Tag Archive for Woordspel

Woordspellerig (40) alala-etymologie

de aanleiding

De scheurkalender van Onze Taal ging 15 juni 2020 over de herkomst van Arabische leenwoorden. Al-gebra, Al-goritme, Al-cohol, ze stammen allemaal uit het Arabisch. “Al” staat voor “van”, of “uit”, zoiets. Veel woorden die met “Al” beginnen, zouden een Arabische herkomst kunnen hebben.

In het kader van de woordenkennis vroeg ik kinderen uit groepen 5, 6 en 7 alle woorden die ze kenden die met “al” beginnen op te noemen. Van “alleen” tot “allemaal”, van “alibi” tot “allergie”, van “altijd” tot “alkoof”. We hadden ruim de tijd om over de betekenis van de woorden te praten. Ik werd ook uitgedaagd: is “alkoof” wel een echt woord? Het woordenboek gaf me gelijk.

Of het waar is of niet weet ik niet maar ik vertelde dat Al-gebra van Al-Gibiera komt, en dat Gibiera (uit te spreken als “zjiebiera”) een dorpje in Saoud-Arabië is. Abdul Al Gibiera, was een beroemde rekenmeester uit die verre plek, zo beroemd dat rekenkunst nu naar hem, en naar zijn geboorteplaats is vernoemd.

En toen kwam de vraag. Probeer een verhaal te verzinnen over de herkomst van die woorden.
Eén meester brak het ijs (de geweldige meester Stephan, van Jenaplanschool Atlantis in Amsterdam). Hij vertelde over de oude heks Leggia, die doden tot leven kon wekken met vreemde drankjes, maar ook je vijanden kon laten leiden onder de vreselijkste pijnen, als je ze van een geheime boon zou laten snoepen. Dat soort vreselijke pijnen werden later de pijnen van Leggia genoemd. Al-Leggia, allegia, allergie.

“Alibi” danken we aan Bi. Bi was een praatjesmaker, een smoesjesverzinner, een schrijver die het beroemde boek van Bi schreef. Als je een smoes nodig had, en de waarheid niet voldoende was, greep je naar het boek van Bi, en koos je een van de redenen waarom jij iets niet gedaan kon hebben. Al-Bi. Alibi.

“Alleen” had weer een andere oorsprong. “Leheni” is het Arabische woord voor “zien”. Ali was de ziener uit het dorp. Hij kon de toekomst voorspellen, en vertelde altijd de waarheid. Het probleem was dat niemand de waarheid wilde horen, en Ali bleef daarom altijd alleen. Ali Leheni, Ali de ziener, werd Ali de Allene, helemaal alleen.

Was het een leuk spel om te spelen? Ja.
Was het moeilijk? Ja. Voor de minder taalvaardigen was het een hele klus. Maar de fantasierijken wisten er wel raad mee.
Een leuk spel voor woordkennis, over de wondere wereld van de etymologie (waar ik tussendoor van alles over vertelde) en voor verhaalkunstenaars.

Woordspellerig (39): Lettergrepenwoordenmaker

lettergrepenwoordenmaker


Voor de Schoolschrijver ben ik bezig met het maken van een corona-proof programma op afstand.

Vandaag vraag ik de kinderen of ze een nieuwe ziekte willen verzinnen. Liefst een leuke. En bij een nieuwe ziekte hoort een nieuwe naam. Maar hoe verzin je die?
Je kunt willekeurige letters aan elkaar plakken. Of woorden combineren. Maar ik zag ook een spelletje bij mijn collega-Schoolschrijver Fabien van der Ham. Ze heeft een bakje gemaakt met een stapel papiertjes met lettergrepen erop, laat er een stelletje uitkiezen, en krijgt zo nieuwe woorden. Laat ik het de lettergrepenwoordmaker noemen.

Als ik fysiek voor de klas zou staan, zou ik de kinderen zelf lange woorden laten kiezen, die in lettergrepen (laten) hakken, en een methode verzinnen om uit die lettergrepen te kiezen.
Voor het programma op afstand kies ik zelf lekker lange woorden, bijvoorbeeld:

let ter gre pen (Lettergrepen)
pi lo ten pet (Pilotenpet)
tram be stuur DER (Trambestuurder)
stoep te gel tjes (Stoeptegeltjes)
voet BAL vel den (Voetbalvelden)
ziek te KIE men (Ziektekiemen)
reu zen ko nijn (Reuzenkonijn)
WIN ter wor tel (Winterwortel)

Kies dan uit iedere kolom 1 lettergreep (dan heb je er dus 4), bijvoorbeeld de vier die ik al vet gedrukt en in hoofdletters geschreven heb. Mijn keuze is winbalkieder.

Mijn programma gaat over nieuwe ziektes, dus winbalkieder is een ziekte waar klachten en oorzaken en medicijnen bij horen. Maar het kan net zo goed iets heel anders zijn, een spel, een gerecht, een vervoermiddel, dat kunnen de spelers zelf verzinnen, beschrijven en tekenen.

Naar wijsheid aan te passen en toe te passen, bij groepen 3 en hoger.

Woordspellerig (38): Slogans maken

ik weet wat ik wil, ik ga het worden

Is het wel een spel? Of is het een schrijfoefening? Een taalspelerige schrijfoefening, dan?

Een schrijvende/docerende collega van me is vaak bezig met het “empoweren” van kinderen (niet mijn woordkeuze), met het “kinderen in hun kracht zetten” (ook niet mijn woordkeuze).
Inhoudelijk is daar niets mis mee. Maar kan het speels? En niet te opgeblazen?
Ja.
Ik vroeg de kinderen van groep 5, 6, 7 en 8 persoonlijke slogans te maken. Presenteer jezelf in een of twee zinnen. Kort, bondig, al dan niet op rijm. Laat zien waar je goed in bent, waar anderen je aan kunnen herkennen.
En ik gaf voorbeelden.

  • “Goed, beter, Peter”
  • “Aby: verwoorden, vertekenen, verbeelden”
  • “Als je het echt zeker wilt weten, dan haal je mij erbij”

Was het makkelijk? Mwa.
Was het leuk? Ja.
Was het leerzaam? Zeker.

Een greep uit de resultaten?

  • “Yasmin die goed acteert, iedereen die dat accepteert”
  • “Ik ben goed in moppen, en kan goed keet schoppen”
  • “Ik zing, ik spring, zo wordt het weer leuk”
  • “Tuana maakt alles leuk met haar lach”
  • “Ik weet wat ik wil, ik ga het worden.”
  • “Ik ben moedig en Marokkaans-bloedig”
  • “Ik kan je pijn doen maar ik maak je liever beter” (Sara zit op Kickboksen, en wil later dokter worden)
  • “Ayman de verdediger: zo komen er niet langs!”
  • “Je hoort me niet maar je ziet me wel”
  • “Ik zorg voor de sfeer, dus kom maar weer”
  • “Dieren zijn niet saai voor mij, zelfs slakken niet”
  • “Daag me maar uit, ik kan het wel”

Woordspellerig (37): Wat heeft een wat met wat te maken

Het derde taalspel dat ik beschreef, ging over het maken van combinatiewoorden. Kies twee willekeurige woorden, plak ze aan elkaar en tadaa: je hebt een nieuw Nederlands woord. Maar wat betekent dat woord? Wat is een vissen-circus? Wat is een pizza-bloem? Hoe ziet het eruit? Mijn meer dan zeer gewaardeerde collega Marie-Louise Sekrève ging met het spel aan de haal. Ze is netter dan ik, en maakte een stapel geplastificeerde woordkaartjes. Bij haar mag je er twee uitkiezen, en antwoord geven op de volgende vraag: Wat heeft het ene woord met het andere woord te maken?

Taalspel: een vis eet een zak friet
taalspel: vis eet friet

Stel nu dat je de woorden “vis” en “patat” hebt. Dan zou het kunnen dat de vis in zee zwemt, dat uit dat zeewater zout gewonnen wordt, en dat zout gebuikt wordt om de patat mee op smaak te brengen.
Het kan ook zo maar zo zijn dat er een ernstig probleem is met de Scheveningse vissenpopulatie. Alle vissen worden te dik, omdat ze de door mensen weggegooide frietjes (met mayo) opeten.
En dan heb je ook nog zakelijkere relaties, zoals de onvermijdelijke (maar overheerlijke) fish&chips.

Het zoeken naar de relatie tussen woorden test de parate kennis (in het specifieke voorbeeld over de samenstelling van menu’s), maar stimuleert ook de fantasie van de deelnemers. 
Ik ga het ook spelen. Zonder de nette kaartjes, maar met heel veel ter plekke te bedenken woorden, en met heel veel plezier.

Boekpromotie filmpjes op youtube

Ik werk ook bij De Kinderboekwinkel in Amsterdam. Voor die winkel maak ik regelmatig boekpromotie filmpjes over boeken, maar ook over spelletjes. Zoals deze:

Als je nog meer filmpjes wilt zien waarin ik wat vertel over boeken die ik mooi of zinvol vind, kan je ze via deze zoekopdracht op youtube vinden.

Voor promotie van mijn eigen boeken kan je natuurlijk op deze website terecht. Hier vind je alles wat ik geschreven heb, waar mogelijk met de mening van anderen erbij.

Woordspellerig (35): MEER Leugens!

Een leugenachtig verhalend woordspel

leugens

leugens en smoesjes

De Burlington Liars Club is een vereniging in de Verenigde Staten die jaarlijks een prijs uitreikt aan degene die de beste (en leukste) leugen vertelt. Ik vertelde daarover in mijn schoolschrijversklas in Amsterdam Oost. Niet helemaal tot mijn verrassing waren de hoogbegaafde kinderen hogelijk geïnteresseerd. Ik daagde ze dan ook uit met een verhalend woordspel.
Normaliter krijgen de kinderen iedere week een schrijf- of tekenopdracht, die ik voor het gemak “huiswerk” noem. De uitdaging luidde als volgt: “als je de allerbeste smoes weet te verzinnen (en te vertellen) waarom je je huiswerk niet hebt kunnen maken (of inleveren), heb je recht op eeuwige roem.”
Het was iedere week feest.

Leugens, niets dan leugens

Nee, de brug stond niet open.
De brug ging open, en de tas van de leerling (met het huiswerk erin) werd meegetrokken en, toen de brug haar hoogste stand had bereikt, in het water gekatapulteerd. Het kind sprong het water in om de tas en het huiswerk te redden, maar werd overvaren door een rijnrondvaartboot. Een eenzame kanoër moest haar van een gewisse dood redden, en sleepte haar naar de kant. Een oud vrouwtje bracht het kind in een gammele Kanga naar het ziekenhuis, alwaar ze uren moest wachten tot een eerste hulp arts haar vertelde dat zij gezond was, maar het huiswerk reddeloos verloren.
En anders was er wel iets met een UFO. Of een zombie. Of moest de laatste in Nederland levende oxapotatl gered worden uit de klauwen van een wilde kat, want je zou toch niet willen dat de oxapotatl uitgestorven zou geraken.
Je ziet het. De lat lag hoog, en kwam iedere keer hoger te liggen.

Wat heb je aan deze smoesjes?

Het was een toffe stelopdracht, met alle ruimte voor eigen fantasie, stijl en inhoudelijke interesses. Bovendien gaf het de deelnemers de gelegenheid hun theatrale vaardigheden tentoon te spreiden, en dat is ook wat waard.
De volgende keer laat ik ze hun smoes om geen huiswerk te maken als huiswerk opschrijven en inleveren. Eens kijken of ik daarmee weg kom.

Als je op zoek bent naar andere speelse stelopdrachten, kan je bijvoorbeeld hier kijken:

Woordspellerig (34): Klinkeren

Woorden maken met één enkele klinker

Op een basisschool in Amsterdam Oost treed ik regelmatig op in een klas hoogbegaafde kinderen. Ze weten veel, kunnen veel, en willen nogal eens uitwaaieren met hun gedrag en gedachten. Ik probeerde ze wat te focussen, bijvoorbeeld met gedichten met rijmdwang. Maar leuker vond ik het te kijken of ze met een woordspel zinnen of zelfs verhalen konden maken met één enkele klinker. Het leidde (uiteraard) tot verhitte discussies over de vraag of de Y al dan niet een klinker is (zoals hij in mijn naam voorkomt wel, maar zoals hij in yoghurt gebruikt wordt niet, was de voor iedereen acceptabele uitkomst), maar dat terzijde.

E-vertelsels

Na wat klassikale oefeningen met woorden waar alleen de klinker “e” in stond, moesten er e-vertelsels gemaakt worden. De resultaten waren bemoedigend.
Romijn schreef:
e-vertelsel
“We hebben wel zeven neefjes, en ze eten veel. Met het kerstfeest hebben we echt heel veel vers eten gegeten. En geen enkel neefje heeft te vrezen eten te vergeten.”

Er moet meer ge-aad worden!

Als huiswerk kregen de kinderen de vraag iets dergelijks te maken met de a. En een brutalo vond dat ik zelf ook aan de slag moest. Ik ben vergeten wat de kinderen zelf ge-aad hebben vast te leggen. Ik maakte, indachtig het feit dat collega Anna van Praag vorig jaar op deze school optrad:

Anna van Praag haat Ara’s. Mag dat?
Ja, dat mag.
Anna van Praag jaagt Ara’s. Mag dat?
Ja, dat mag.
Anna van Praag kaakt acht Ara’s. Mag dat?
Wat? Wat? Kaakt Anna van Praag acht Ara’s?
Ja. Anna van Praag kaakt acht Ara’s.
Bah, Anna! Bah!

Klinkeren of Lipogram

Als spel noemde ik het klinkeren, maar ik heb later eens opgezocht hoe je zo’n soort tekst formeel noemt. Het heet lipogram, dat zoveel betekent dat iets verboden wordt. Een a-lipogram betekent dat een woord geen a’s bevat. Een a-i-o-u-y-lipogram betekent dat de enige klinker die wel gebruikt mag worden de letter e is. In Opperlans! wordt deze versie spelenderwijs een e-legende genoemd. Een e-i-o-u-y-lipogram staat daar bekend als een a-saga. “Anna-praat”, dat kan wat mij betreft ook.
E-legendes zijn redelijk goed te doen. Je kunt alle lidwoorden gebruiken, en nogal wat voegwoorden en werkwoorden. Bij a-saga’s (of erger, u-klussen) moet je bijna d’apostrof als weinig fraaie noodgreep gebruiken.

En waar was dit goed voor?

Het was al met al een speelse oefening in woordzoeken, zinbouwen en verhaalbrouwen met beperkte middelen.

Woordspellerig (33): Woordlettervierkanten

Woorden maken op een vlak van 5 bij 5

Toen ik een paar weken geleden in De Kinderboekwinkel in Amsterdam een praatje mocht houden over taalspelen, hoorde ik over een woordspel dat collega Louise Bos thuis wel eens speelt. Na wat uitleg dacht ik: “dat ga ik ook proberen”. Dochterlief (12) was het welwillende en tamelijk enthousiaste (winnende) slachtoffer.

Het is de bedoeling om met min of weer willekeurige letters zoveel mogelijk woorden in het 5*5 vlak te maken. Des te meer woorden, en des te langer de woorden, des te meer punten een speler krijgt. En de meeste punten winnen.

Het spel

Men neme ter voorbereiding een velletje papier en een schrijfinstrument per speler. Teken op het papiertje een vierkant van 5 bij 5 blokjes. Daarmee zijn de voorbereidingen meteen klaar, en kan het echte spel beginnen.
Om de beurt mogen de spelers volstrekt naar eigen inzicht een letter opnoemen. Alle spelers moeten de genoemde letters ergens in hun eigen speelveld opnemen. Iedere speler probeert voor zicht zoveel mogelijk, zo lang mogelijke woorden te leggen. Je moet het (bij voorkeur) echt alleen doen. Meekijken bij ander spelers mag niet. Als 25 letters genoemd zijn, is het spel ten einde, en wordt gekeken wie de meeste woorden heeft, en hoe lang die woorden zijn.

De woorden worden van links naar rechts, en van boven naar beneden geteld. Woorden van twee letters krijgen twee punten, woorden van 3 letters drie, en zo verder.
woordspel Wij vonden het behoorlijk leuk. Ik kan me zo voorstellen dat je kleinere kinderen moet helpen bij het tellen van de punten. Sommige woorden zien ze wellicht zomaar over het hoofd. Wij legden de mooie letterreeks DELTA. 2 punten voor DE, twee punten voor EL, vijf punten voor DELTA. Maar de drie punten voor DEL werden bijna gemist. En de vier punten voor DELT (als vervoeging van het werkwoord DELLEN, hetgeen volgens een ander spel dellerig gedrag vertonen betekend), werden geheel over het onschuldige hoofd gezien.

Mogelijkheden, nut en naam

Er zijn spelvarianten mogelijk. Verplicht eenzelfde letter in het midden leggen, woorden die ook van rechts naar links of diagonaal gelezen mogen worden, andere tellingen, strafpunten voor woordkundigen, een groter speelveld, noem maar op.
Ik durf het aan met iedereen vanaf een jaar of acht te spelen. Maar niet in te grote groepen, anders duurt het allemaal te lang.
Wat rest nog? De vraag naar het nut van het spel? Naast talig tijdverdrijf? Bevordering van de woordenschat en aandacht voor spelling. Niks mis mee.

En ik noem het de woordlettervierkanten. Of letterwoordvierkanten. Of vierkantwoordletteren. Of vierkantletterwoorden.

Woordspellerig (32): 1-woords-kennismaking

Alle begin is moeilijk, ook voor een taalspeler die voor het eerst voor een specifieke docentengroep staat. Vorige week mocht ik weer een praatje houden over het nut van taalspellen en taalspelen. Passend bij het onderwerp koos ik voor een talig kennismakingsspel.
De startvraag luidde: “schrijf op een papiertje dat ene woord wat het beste bij je past”. Dat klinkt eenvoudig, maar er was natuurlijk toelichting nodig. Het gaat om dat ene woord dat aangeeft waar je nu mee bezig bent, wat je nu belangrijk vindt, waar je voor gewaardeerd wilt worden, dat je definieert.
Vervolgens vroeg ik de deelnemers de blaadjes om te draaien, en liet ik ze om de beurt raden naar wat een collega over zichzelf had opgeschreven.
woordspel, kennismaking, bezeten
Het werd een vrolijke en inzichtgevende oefening in zelfkennis en mensenkennis, en kon meteen gebruikt worden om de woordenschat aan te scherpen. Zo kwamen er voor sommigen nieuwe woorden op tafel (“dromenjager”, “fetisjist”), en werd er gediscussieerd over de betekenis van woorden (“bezeten”). En voor mij werkte het goed om een eerste beeld te krijgen van de deelnemers.
Leuk om te doen met (halve of hele) volwassenen.

Taalelement: Woordenschat
Leeftijd deelnemers: Volwassenen
Groepsomvang: 5-..
Inhoudelijk doel: Kennismaking

(*) Voor de cijferfetisjisten onder ons, in de kop staan 3,2 en 1 in aflopende volgorde.

Klik hier voor woordspel nr. 31, een taalspel met moeilijke woorden.

Woordspellerig (31): Meer met moeilijke woorden

Nieuwe woorden leren via taalspel?

Is er een taalspel dat direct gericht is op het aanleren van nieuwe woorden? Een taalspel dat je ook kunt inzetten om de grammatica te verbeteren? Een taalspel dat aanleiding geeft tot goede gesprekken en gebruikt kunnen worden als een begin van een verhaal? Ja. Dat is er.

Wat zijn moeilijke woorden?

Tijdens een verloren kwartiertje met wat collega’s liet ik ieder twee moeilijke woorden op papier zetten. “Wat is moeilijk?” was de voor de hand liggende vraag. “Dat mag je zelf kiezen,” was mijn antwoord. Het kan over een moeilijk begrip gaan, of moeilijk te spellen zijn, of anderszins moeilijk of slecht te begrijpen.
“Obstructie”, “hyacint”, “implementatiefase”, “cataract” en nog twee woorden die ik vergeten ben werden geopperd. De eerste leerfase bestond uit discussie over de juiste spelling van de woorden, maar ook over de betekenis. Zo wisten we niet allemaal dat cataract niet alleen een soort waterval is, maar ook een vorm van staar.

Volwassen resultaten

De vervolgopdracht luidde: maak van de twee woorden die een collega heeft opgeschreven een goede Nederlandse zin. Dit zou bij kinderen een goed moment zijn geweest om het over zinsbouw te hebben. De volwassenen konden gewoon aan de slag. Een van de gemaakte zinnen luidde: “De coach pleegde dusdanig veel mentale obstructie, dat het team absoluut niet toekwam aan de implementatiefase van het project.”

Deze zin paste wel bij de organisatie waar één van de deelnemers werkte.
In een geheel andere setting kwamen de woorden “waterlanders” en “mechanica” naar boven drijven. De daarop gebaseerde zin luidde: “De Waterlanders probeerden zich in de mechanica te verdiepen.” Waar de woordbedenker “waterlanders” nog zag als een ander woord voor tranen, maakte de zinschrijver er iets anders van, dat bij toeval goed paste bij het nieuwste boek van collega kinderboekenschrijver Marco Kunst. En zo kwam er vanzelf een gesprek op gang over de jeugdliteratuur.

Het taalspel is ook geschikt voor kinderen

De voorbeelden die ik net liet zien werden door volwassenen geproduceerd. Maar ik speelde het ook met twee kinderen, en met een klas vol kinderen uit groep 5. In de klas liet ik een paar kinderen de moeilijkste woorden die ze kenden opnoemen. Het waren “communiceren” en “inspiratie”. De kinderen leerden elkaar (met enige bijsturing mijnerzijds) de juiste schrijfwijze en betekenis. Vervolgens mocht iedereen proberen er een mooie zin van te maken. Wat mij bijbleef was de zin “Mijn ogen en hersenen communiceerden met elkaar, en daardoor kreeg ik inspiratie.”
Mooi, toch?