Tag Archive for Woordspel

Waar schrijf je mee?

2015-03-16 13.29.01
Afgelopen vrijdag was ik op werkbezoek bij een optreden van collega-Schoolschrijver Simone Arts. Ik werd verrast met een heus spel ter ere van mij. De vraag was: waar kan je zoal mee schrijven.
De antwoorden varieerden van klassiekers als de veer of met pen en papier, tot en met extremiteiten als met snotjes of chocoladeletters.

Ik doe zelf ook dit soort activiteiten, in de heilige overtuiging dat kinderen graag en enthoussiast meedoen, dat hun fantasie geprikkeld wordt, dat ze elkaar stimuleren en dat zelfs de taalzwaktsten met vondsten komen en die willen delen. Alhoewel het mijn intentie was gewoon op de bank te zitten en te kijken, werd ik net zo hard meegetrokken in de activiteit, en zat ik de hele tijd met mijn vinger in de lucht. “Juf, juf, ik weet er ook één!”

Op de foto staat de inventarisatie. Ik ben er blij mee.

Share on Facebook

Woordspellerig (18): Woordhusselaar

2015-03-03 10.00.09

Een snel spelletje voor tussendoor.
Neem een woord, hussel de letters door elkaar, en schrijf dat op het bord. Vraag aan de deelnemers of ze kunnen ontdekken wat het originele woord was.
Het lijkt als je het zo leest heel makkelijk, maar in de praktijk is het vaak nog best lastig. Zelfs het goed schrijven van de gehusselde letters valt tegen. Als je snel moet improviseren, helpt het om de letters van het woord te visualiseren, dan kan je sneller husselen en schrijven. Voor het raden geldt dat hoe groter de groep deelnemers is, hoe sneller het juiste antwoord gevonden wordt. Mochten ze er niet uitkomen, dan is een hint in de vorm van de eerste letter wel zo makkelijk.
Als de deelnemers de slag eenmaal gevonden hebben, kunnen ze ook zelf woorden husselen en opschrijven. Bij jongere kinderen is enige hulp bij spelling dan wel handig.

Share on Facebook

Woordspellerig (17): Plus1lettergreep, Min1lettergreep

2015-02-17 11.32.55

Het zijn twee spellen, maar ze lijken op elkaar.
Voor min1lettergreep hak je een woord in lettergrepen. Je schrijft ze in willekeurige volgorde op het bord, en je zet er een extra lettergreep bij. Het is aan de deelnemers te ontdekken welke lettergreep er niet bij hoort, en welk woord er hoort te staan.
mo-ra-eus-di is een voorbeeld. Met wat weggooien en husselen zou je een modieus woord moeten kunnen vinden.
Een korter woord is ka-moe-do, wat een modern gespeld cadeau kan zijn.
Plus1lettergreep werkt de andere kant op. Je hakt een woord in lettergrepen, laat er een weg, en schrijft de rest in willekeurige volgorde op.
Met een beetje mazzel ontdekken ze lettergreep in let-greep, of een boekhandel in del-boek.
Bij plus1lettergreep kan je nog wel eens op verrassende alternatieven komen.
De woorden zijn zo moeilijk of makkelijk te maken als je zelf wil. Meer of minder lettergrepen, francofone of anglofiele of germanistische woorden, valstrikken, alles kan en mag.

Na wat oefenen liet ik in groepen 4 de kinderen zelf het spel leiden en woorden bedenken. Dat bleek niet altijd zonder problemen te gaan, niet iedereen weet al hoe je woorden precies in lettergrepen moet hakken. De meest enthousiaste deelnemers zijn niet meteen de beste lettergrepers.
Waarbij we meteen bij het hoger doel van het spel komen, kennis van woorden, woordinzicht en lettergrijpvaardigheid.

Share on Facebook

Woordspellerig (16): Wat is een WAT?

draak kopie

Wat zijn een faliwop, een filimonga en een zaboekoeti?

Om de fantasie wat te prikkelen vroeg ik een klasje 7/8 jarigen naar hun ideeën over beesten met veemde namen. Ik interviewde een paar betrokken kinderen over het uiterlijk en gedrag van deze dieren.
Wat voor dier is het? Zoogdier, reptiel, vogel, buitenaards, of wat dan ook?
Hoe zien ze eruit? Groot of klein, dik of dun, harig of niet, met welke kleur?
Wat is het karakter? Vriendelijk, gevaarlijk, boos of lief?
Hoe gedraagt het dier zich? Dreigend, teruggetrokken, schichtig?
Wat eet het dier? IJsjes, vlees, melkproducten, wolken?
Wat voor geluid maakt het?
Wat kan je nog meer over het dier zeggen?

En wat leverde dit op?
De faliwop bleek een gevaarlijke harige spin, met een lijf ter grote van een dinerbord en grote dikke poten. De zaboekoeti was een vleesetend, geel, mensgroot zoogdier, met een enorme diepe brul, scherpe tanden en een venijnig uiterlijk (een beetje zoals de schrijver zelf). De filimonga was een geel/groen/bruine vuurspuwende draakachtige met een goed karakter.
In een volgend improvisatierondje onderstreepte de zaboekoeti zijn gevaarlijke gedrag door in een van de poten van de faliwop te bijten. Op de noodkreet van de faliwop kwam de filimonga aangestormd, die de zaboekoeti met een karatetrap buiten gevecht stelde. Zoals te verwachten werd de faliwop verliefd op haar reddende draak, en leefden ze nog lang en gelukkig.

De brave verantwoordelijke schrijver zag dit als een oefenend opstapje naar het definiëren van karakters in verhalen, en een aanleiding voor een rondje improvisatietoneel. De onverantwoordelijke procesbegeleider zag het als een gelegenheid om baldadig gedrag te vertonen, en de kinderen aan het brullen te krijgen.

NB: De juf beloofde na de les op internet te kijken of deze dieren in het echt ook bestaan, en wat voor dieren het dan zijn. Ik ben benieuwd wat ze ontdekt.

Share on Facebook

Woordspellerig (15): Zinsverlenger plus1woord

Vorige week speelde ik het woordverlengspel plus1woord (zie hier). Het spel maakt onderdeel uit van een hele reeks die ik in gedachten heb, maar dat wisten de kinderen niet. Dus riep een charmante wijsneus: “Aby, meester, zo kan je ook zinnen steeds langer maken, door woorden toe te voegen, dat is ook een leuk spel.”
Positief stimulerend al ik ben, beaamde ik dat, en bestempelde ik het als een geweldig idee. En dat was het ook.

Zinsverlenger plus1woord is leuk. Begin met een willekeurig woord dat als zins-start kan dienen (persoonlijk voornaamwoord, lidwoord, tijdsbepaling, plaatsbepaling o.i.d.) en laat iedere deelnemer een aanvullend woord kiezen. Het doel is om tot een zo lang mogelijke, goedlopende Nederlandse zin te komen, die liefst ook inhoudelijk interessant is. En dat binnen de gegeven tijd, met inbreng van alle aanwezigen.
Tussendoor is er tijd zat om te praten over zinsbouw, punten en komma’s, werkwoordsvormen, de- en het-woorden, en nog veel meer.
Groep 7 maakte er, met wat regie-ingrepen (om het verhaal lopend te houden), uiteindelijk het volgende van:
20150210_100007

(Voor als je het niet kunt lezen, dit is wat er staat: “Ergens hier in Nederland is een familie ontvoerd door de koning, en op een eiland zoekt de misdadiger naar een wapen van zijn opa en oma om zijn slachtoffers mee te vermoorden.”)
Ik was trots op ze.

Share on Facebook

Woordspellerig (14): Woordverlenger Plus1woord

2015-02-04 11.28.59

Ik ben dol op lange woorden. Vooral op woorden die zo lang zijn dat ze niet meer op het schoolbord passen. Maar hoe maak je een extreem lang woord? Met plus1woord plak je achter ieder bestaand woord een ander bestaand woord, zodanig dat het nieuwe woord bestaanbaar is. Bestaanbaar in de zin dat het taalkundig logisch is en inhoudelijk begrijpelijk.
Begin met een bestaand woord, en schrijf dat op het bord. Laat de deelnemers woorden noemen die erop kunnen volgen. Kies. En kijk maar waar je uitkomt. Tussen n’n en tussen s’n mogen altijd, wijziging van enkelvoud naar meervoud en terug ook. En briljante ideeën om een woord ergens tussenin te zetten zijn natuurlijk ook welkom.
In een groep vier kwamen we tot Kunst-gras-veld-sproei-apparaat-reparatie-set-doos-knop en Prof-zaalvoetbal-spelers-kicksen-fabrieks-directeurs-woning-deur-bel.

Kan het spel ook met ouderen? Zeker, ook met volwassenen.
Is het spel nuttig? Vast wel.
Is het leuk? Ja.

Share on Facebook

Woordspellerig (13): Dubbelzinnige combinatiewoorden

2015-02-03 14.22.12
Staat er nu minister, of mini-ster? Is een wijsneus een slimmerik of een neus in de vorm van een pijl? Zit een klokhuis binnen in een appel, of is het een huis in de vorm van een klok? Is baby-olie gemaakt van baby’s?
Het is meestal wel duidelijk wat een woord betekent, maar soms valt het tegen. En af en toe kan je met wat goede wil een andere betekenis bij een woord zoeken. Dat is niet alleen leuk om te doen, maar ook goed voor woordinzicht en taalfantasie. Bovendien kan het zomaar handig zijn bij het schrijven van een nonsens-dicht.

Voor een groep 4 schreef ik 20 combinatiewoorden op het bord. Met een paar voorbeelden legde ik uit wat de bedoeling was. Daarna mochten de kinderen zelf een woord van het bord uitkiezen, en er een andere betekenis bij zoeken. Om de beurt vertelden ze wat ze bedacht hadden.
Zo werd een pannenkoek een koek gemaakt van pannen, bleek een hoofdgerecht vooral iets voor kannibalen en was een kaaswinkel gemaakt van kaas.
Afhankelijk van de groepssamenstelling zijn ook andere spelvormen mogelijk. Laat de deelnemers zelf passende combinatie-woorden bedenken, laat ze de betekenis tekenen, laat de deelnemers niet kiezen maar geef iedereen verplicht een woord, en zo verder.
Hieronder staat een lijstje woorden die zich goed voor dit spel lenen, maar er zijn er zeker meer.

auto-maat
baby-olie
blik-opener
dakkapel
douche-gordijn
hagel-slag
hoofd-gerecht
ijs-beer
kaas-winkel
kalebas
kers-t-omaatje
klok-huis
leer-stof
lig-stoel
lucht-koker
minimaal
minister
muziek-noot
ogenblikje
padden-stoel
pannen-koek
pers-sinasappel
prullen-bak
regen-wurm
ruggen-graat
sigaren-boer
stof-schaar
tanden-borstel
trek-pop
verkeers-bord
vier-kant
voet-zoeker
waan-zin
was-bord
water-fiets
wc-bril
wijs-neus
zak-geld
zak-lamp
zand-loper
zonne-bril

Het lijstje hierboven bestaat uit woorden die bedoeld zijn om de fantasie te prikkelen. Soms liggen de dubbele betekeninssen echt niet voor de hand.
Een flink stel van deze woorden zijn ook homografen. Een homograaf is een woord dat je op verschillende manieren kunt lezen, en ook echt (bedoeld of onbedoeld) verschillende betekenissen heeft. Zo kan een massagebed een bed zijn waarop je een massage geeft (een massage-bed), of een gebed zijn dat door velen tegelijk gebeden wordt (een massa-gebed). Als je op internet zoekt naar homograaf kom je heel wat voorbeelden tegen. Zelfs het woord homograaf is een homograaf. Je kunt homografen ook vinden als je zoekt naar “bommelwoorden”. Het begrip bommelwoord is afgeleid van een bom-melding. Of is het een bommel-ding?

Share on Facebook

Woordspellerig (12): Plus1zin verhaal

Er zijn zó véél manieren om verhalen te schrijven. Zucht.
De meeste verhalen schrijf je alleen. Maar dat hoeft niet, je kunt ook met een groep aan een verhaal werken. Tijdens schoolbezoeken werk ik wel eens samen met kinderen aan één verhaal. In een open gesprek verzinnen we gezamenlijk een locatie, een karakter, een gebeurtenis of probleem, en een verhaallijn. Het lijkt op een democratisch proces, maar toch hou ik de touwtjes stevig in handen.
Maar het kan ook anders. In het taalverhaalspel “plus1zin” geef ik het creatieve proces goeddeels uit handen.
Het spel begint met een vooraf bedachte eerste, en misschien ook de tweede zin. Daarna moet iedere deelnemer zelf een zin toevoegen. Dat kan in willekeurige volgorde, wie iets weet mag iets roepen, of op volgorde van zitplaats, alfabet, of wat dan ook. Iedereen moet één zin bijdragen. Het eindresultaat moet een goed lopend verhaal zijn, met alle eisen die je daaraan kunt stellen. De spelleider houdt dat in de gaten houden, en treedt desnoods sturend op.
Waar moet je dan zoal op letten? Op alles waar je normaal in een kort verhaal ook op let. Een begin, een midden en een eind. Een enigszins consistente verhaallijn. Een interessant probleem of een pakkende gebeurtenis met een aansprekende hoofdpersoon. Je moet vooral in de gaten houden of er nog wel genoeg zinnen over zijn om het verhaal af te maken.
Het is handig tussendoor het verhaal zoals het tot-dan-toe is even te herhalen, en te bespreken. Dan kan je er meteen eventuele tijdsinconsistenties uithalen (ovt, ott, –t).

Ik speelde plus1zin met docenten van een basisschool. Ik beschreef het doel (een goed verhaal van 26 zinnen), gaf de eerste twee zinnen (“De zoon van de melkboer stond op straat. Hij had het koud.”) en was benieuwd hoe het verder zou gaan. De deelnemers waren creatief.
Ik vat het resultaat even samen.

De zoon van de melkboer bleek door de man van zijn moeder op straat gezet te zijn. Een buurman wilde hem wel helpen. De zoon van de melkboer wilde het liefst bij de buurman gaan wonen. Dat leek de buurman geen goed idee. De buurman had namelijk net een nieuwe vriendin, en wilde die niet opzadelen met een kind. Vooral niet, omdat de buurman zelf de melkboer bleek te zijn.

Enthousiasme alom. Tevredenheid over de eigen inbreng, verrassing over andermans inbreng en over de onverwachte wendingen, strijd over wie wat mocht zeggen. En er ging ook nog heel wat verhaaltheorie over tafel. Niks mis mee.

Share on Facebook

Woordspellerig (11): Klankwoord-schrijver/klankwoord-rader

2015-01-23 14.05.08

Een onomatopee is een woord dat klinkt als het geluid dat erbij hoort. Voorbeelden zijn handig. Een koekoek is een vogel waarvan de roep klinkt als “koek-koek”. Kwaken klinkt ook als kwaken. En uit een toeter komt getoet, en dat klinkt als “toet”.
In strips worden bijzondere versies van onomatopeeën gebruikt. Hier worden geluidseffecten vaak met letters aangegeven. Bij de uitlaat van een raceauto staat “VROEM!!!”, en als Batman iemand een knal geeft staat er “KNAL!”
Er zijn heel veel onomatopeeën. Hier vind je er een heel stel.

Tijdens een workshop voor docenten deed ik een taalspel waarbij nieuwe onomatopeeën gemaakt werden. Van gewone zelfstandig naamwoorden werden klankwoorden gemaakt. Vervolgens moest geraden worden wat het klankwoord betekende.
Ik maakte een lijst met zelfstandig naamwoorden die in het gebruik geluid voortbrengen. Dingen als de donder, een tandenborstel, een bed en een magnetron. Ik schreef ze op kleine papiertjes. Tijdens de workshop kreeg de helft van de deelnemers één papiertje met daarop één woord. De bijbehorende opdracht was om op een ander papier de bijbehorende klank in letters te schrijven. Zo werd de donder “kaboem-krak” en de magnetron “tik-tik-tik-pling!”. De resultaten werden door de andere helft van de deelnemers voorgelezen, of nagebootst. De voorlezers moesten raden welk zelfstandig naamwoord bedoeld was.
Makkelijk was het niet. Wel hilarisch.
Als je het spel ook wil gaan spelen, gebruik dan woorden die nogal van elkaar verschillen. Het “tatutata” van een brandweerauto, een ziekenauto en een politieauto is wellicht te moeilijk te onderscheiden.

Mocht je je afvragen of het spel ook een doel of nut heeft…. Het antwoord is: ja.

Share on Facebook

Woordspellerig (10): de koning en de poortwachter houden van taalraadsels

2014-08-13 13.52.27

Tijdens de vakantie liepen we met een grote groep volwassenen en kinderen door de bergen. Het weer was niet altijd goed, de benen waren niet altijd sterk, het moraal niet altijd hoog. Het was dus vaak tijd voor een spelletje.
We deden raadsels. Er zijn raadsels zat, ook woord-/taalraadsels, en sommigen zijn goed geschikt om met grotere groepen te doen. Laat iedereen maar raden naar het juiste antwoord. Wie het weet mag het antwoord niet verklappen, maar moet laten blijken dat hij/zij de oplossing gevonden heeft.

Hier is er een over een kieskeurige koning:
De koning gruwt van sla, maar niet van friet. De koning houdt wel van vlees, maar niet van vis. Hij vindt kaas vies, maar fruit lekker. Hij is wel kieskeurig met fruit. Eén appel is lekker, maar twee appels vindt hij te veel. Eén peer vindt hij maar niets, maar twee peren vindt hij fijn. De koning houdt zeker niet van aardbeien en frambozen.
Waar houdt de koning van?

Hier is er nog een over een waakzame poortwachter:
Voor het paleis van de koning staat de poortwachter. Als een bezoeker naar binnen wil, noemt de poortwachter een woord. Als de bezoeker met het juiste woord reageert, mag hij naar binnen, anders niet.
Bij de eerste bezoeker zegt de poortwachter “twaalf”. De bezoeker antwoordt met “zes” en mag naar binnen. Bij de tweede bezoeker zegt de poortwachter “acht”. De bezoeker antwoordt met “vier” en mag naar binnen. Bij de derde bezoeker zegt de poortwachter “tien”. De bezoeker antwoordt met ‘vijf”, maar dat is fout. Hij mag er niet in.
Wat is wel het goede antwoord? En waarom is dat zo?

Share on Facebook