellerig (16): Wat is een WAT?

draak kopie

Wat zijn een faliwop, een filimonga en een zaboekoeti?

Om de fantasie wat te prikkelen vroeg ik een klasje 7/8 jarigen naar hun ideeën over beesten met veemde namen. Ik interviewde een paar betrokken kinderen over het uiterlijk en gedrag van deze dieren.
Wat voor dier is het? Zoogdier, reptiel, vogel, buitenaards, of wat dan ook?
Hoe zien ze eruit? Groot of klein, dik of dun, harig of niet, met welke kleur?
Wat is het karakter? Vriendelijk, gevaarlijk, boos of lief?
Hoe gedraagt het dier zich? Dreigend, teruggetrokken, schichtig?
Wat eet het dier? IJsjes, vlees, melkproducten, wolken?
Wat voor geluid maakt het?
Wat kan je nog meer over het dier zeggen?

En wat leverde dit op?
De faliwop bleek een gevaarlijke harige spin, met een lijf ter grote van een dinerbord en grote dikke poten. De zaboekoeti was een vleesetend, geel, mensgroot zoogdier, met een enorme diepe brul, scherpe tanden en een venijnig uiterlijk (een beetje zoals de schrijver zelf). De filimonga was een geel/groen/bruine vuurspuwende draakachtige met een goed karakter.
In een volgend improvisatierondje onderstreepte de zaboekoeti zijn gevaarlijke gedrag door in een van de poten van de faliwop te bijten. Op de noodkreet van de faliwop kwam de filimonga aangestormd, die de zaboekoeti met een karatetrap buiten gevecht stelde. Zoals te verwachten werd de faliwop verliefd op haar reddende draak, en leefden ze nog lang en gelukkig.

De brave verantwoordelijke schrijver zag dit als een oefenend opstapje naar het definiëren van karakters in verhalen, en een aanleiding voor een rondje improvisatietoneel. De onverantwoordelijke procesbegeleider zag het als een gelegenheid om baldadig gedrag te vertonen, en de kinderen aan het brullen te krijgen.

NB: De juf beloofde na de les op internet te kijken of deze dieren in het echt ook bestaan, en wat voor dieren het dan zijn. Ik ben benieuwd wat ze ontdekt.

Woordspellerig (12): Plus1zin verhaal

Er zijn zó véél manieren om verhalen te schrijven. Zucht.
De meeste verhalen schrijf je alleen. Maar dat hoeft niet, je kunt ook met een groep aan een verhaal werken. Tijdens schoolbezoeken werk ik wel eens samen met kinderen aan één verhaal. In een open gesprek verzinnen we gezamenlijk een locatie, een karakter, een gebeurtenis of probleem, en een verhaallijn. Het lijkt op een democratisch proces, maar toch hou ik de touwtjes stevig in handen.
Maar het kan ook anders. In het taalverhaalspel “plus1zin” geef ik het creatieve proces goeddeels uit handen.
Het spel begint met een vooraf bedachte eerste, en misschien ook de tweede zin. Daarna moet iedere deelnemer zelf een zin toevoegen. Dat kan in willekeurige volgorde, wie iets weet mag iets roepen, of op volgorde van zitplaats, alfabet, of wat dan ook. Iedereen moet één zin bijdragen. Het eindresultaat moet een goed lopend verhaal zijn, met alle eisen die je daaraan kunt stellen. De spelleider houdt dat in de gaten houden, en treedt desnoods sturend op.
Waar moet je dan zoal op letten? Op alles waar je normaal in een kort verhaal ook op let. Een begin, een midden en een eind. Een enigszins consistente verhaallijn. Een interessant probleem of een pakkende gebeurtenis met een aansprekende hoofdpersoon. Je moet vooral in de gaten houden of er nog wel genoeg zinnen over zijn om het verhaal af te maken.
Het is handig tussendoor het verhaal zoals het tot-dan-toe is even te herhalen, en te bespreken. Dan kan je er meteen eventuele tijdsinconsistenties uithalen (ovt, ott, –t).

Ik speelde plus1zin met docenten van een basisschool. Ik beschreef het doel (een goed verhaal van 26 zinnen), gaf de eerste twee zinnen (“De zoon van de melkboer stond op straat. Hij had het koud.”) en was benieuwd hoe het verder zou gaan. De deelnemers waren creatief.
Ik vat het resultaat even samen.

De zoon van de melkboer bleek door de man van zijn moeder op straat gezet te zijn. Een buurman wilde hem wel helpen. De zoon van de melkboer wilde het liefst bij de buurman gaan wonen. Dat leek de buurman geen goed idee. De buurman had namelijk net een nieuwe vriendin, en wilde die niet opzadelen met een kind. Vooral niet, omdat de buurman zelf de melkboer bleek te zijn.

Enthousiasme alom. Tevredenheid over de eigen inbreng, verrassing over andermans inbreng en over de onverwachte wendingen, strijd over wie wat mocht zeggen. En er ging ook nog heel wat verhaaltheorie over tafel. Niks mis mee.

Een nieuw verhaal van Miro en Tesla

Ik heb al een tijdje geen nieuwe verhalen meer geplaatst, maar nu is de tijd rijp. Een nieuw verhaal van Miro en Tesla.
Het staat hier.