Woordspellerig (41): Opblaaszinnen

Woordspellerig (41): Opblaaszinnen

Woordspellerig (41): Opblaaszinnen

  • On 16/06/2022
  • Spelletjes, Taalspel, Woordspel

Ballonnen! Daar ben ik dol op. Altijd al geweest, ook. Ik kan uren praten over de geschiedenis en het gebruik van ballonnen. De manier waarop het materiaal dat je ervoor nodig hebt uit de rubberboom wordt getapt, hoe je ervoor zorgt dat rubber houdbaar blijft en niet vervalt tot een kleverige, stinkende blurrie, hoe de eerste speelgoedballon bij toeval is uitgevonden, hoeveel heliumballonnen je vast moet houden voordat je wegvliegt.
Het is dan ook niet vreemd dat ik dol ben op een taalspel met taalballonnen. Waar je bij een ballon lucht toevoegt om een blubbertje rubber tot leven te wekken, voeg je bij dit spel woorden aan een zin toe, totdat die zin te vol is voor woorden.

taalspel balonzinnen

Hoe werkt het?
Je begint met een mini-zin van een paar woorden, en gaandeweg voeg je steeds meer woorden toe om de zin te vullen en te verfraaien, totdat het einde zoek is.
Ik speelde twee varianten.

In de auto, met mijn dochter en een vriendje, werd het een geheugenspel. We begonnen met “de hond eet” Om de beurt voegden we een paar woorden of zinsdelen toe.
Het werd “de lieve hond eet een lekkere vis” en vervolgens de lieve hond eet een lekkere vis van de kale visboer” om daarna in een paar stappen vervormd te worden tot “de lieve hond eet een lekkere vis en goudgele frietjes die gebakken zijn door de dikke vrouw van de kale visboer”.
We waren nog niet klaar. Aan “de lieve hond eet een lekkere vis en goudgele frietjes die op een achternamiddag gebakken zijn door de dikke vrouw van de kale visboer” wist iemand met gevoel voor topografie nog “in Twello” toe te voegen.
Daarna wisten we de zin niet meer goed te reproduceren. Zoals ik het hier opschrijf zal het ook niet meer helemaal kloppen.
Het spel bleek een zeer talige variant op “mijn tante gaat op reis en neemt mee”, en het geheugen van deze oude man kan nog goed concurreren met dat van de jeugd.

In een klas (groep 7) speelde ik het ook, dit keer minder gericht op het geheugen (we gebruikten een schoolbord), maar op de vaardigheid met taalelementen.
Om de beurt voegden we iets toe, spontaan of op prompt. Bijvoeglijk naamwoorden, bepalingen van tijd en plaats, zelfstandig naamwoorden, nevengeschikte zinsdelen, al naar gelang we er aanleiding toe zagen of zin in hadden.
Dezelfde etende hond werd uiteindelijk “de harige, hongerige hond eet een gigantische, bedorven gegrilde worst en drinkt een blikje cola van de snackbar op de hoek, waarna hij halsoverkop naar het ziekenhuis moet om zijn maag leeg te laten pompen, omdat hij anders dood zou gaan van ellende.
Het bord was vol, en dat was een prima reden om te stoppen. We hadden ongetwijfeld veel verder kunnen gaan. Gabriel García Márquez schreef in zijn boek “honderd jaar eenzaamheid” naar ik mij herinner zinnen van vele bladzijden lang, dus er is ruimte voor groei.

Al met al, een leuk taalspel, goed voor de training van het geheugen, kennis over zinsbouw, woordvormen en grammatica, en op zijn best ook een stimulans voor verhalenvertellers.
Speelbaar met velen en weinigen, jong en oud.