Tag Archive for Spelletjes

Woordspellerig (31): Meer met moeilijke woorden

Nieuwe woorden leren via taalspel?

Is er een taalspel dat direct gericht is op het aanleren van nieuwe woorden? Een taalspel dat je ook kunt inzetten om de grammatica te verbeteren? Een taalspel dat aanleiding geeft tot goede gesprekken en gebruikt kunnen worden als een begin van een verhaal? Ja. Dat is er.

Wat zijn moeilijke woorden?

Tijdens een verloren kwartiertje met wat collega’s liet ik ieder twee moeilijke woorden op papier zetten. “Wat is moeilijk?” was de voor de hand liggende vraag. “Dat mag je zelf kiezen,” was mijn antwoord. Het kan over een moeilijk begrip gaan, of moeilijk te spellen zijn, of anderszins moeilijk of slecht te begrijpen.
“Obstructie”, “hyacint”, “implementatiefase”, “cataract” en nog twee woorden die ik vergeten ben werden geopperd. De eerste leerfase bestond uit discussie over de juiste spelling van de woorden, maar ook over de betekenis. Zo wisten we niet allemaal dat cataract niet alleen een soort waterval is, maar ook een vorm van staar.

Volwassen resultaten

De vervolgopdracht luidde: maak van de twee woorden die een collega heeft opgeschreven een goede Nederlandse zin. Dit zou bij kinderen een goed moment zijn geweest om het over zinsbouw te hebben. De volwassenen konden gewoon aan de slag. Een van de gemaakte zinnen luidde: “De coach pleegde dusdanig veel mentale obstructie, dat het team absoluut niet toekwam aan de implementatiefase van het project.”

Deze zin paste wel bij de organisatie waar één van de deelnemers werkte.
In een geheel andere setting kwamen de woorden “waterlanders” en “mechanica” naar boven drijven. De daarop gebaseerde zin luidde: “De Waterlanders probeerden zich in de mechanica te verdiepen.” Waar de woordbedenker “waterlanders” nog zag als een ander woord voor tranen, maakte de zinschrijver er iets anders van, dat bij toeval goed paste bij het nieuwste boek van collega kinderboekenschrijver Marco Kunst. En zo kwam er vanzelf een gesprek op gang over de jeugdliteratuur.

Het taalspel is ook geschikt voor kinderen

De voorbeelden die ik net liet zien werden door volwassenen geproduceerd. Maar ik speelde het ook met twee kinderen, en met een klas vol kinderen uit groep 5. In de klas liet ik een paar kinderen de moeilijkste woorden die ze kenden opnoemen. Het waren “communiceren” en “inspiratie”. De kinderen leerden elkaar (met enige bijsturing mijnerzijds) de juiste schrijfwijze en betekenis. Vervolgens mocht iedereen proberen er een mooie zin van te maken. Wat mij bijbleef was de zin “Mijn ogen en hersenen communiceerden met elkaar, en daardoor kreeg ik inspiratie.”
Mooi, toch?

Woordspellerig (30): Zelf-woord-portretten

Kennismaking via een taalspel

Wat doe je met een groep mensen die je niet zo goed kent? Je gaat kennismaken! En een taalspel leent zich hier goed voor.
Zo deed ik talige kennismakingsspelletjes met een groep leerkrachten van een basisschool.
Eerst maakten we naamsacroniemen voor elkaar (zie hiervoor woordspellerig nr 1). Daarna liet ik de leerkrachten van één van de woorden die ze goed bij zichzelf vonden passen een prachtige maar zwaar overdreven (bijna leugenachtige) zin maken.
Het was grappig. Maar het was vooral de opmaat voor het maken van zelf-woord-portretten.

Taal en beeldtaal: portretten

Portretten en zelfportretten en zijn vooral beeldig, maar beeld-talig portretteren kan best.
Voor de taalactivering begon ik met het inventariseren van woorden die het eigen lichaam beschreven. Daarna gingen we op zoek naar de vaardigheden en eigenaardigheden van het lichaam. Tenslotte kwamen de behoeftes aan bod.
Nu hadden we genoeg woorden om er beelddichten van te gaan maken (na uitleg en voorbeelden te hebben geven: https://www.google.nl/search?q=beelddicht).
Voor de taligen onder ons: beelddichten zijn gedichten waarbij de uiterlijke verschijningsvorm lijkt op het onderwerp dat beschreven wordt.
Voor de beeldigen onder ons: beelddichten zijn tekeningen waarbij het beeld niet is opgebouwd uit lijnen en kleurvlakken, maar uit woorden.

We maakten geen gewone beelddichten, maar zelf-beeld-dichten. Zelf-woord-portretten.

Het resultaat

Er was niet veel tijd beschikbaar, dus streefden we niet naar prachttaal of prachtbeeld, maar wel naar herkenbaarheid. Dat had ook best anders gekund. Hieronder zie je wat resultaten.
Zoek mijn eigen zelf-woord-portret!




Wellicht lukt het ook met basisschoolkinderen, ik ga het zeker een keer proberen.

Woordspellerig (29): (ver-)werkwoorden

Een taalspel met zelfstandige werkwoordige naamwoorden

Er zijn zelfstandig naamwoorden (ding-woorden) die in hun meervoudsvorm ook een werkwoord (doe-woord) zijn. Het meervoud van voetbal is voetballen. En voetballen is iets dat je kan doen.
Bij voetballen liggen de betekenis van het werkwoord en het zelfstandig naamwoord dicht bij elkaar. Voetballen doe je met een voetbal.
Dat is niet altijd zo. Het meervoud van bak is bakken, maar bakken doe je niet met een bak. Bakken doe je eerder met een bakvorm, een kom, een mixer en een (bak-)oven.
Ik denk dat de meeste zelfstandig naamwoorden in hun meervoudsvorm geen werkwoord zijn. Dat komt natuurlijk doordat een hoop meervouden niet op -en eindigen, maar op –s (tafel, tafels), maar vooral omdat je sommige dingen nu eenmaal niet doet. Je gaat niet bedden. Of stenen. Of dingen. Of stoelen.
Of toch wel?

Kan je zelfstandig-naamwoorden?

In groep 4 ging ik op onderzoek uit. We zochten meervoudsvormen met –en, en bedachten wat het zou kunnen betekenen. Zo werd “bedden” naar bed gaan, “benen” een ander woord voor lopen, en wat “stoelen” is kan je in het filmpje bekijken.

Kom je zo bijzondere dingen tegen? Jawel hoor. Zo is “ballen” voor sommigen een werkwoord dat niet helemaal geschikt is voor 8-jarigen. En “gebouwen” is een werkwoord dat Jotie ’t Hooft in een gedicht gebruikte (Uit “en wat dan?”: …/Want wie als ik nooit heeft/gebouwen laat niets achter dan/
verwachting en verwarring en/wat dan?/…).
Voor je het weet gaat een taalspel daarmee over in seksuele voorlichting of poëzie-analyse. Niet verkeerd voor een spelletje werkwoorden.

PS: de andere kant op kan vast ook. Wat is een wandel? Of een tennis?

Woordspellerig (26): ja/nee

2016-04-25 14.16.23

Ooit was er een spelprogramma op de radio waarbij een spelleider een deelnemer het leven zwaar maakte. De deelnemer mocht de woorden “ja” en “nee” niet gebruiken. In Asterix en de gladiatoren werd een moeilijker versie gespeeld. De woorden “wit” en “zwart” mochten ook niet. En ik hoorde ook een keer een spelletje waarbij niet ge-“euht” mocht worden.
Dit soort spelletjes zijn goed met z’n tweeën te doen, maar ook met een grotere groep. Je hebt een spelleider nodig en duidelijke regels over wat wel en niet mag. Wat natuurlijk altijd mag, is het voeren van een goed gesprek. Zolang er maar niet gejaat en geneet (of erger) wordt.
Is dit spel ergens goed voor? Ja. Nee. Je let beter op wat je zelf zegt en op wat gezegd wordt. Maar of je daarmee ook beter naar elkaar luistert waag ik te betwijfelen.

Honderd jaar geleden (en misschien wel langer terug) hoorde ik iemand op nog een andere manier met ja’s en nee’s spelen. Drummer/dichter/zanger/portier Ton Lebbink had een tekst waarin hij de woorden “ja” en “nee” verwisselde. Zo werd Nederland Jaderland, Nepal Japal, en Kenia Keninee.
Hier tref je een link naar het liedje.

De ja/nee wisseling is ook leuk om zelf (of in een klas) te doen. Zoek een ja/nee woord (in de klank), verander het en geniet.
Dit spel kan ook met andere woordtegenstellingen. Zo kan een koninkrijk een koninkarm of een koninginrijk of een presidentrijk worden. Husselen met goed/kwaad (landkwaad), meer/minder (zeeminderman) levert ook leuke dingen op. Het is wel handig als de wisselwoorden vaak voorkomen.

Woordspellerig (25): Drie Dingen (verhalenmaker)

Hoe verzin je een verhaal? Het is een vaakgestelde en veelgehoorde vraag. Bij ieder schoolbezoek is er wel iemand die het wil weten.
Nu heeft een schrijver vaak genoeg aan een enkel woord. Het maakt zelfs niet uit wat voor woord. Ik kan een recensie schrijven over “ik”, een gedicht over “koe”, een blog over “keukenschaar”. Geef me een woord en wat tijd, en er volgt wel wat.
Maar soms stokt het, laat de fantasie je in de steek, zijn er hulpmiddelen nodig. Vooral als je een goed verhaal wil maken met een hoofdpersoon, en actie. Een paar van die hulpmiddelen lenen zich ook voor een verhaalmaakspel.

Collega Marco Kunst vertelde me over een wonderlijk dier, een alledaags gebruiksvoorwerp en een historisch transportmiddel. Hij liet een klas vol kinderen fantaseren over een verhaal waar ze alle drie in voor moesten komen.
Ik probeerde het hem na te doen. Ik liet middenbouwkinderen in groepjes praten en denken over een verhaal met een regenwurm, een stekel (van een stekelvarken) en kauwgum. Zo transformeerde een meisje een stekels verzamelende regenwurm in een stekelvis, die door zijn moeder alleen nog maar geknuffeld kon worden als ze alle stekels met uitgekauwde gummetjes beveiligde. Een ander spalkte een gekneusde regenwurm met de stekel van een stekelvarken en bevestigde de stekel met kauwgum aan de wurm. En er was een regenwurm die struikelde over een stekel, en na zijn val bleef plakken in kleverige kauwgum.
2016-03-31 14.32.41
Het spel kan op allerlei manieren gespeeld worden. Ik verzon drie dingen (met inbreng van kinderen), schreef ze op het bord, en liet de kinderen een paar minuten met elkaar praten. Daarna mochten ze om beurten vertellen wat ze bedacht hadden. Bij een andere versie liet ik ze het verhaal (op hoofdlijnen) uitschrijven en tekenen. Dat kostte natuurlijk meer tijd.
Ik testte het spel ook op volwassenen uit. Een groepje ouders bij een voorlichtingsdag kregen een vergelijkbare opdracht. De fantasie werd behoorlijk aangewakkerd, en die ene ouder die zichzelf als fantasieloos beschouwde kwam met een bijna realistisch historisch verhaal. Hij was trots op zichzelf, en terecht.

Natuurlijk zijn er deelnemers die blokkeren, die wat hulp nodig hebben. Wat misschien helpt is dat alles mag, dieren mogen dood zijn, dingen mogen tot leven komen, je mag hulp inroepen van andere voorwerpen of personen (ufo’s, spoken, prinsessen, kanaries), je kunt je afvragen wat er gebeurt als een ding opeens verschijnt of verdwijnt, er zijn nogal wat suggesties de kunnen helpen. Dat alles in de hoop dat je de deelnemers niet blokkeert met je eigen fantasie.

Ik noem het spel: Drie Dingen.
Je hebt ook andere spelen die vergelijkbaar werken, zoals vier dingen, of vijf dingen. Of negen dingen (er is een dobbelsteenspel met 9 stenen, 54 verschillende plaatjes, waar je een verhaal mee moet maken).
Het helpt als één van de dingen levend is, dan heb je alvast een personage te pakken. En objecten zijn ook fijn. En een plaats en een tijdstip kan je ook best gebruiken. Maar hoe meer dingen je gebruikt, hoe meer je het verhaal vastlegt en stuurt.

Woordspellerig (23): Letterwisselaar

Ik ben dol op taalspelletjes. Excuses. Taalspelen. Ze dienen de verruiming van de woordenschat, vormen een oefening in woordvinding, bieden gelegenheid de spelling te verbeteren, kunnen het groepsgevoel versterken, en dwingen de spelleider de regels en doelstellingen helder te formuleren. Soms is er zelfs een nog hoger doel. Iets met creativiteit, of zo.
Vandaag mocht ik mijn kwaliteiten als spelleider weer oefenen. In 3 combinatiegroepen 3-4-5 speelde ik de letterwisselaar.

De speluitleg:
Stap 1: Begin met een willekeurig woord.
Stap 2: Maak een nieuw woord, waarbij je slechts 1 van het vorige woord mag wijzigen.
Herhaal stap 2.
Doel: Probeer in zo min mogelijk rondes bij een woord uit te komen dat alleen uit letters bestaat die in het beginwoord niet voorkwamen.
Klaar!

Een voorbeeld helpt vast:
Mens
Gems (n vervangen door g & letters husselen)
Smog (e vervangen door o & letters husselen)
Gons (m vervangen door n & letters husselen)
Long (s vervangen door l & letters husselen)
Grol (n vervangen door r & letters husselen)

(Het moet sneller kunnen, probeer maar!)

Het helpt om, als je dit spel klassikaal op een schoolbord doet, alvast met puntjes aan te geven hoeveel letters steeds gebruikt moeten worden:
Mens
. . . .
. . . .
. . . .
. . . .
Als je de woorden netjes onder elkaar zet krijg je een woordenblok.

Het helpt ook om aan te geven welke letters al vervangen zijn (en welke nog vervangen moeten worden).

Bij het spelen kom je vanzelf gelegenheden tegen waarbij je nieuwe regels kunt stellen. Mogen eigennamen wel of niet? Is het goed als een letter eerst verdwijnt en daarna weer terugkeert (een-> oen> nee). Leef je uit, los het op. Van mij mag het, als het goed uitkomt

Voor kinderen uit groep 3 is dit vak wat te moeilijk. Kinderen uit groep vier en vijf kunnen het met wat hulp wel aan. Ze tonen soms wel een voorliefde voor woorden als poep (pomp->poep) en pies (lief -> liep -> pies), maar dat zijn ook prima vier-letterwoorden.
Voor oudere kinderen en volwassenen is de hemel de grens. Er is niets mis met 5,6,7,8 of meer letterwoorden.

De leerdoelen van dit spel staan in de eerste alinea.

Woordspellerig (22): Woordverlenger plus-1-letter

2016-02-03 10.35.06
Ergens anders schreef ik over het steeds langer maken van woorden door woorden aan woorden te plakken. En over het steeds langer maken van zinnen door woorden toe te voegen. En over het steeds langer maken van verhalen door zinnen toe te voegen.
Nu ga ik weer terug naar iets kleins. Iets piepkleins. Het kleinste element in onze geschreven taal is de letter. Hoe meer letters, hoe langer het woord.

In 3 verschillende middenbouwgroepen van een Montessorischool speelde ik plus-1-letter. We begonnen met een inventarisatie van alle 2-letterwoorden die we kenden. Daarna kozen we er één uit. En toen begon de zoektocht. Kan je een langer woord maken door er één letter aan toe te voegen? Alle letters uit het eerste woord moeten gebruikt worden, en alle letters mogen van plaats veranderen. Als je de woorden netjes onder elkaar zet krijg je een piramide.
De kinderen uit groep drie konden vaak nog wel 3- of 4-letterwoorden verzinnen, de kinderen uit de groepen vier en vijf kwamen verder.
Eerst deden we het klassikaal, op het bord, daarna mocht iedereen zijn/haar eigen favoriete 2-letter-woord kiezen en aan de slag.
Van er, naar eer, naar beer (door sommige 5 jarigen gespeld als bir), naar bever.
op 2016-02-03 10.41.31

Voor de gevorderden blijft het spel leuk (probeer maar eens tot een 17-letterwoord te komen).
Als je klaar bent, zou je kunnen proberen woordverkorter min-1-letter te kunnen spelen. Ik heb het nog niet met een klas gedaan, en ik vermoed dat het wat moeilijker is. Zeker als je nieuwe woorden moet maken, woorden die niet in de woordverlenger zitten.
Van bever naar ever naar ver naar ré (van do re mi).

Voor degenen die graag een leerdoel hebben: woordenschat uitbreiding, spelling, woordvinding, tellen, piramides tekenen, luisteren en kijken; dat alles wordt geoefend.

Woordspellerig (21): Woordbeeld

Ik lees wel eens een boek. Soms bekijk ik er ook een. Een tijdje terug las/bekeek ik het boek “Word as Image” van Ji Lee. Lee Is een ontwerper/designer, en dat valt te zien. Hij maakt beelden met woorden en letters.

Zie de letters die je gebruikt als vormen. Probeer met de letters in een woord een totaalbeeld te maken, dat past bij het woord. Je mag geen andere dingen gebruiken dan de letters zelf. En dan zijn er tips die helpen:
– Gebruik grote en kleine letters
– Kijk wat er gebeurt als je de letters omdraait of spiegelt
– Vervorm de letters, maak ze langer of korter, dikker of dunner, hak er desnoods een stukje af
– Zie letters als objecten
– Varieer het lettertype (met of zonder schreefjes, met of zonder fratsen).

Hieronder staan wat voorbeelden die ik zelf gemaakt heb.
untitled (2)

Ik probeerde z’n procedé met kinderen uit groep 8 te volgen. Ze vonden het lastig om er geen dingen bij te tekenen, maar vonden het wel leuk om te doen. Sommigen waren er zelfs goed in.
2015-04-14 10.13.38
2015-04-14 09.33.17

En ja, ook dit spel stimuleert taalcreativiteit, beeldvaardigheid, inzicht in taal/beeld-combinatie, interactie en meer.

Woordspellerig (20): Woordplicht

Neem een lokaal vol deelnemers.
Laat ze willekeurige woorden noemen.
Schrijf deze woorden op een bord.
Leg nu de bedoeling van het spel uit:
– Gebruik minstens zoveel of zoveel woorden van deze lijst voor een kort verhaal.
– Het verhaal bestaat uit precies drie (of vier of vijf of zes) zinnen.
– Vervoegingen en meervouds/enkelvoudsvormen mogen gebruikt worden.

Geef de deelnemers een paar minuten de tijd om te denken en te schrijven.
Doe zelf ook mee.
Laat het resultaat voorlezen.
Wees (hopelijk blij) verrast over de verschillende uitkomsten.
Hoop maar dat je eigen verhaal niet onderdoet voor de verhalen van de deelnemers.

——-
In een groep 8 deed ik dit spel met zo’n 18 kinderen. Ik ben vergeten een bordfoto te maken, maar dit waren voor zover ik me kan herinneren de 15 woorden die ze zelf genoemd hadden:
Moestuin
Soep
Baksteen
Klein
Groot
Gooien
Water
Kort
Kabouter
Zwerver
Bal
Ontbijt
Fiets
Bril
School

Hieronder staat mijn favoriete verhaal.
2015-04-14 10.24.40

Een prima stelopdracht, met ruimte voor creativiteit, leerpunten over de meerwaarde van beperkingen en met verwondering over de verschillende resultaten (als er geluisterd wordt).

Woordspellerig (19): Zin in vieren

2015-03-17 09.59.13-2
Op de blog van een zeer gewaardeerde collega Schoolschrijver trof ik een spelletje dat ik ook wilde proberen.
Het spelidee is dat je in vier stappen, door vier verschillende mensen, laat werken aan een zin die volgens een vast stramien (wie, wat, waarmee, waar) is opgebouwd. De deelnemers krijgen het werk van hun collega’s pas aan het einde te zien. Dat kan tot absolute onzinnen leiden, maar ook tot prachtige poëzie, en alles wat daar tussen zit.
Verdeel de deelnemers in groepjes van vier. Iedereen krijgt een a4tje. Leg de bedoeling van het spel uit (echt, dat helpt). En dan begint het.

  • Bedenk een persoon of dier en schrijf op. Dit is het onderwerp, de “wie”, en dan liefst met een lidwoord ervoor.
  • Vouw het blaadje, zodat niemand kan zien wat je geschreven hebt. Schuif het blad een plaats door met de klok mee.
  • Schrijf op het blaadje dat je nu hebt gekregen iets op wat je kunt doen. Dit is het werkwoord, de “wat”, en dan liefst in de tegenwoordige tijd, 2e persoon enkelvoud.
  • Vouw het blaadje, zodat niemand kan zien wat je geschreven hebt. Schuif het blad een plaats door met de klok mee.
  • Schrijf een ding op. Het maakt niet uit wat voor ding, alles mag. Dit is het lijdend voorwerp, de “waarmee”, en dan liefst weer met een lidwoord ervoor.
  • Vouw het blaadje, zodat niemand kan zien wat je geschreven hebt. Schuif het blad een plaats door met de klok mee.
  • Schrijf een plaats op. Dat mag van alles zijn, van “in Amsterdam” tot “achter het behang”. Dit is de locatie, de “waar”.
  • Schuif het blaadje door. Als het goed is, heeft degene die met dit blaadje begon het eigen vel papier weer voor de neus.
  • Vouw je blaadje open. Probeer de handschriften te ontcijferen en de zin te lezen.

    Met een beetje mazzel heb je een kloppende en logische Nederlandse zin, en dan liefst ook nog een leuke.
    Ik heb het spel twee keer gespeeld met kinderen uit groepen 7. De eerste keer legde ik het einddoel van het spel niet uit. Dat leidde vooral tot nonsens. Bij de tweede groep gaf ik vooraf meer informatie. Dat bleek enorm te helpen. Natuurlijk kwam er ook wartaal uit, maar vaker waren de zinnen begrijpelijk, leuk of bijzonder.
    Hier staan wat vondsten:

  • Het monster eet sportschoenen in de dierentuin.
  • De wandelende tak verstopt zijn borstel in het pretpark
  • De bal is vermoord op het voetbalveld
  • Het paard zingt met de microfoon in de nagelstudio
  • De uil voetbalt met een lucifer in een actieve vulkaan.

    De kinderen waren enthousiast en vrolijk, en ik was blij met het resultaat.
    Nu nog op zoek naar een bijpassend leerdoel. Iets met taal, samenwerking, vertrouwen, toeval en creativiteit.

    De resultaten lenen zich overigens goed voor geïnspireerde tekeningen.