
De hagel komt door de kieren, tussen de ramen en onder de deuren door, zelfs door de schoorsteen naar binnen. Het giert en tiert buiten. Korrels zo groot als knikkers, genoeg om duizenden ballenbakken mee te vullen, storten naar beneden. Yannick en Yassin maken er foto’s van, tekenen kaarten, lezen er boeken op na, en maken zich klaar voor een dag vol weerwetenschap. Een dag met video’s op de socials.
‘Daar zijn we weer met het weer! De weerkidz!’
Een herkenningsmelodietje klinkt op de achtergrond, zwelt aan en zakt weer weg. Yannick en Yassin staan voor een enorme foto met hagelende hagelstenen. Ze beginnen kwebbelend en kwakend, en houden daar niet mee op.
‘Kijk nou,’ zegt Yassin.
‘Moet je voelen,’ zegt Yannick.
Yassin is enthousiast. ‘Zo zit ik nooit zonder knikkers,’
Yannick is nog enthousiaster. ‘Of pingpongballen!’
Yassin is niet te stoppen. ‘Zit er soms een ijsballenmachine in de lucht?’
Op de achtergrond rollen foto’s van met hagel spelende kinderen door het beeld.
De woorden van Yannick en Yassin buitelen over elkaar heen.
‘Waar komen die knikkers vandaan?’
‘We zochten het voor je uit!’
‘Moet je die wolken zien!’
‘Donderwolken!’
‘Het is een zooitje in de lucht.’
‘Een chaos.’
‘Net als in jouw hoofd!’
‘Gast!’
‘Proest!’
Yassin wordt serieus. ‘Nee, echt. In die wolken is het een bende. Warme natte lucht stijgt op, koelt dan af, en die nattigheid verandert dan in kleine korreltjes ijs. Die korreltjes willen naar beneden vallen, maar worden weer omhoog gestuurd, en dan worden die hagelkorreltjes hagelsteentjes. Die willen weer naar beneden vallen, maar worden weer omhoog geblazen, en zo gaat het maar door.’
Yannick pakt zijn kans. ‘Het zijn verticale stuiterballen!’
Meteen daarop stuiteren de woorden weer door de microfoons.
‘Je bent zelf een verticale stuiterbal!’
‘Nou, dat is leuk om te weten, maar wat gaan we ermee doen?’
‘Verzamel de ijsballen. Mep ze weg met een tennisracket!’
‘Of een honkbalknuppel.’
‘Doe ze in een beker en maak er bubbel-ijsthee van.’
‘Stamp het aan en maak er een glijbaan van!’
‘Op de snelweg! Dan ga je sneller!’
‘Ha!’
‘Snellere ha!’

Nu hoor je de vaste afsluiting van hun programma.
Piep Piep! Slecht idee! Toch doen! Lachen!
De video wordt best goed bekeken. Net als de vorige aflevering over storm, en die over regen, en die over zonnebrand. Een paar duizend views. Honderden likes. Tientallen reposts en mentions. Toch zou het beter moeten. Maar hoe?
T-shirts en hoedjes weggeven?
Problemen oplossen?
Spullen verkopen?
Iets met poezen?
‘We zouden echte problemen moeten oppakken, iets waar we wereld beter mee maken.’
‘Pff, hoe dan? Wat dan?’
‘Het komt wel.’
En dan komt het. Opeens is het koud. IJskoud. Veel te koud voor de tijd van het jaar.
Yassin en Yannick staan met hun dikke kleren aan voor de kachel, en springen en zwaaien met hun armen om het nog warmer te krijgen.
Oma komt de kamer ingerollatort en gaat naast ze staan.
‘Lekker jongens, waai mij maar lekker warm!’
BAM!
Oma heeft altijd goede ideeën, de een soms wat beter dan de andere, maar deze is geweldig.
‘Daar zijn we weer met het weer! De weerkidz! We lossen het op!’
Yannick en Yassin staan gekleed in dikke truien, met handschoenen aan voor een foto van een enorme thermometer.
‘Het is in jaren niet zo koud geweest,’ zegt Yassin rillerig.
‘Nou ja, dat zeggen onze oma’s,’ bibbert de stem van Yannick.
‘Maar wat weten die er nu van?’
‘Die vergeten alles.’
‘Maar het is koud.’
‘Erg koud.’
‘Extreem koud.’
Yassin wordt serieus. Hij houdt een kaartje omhoog, met een pijltje van rechtsboven naar linksonder.
‘Die kou komt uit het noordoosten, kijk maar naar deze kaart. Duidelijk, toch? Warme lucht komt vaker van de andere kant.’ Yannick draait het kaartje om. ‘In het zuiden is het warmer, dat weet ieder kind. Behalve als je op het zuidelijk halfrond woont.’
Yannick vindt het tijd voor een grap. ‘Als je daar woont draai je de gewoon kaart om.’
‘We kunnen beter jou omdraaien,’ reageert Yannick.
‘Haha.’
‘Dus, wat kunnen we eraan doen?’
‘Verhuizen naar het zuiden!’
‘Ja, dat ook. En verder?’
‘De kachel aanzetten!’
‘Goed plan. En wat nog meer?’
‘De aarde omdraaien?’
‘Gaat niet lukken, slimmerd.’
‘Je bent zelf een xykjdhfifh.’
Yannis lanceert nu eindelijk hun idee.
‘Blazen! De warme lucht de andere kant opblazen! Als we allemaal deze kant opblazen.’ (hij wijst naar rechtsboven), ‘dan waait de wind de andere kant op. Dan wordt het warmer in het noordoosten, en zijn we van het gedoe af!’
‘Goed plan!’ roept Yannick. ‘Beter nog, als we allemaal ventilatoren kopen en aanzetten, en die allemaal naar het noordoosten laten waaien, dan gaat het allemaal nog beter!’
‘Doe die ramen open!’
‘Ze de kachel op tien!’
‘Laat die waaiers waaien!’

De nieuwe vaste afsluiting van de weerkidz zwelt aan.
Piep Piep! Goed idee! Doen! En lachen!
Kijk nou dan. Het gaat echt veel beter. Tienduizenden mensen hebben hun video bekeken. Zeker tienduizend likes in een paar dagen. En talloze mentions en shares. Op school hebben bijna alle kinderen het erover. Ze krijgen een mail van een ventilatormaker, en een van een winkel die ze verkoopt! Yassin en Yannick zijn bekend. Yassin en Yannick zijn goed bezig.
Problemen oplossen, dat is wat ze moeten doen. En gelukkig zijn er problemen zat.
Het is warm. Erg warm. Zo warm dat het zweet van Yassin en Yannick in stromen van ze afgutst, zich mengt met het zweet van papa, mama en oma, en als een ieniminie riviertje door het huis loopt. De hond houdt normaal wel van wat zweet, hij likt graag aan vochtige huid, maar dit keer is het zoute vocht hem toch te warm.
‘Ik heb het warm,’ zegt Yassin.
‘Ik ook,’ zegt Yannick.
Ze moeten er iets aan doen. Maar wat?
Daar komt oma aangerollatord. Ze hobbelt over de voeten van Yassin en Yannick, rijdt door naar de koelkast, doet de koelkastdeur open, blijft ervoor staan, houdt haar zweetnatte oksels omhoog en wappert de koelte naar zich toe.
HOPPA!
De ideeën van oma zijn briljant.
‘Daar zijn we weer met het weer! De weerkidz! We lossen het op!
Yannick en Yassin staan in hun zweetnatte shirtjes voor de camera. Op de achtergrond zie je een foto van een ijskar.
‘Het is warm!’ begint Yassin.
‘Veel te warm!’ zegt Yannick.
‘Het klimaat is in de war!’
‘En wij zweten zeeën vol zoute zooi!’
‘Daar gaan we iets aan doen!’
‘We gaan het oplossen!’
‘Weg met dat zweet!’
‘Doe net als wij! Pak een ijsje, en doe het onder je oksels!’
‘Ieuw! Koud!’
‘En zonde!’
‘Papa en mama zullen blij zijn met die vlekken in onze kleren!’

Dit keer pakt Yannick de serieuze rol.
‘Genoeg gezwetst en gezweet. De warmte komt van twee kanten. Van boven, van de zon, en vanuit het zuidoosten, waar de warme wind vandaan komt. Je kan weinig doen aan die zon. Die gaat niet weg. En de wind terugblazen is ook zo’n ding. We kregen al klachten toen we de kou met ventilatoren wilden bestrijden. Dat er niet genoeg ventilatoren waren. Dat ze te veel lawaai maakten.’
‘Pfff.’ Pfft Yassin.
Yannick gaat door. ‘Ons lichaam wordt warm en maakt dan zweet aan. Door te zweten koel je af. En daar kunnen we iets aan doen. We maken het minder warm, zodat we ook minder zweten!’
‘Wij hebben de oplossing!’ roept Yassin.
Yannick en Yassin lopen met de camera naar de keuken. Ze trekken hun shirtjes uit, doen de deur van de koelkast open, en wapperen de kou onder hun oksels.
‘Werkt meteen!’ roept Yannick
‘Met een vrieskast gaat het nog beter,’ zegt Yassin.
‘Maar die heeft niet iedereen.’
‘Dan ga je toch naar de diepvriesafdeling van de supermarkt!’
‘Hoe meer kou we loslaten, hoe minder warm het wordt. Niet alleen in je shirtje, maar overal.’
‘Alles wordt kouder!’
‘Mega-goed plan.’
‘Op naar de supermarkt!’
Yassin en Yannick rennen het huis uit. Ze laten de koelkastdeur lekker openstaan, dat is fijn voor oma.
De vaste afsluiting van hun uitzending zwelt aan. Je ziet Yannick en Yassin een supermarkt inrennen. Ze hebben er zin in!
Piep Piep! Goed idee! Doen! En lachen!
Nog nooit waren hun video’s zo succesvol. Overal gaan de koelkasten open. Tientallen, honderden, duizenden kinderen dringen samen rond de deuren van de vries- en koelkasten. Kinderen (en oma’s en opa’s) hebben het lekker koel.
Voor even dan. Want supermarkten en elektriciteitsbedrijven klagen. Overal slaan de energiemeters uit, stoppen begeven het, stroomrekeningen stijgen.
Vaders en moeders en buren en schoolouders en iedereen bemoeit zich ermee.
Stroom is kostbaar. Stroom wordt opgewekt, met gas en kolen en wind en zonnepanelen en van alles, en er is niet altijd genoeg van.
De koelkasten gaan dicht, en het wordt weer zo warm als het was, en zelfs nog warmer dan dat.
‘Gedoe,’ zegt Yannick.
‘Gedoe,’ zegt Yannis.
‘Gedoe,’ zegt oma. ‘Jullie hebben samen energie zat. Dat zouden ze af moeten tappen en in batterijen moeten doen.
Yannis en Yannick moeten lachen. Stel je voor, hun hoofd verbonden aan een accu! Dat wordt natuurlijk niks, maar …
BOINK!
‘Briljant, oma!
‘Daar zijn we weer met het weer! De weerkidz! We lossen het op!
Yassin en Yannis verschijnen in beeld, met draadjes aan hun hoofd en brandende lampjes in hun oren.
Yannick begint te praten. ‘Wat een succes was dat, met die koelkastdeuren!’
Yassin vult hem aan. ‘Het werd hartstikke koel!’
Om en om hebben ze wat te zeggen.
‘Maar er werd me daar een potje geklaagd door alles en iedereen!’
‘Het zou te veel stroom kosten!’
‘Stroom zou niet aan de bomen groeien!’
‘We zouden onze eigen hoofden als stroomcentrale moeten gebruiken.’
‘Want stroom zou niet uit de lucht komen vallen!’
‘Nou, dat doet het toevallig wel!’
‘Als het bliksemt!’
Er flitst een bliksem over het beeld. En nog een. Kabeng!
‘Het stormt en bliksemt vaak genoeg.’
‘Zeker nu het weer steeds zo snel omslaat.’
‘En die stroom moet je kunnen vangen, toch?’
‘Zo werd het monster van Frankenstein tot leven gewekt! Met energie van een bliksem.’
‘Dan kan je er ook accu’s mee opladen.’
‘Net als met batterijen, die kan je ook opladen.’
‘Dus huppekee! Naar buiten met die accu’s.’
‘Haal er een uit een auto, of uit je zaklamp, of je laptop, en vang er een bliksem mee!’
‘Zet er een antenne op, en ga aan de slag.’

‘NEEEEEEE!’
Papa komt in beeld.
‘NEEEEEEE!’
Mama komt in beeld.
‘NEEEEEEE!’
Oma komt in beeld.
‘We zijn in een live-uitzending, ga weg,’ zegt Yannick.
‘Jullie zijn in beeld,’ roept Yannis.
‘DOE HET NIET!’ roepen papa en mama tegelijk.
‘Och jongens toch,’ zegt oma. ‘Bliksems vangen is hartstikke gevaarlijk. Er zijn al mensen door gestorven. Dat is al heel vaak onderzocht, en het gaat echt niet. En al helemaal niet door met wat accu’s het onweer in te gaan. Echt, jullie moeten hiermee ophouden.’
Oma gaat voor de camera staan. Ze kijkt serieus, en een beetje droevig.
‘Kijkers, kinderen, echt, dit idee is levensgevaarlijk. Het is goed dat jullie de wereld willen redden, en het klimaat willen verbeteren. Maar dit is de manier niet. Laat je goed informeren. Ga naar school. Haal geen onzin uit. Leer hoe je de wereld echt kunt redden. Doe iets aan de broeikasgassen. Maar Ga Geen Bliksems Vangen!’
Yassin en Yannick willen het eindmuziekje starten, maar papa en mama houden ze tegen. Het is afgelopen met de weerkidz.
Of niet? De camera staat nog steeds aan.
‘Hoe zit dat met die broeikasgassen, oma?’ vraagt Yassin.
Oma geeft antwoord. ‘De zon straalt warmte naar de aarde, de aarde straalt terug, maar de warmte van de aarde kan niet weg, want daar zitten die broeikasgassen in de weg. Die houden de warmte als een soort deken tegen. En zo wordt het steeds warmer.
Het zijn allerlei soorten gassen die broeien. Koolstofdioxide, methaan, freon, en nog zo wat. En zelfs waterdamp!’
‘Waterdamp?’ vraagt Yassin.
Oma praat door. ‘Ja. Dat is een ook broeikasgas. Dampend water! Dus geen druppels, maar damp.’
Yassin en Yannick zien hun kans.
‘Dat ademen we zelf uit.’
‘En het komt ook uit de uitlaten van auto’s.’
‘En uit schoorstenen.’
‘En uit de grond, als er nevel hangt.’
‘En daar kunnen we wat aan doen!’
‘We gaan waterdamp vangen, zodat het niet kan gaan broeien.’
‘Pak al het plastic dat je kunt vinden, en leg het op het gras!’
‘Hou een zakdoek voor je mond!’
‘Pak een washandje, en bind die voor een auto-uitlaat.’
‘Pak al je handdoeken! Hang ze over de schoorsteen!’
‘Waterdamp? Weg ermee!’
‘Weg met die broeikasgassen!’
‘En weg met de warmte!’
Papa en mama schudden hun hoofd.
‘Nee hè.
‘Houdt het dan nooit op?
‘Straks gaan de automobilisten klagen.’
‘En de fabrieksbazen.’
‘En alle handdoekenwassers.’
‘En die en die.’
‘En die ook.’

Oma moet een beetje grinniken. En nu hoor je de muzikale afsluiting van de video.
Piep Piep! Goed idee! Doen! En lachen!
