Tag Archive for Schooloptreden

De vogel en de schoolschrijver

Van januari tot en met mei 2016 bezocht ik als schoolschrijver de vestiging Azaleastraat van Montessorischool boven ‘t IJ in Amsterdam. Samen met de kinderen uit een middenbouwgroep werkte ik aan een verhaal over een gewonde vogel. Het is uitgewerkt in een animatiefilm. We hadden een eerste scene maar wisten van tevoren niet wat er verder ging gebeuren. Iedere week plakten we een stukje aan het verhaal vast. In dit filmpje zie je het resultaat.
Ik ben er blij mee.

Overzees schoolbezoek

29 April was ik in Alexandria. Dat is in de staat Virginia, in de Verenigde Staten. En daar bezocht ik de Charles Barret Elementary School voor een flitsbezoek en voorleessessie. Miro en Tesla in het Engels!
2016-04-29 14.14.282016-04-29 14.13.54

Ik ben ook in Nederland te porren voor een schoolbezoek. Kijk maar hier.

De films van de schoolkinderen en de schoolschrijver

Dit jaar mag ik voor de derde keer als schoolschrijver optreden. Dit keer op de Montessori basisschool Boven ‘t IJ in Amsterdam-Noord. Die school heeft twee vestigingen, en ik ben op de vestiging aan de Azaleastraat actief.
Een van mijn vaste programma-onderdelen is het maken van films. De kinderen ontwikkelen een verhaallijn, en ik maak daar een tekenfilm bij. Ik maak een allereerste beginnetje, en dan zien we wel hoe het verder gaat. Iedere les komt er een stukje bij.
Hieronder zie je de eerste opzetjes van de films. Als ze af zijn (en we er allemaal trots op zijn) laat ik het eindresultaat zien.
Deze gaat over een uil:


En deze over een andere vogel:

Woordspellerig (23): Letterwisselaar

Ik ben dol op taalspelletjes. Excuses. Taalspelen. Ze dienen de verruiming van de woordenschat, vormen een oefening in woordvinding, bieden gelegenheid de spelling te verbeteren, kunnen het groepsgevoel versterken, en dwingen de spelleider de regels en doelstellingen helder te formuleren. Soms is er zelfs een nog hoger doel. Iets met creativiteit, of zo.
Vandaag mocht ik mijn kwaliteiten als spelleider weer oefenen. In 3 combinatiegroepen 3-4-5 speelde ik de letterwisselaar.

De speluitleg:
Stap 1: Begin met een willekeurig woord.
Stap 2: Maak een nieuw woord, waarbij je slechts 1 van het vorige woord mag wijzigen.
Herhaal stap 2.
Doel: Probeer in zo min mogelijk rondes bij een woord uit te komen dat alleen uit letters bestaat die in het beginwoord niet voorkwamen.
Klaar!

Een voorbeeld helpt vast:
Mens
Gems (n vervangen door g & letters husselen)
Smog (e vervangen door o & letters husselen)
Gons (m vervangen door n & letters husselen)
Long (s vervangen door l & letters husselen)
Grol (n vervangen door r & letters husselen)

(Het moet sneller kunnen, probeer maar!)

Het helpt om, als je dit spel klassikaal op een schoolbord doet, alvast met puntjes aan te geven hoeveel letters steeds gebruikt moeten worden:
Mens
. . . .
. . . .
. . . .
. . . .
Als je de woorden netjes onder elkaar zet krijg je een woordenblok.

Het helpt ook om aan te geven welke letters al vervangen zijn (en welke nog vervangen moeten worden).

Bij het spelen kom je vanzelf gelegenheden tegen waarbij je nieuwe regels kunt stellen. Mogen eigennamen wel of niet? Is het goed als een letter eerst verdwijnt en daarna weer terugkeert (een-> oen> nee). Leef je uit, los het op. Van mij mag het, als het goed uitkomt

Voor kinderen uit groep 3 is dit vak wat te moeilijk. Kinderen uit groep vier en vijf kunnen het met wat hulp wel aan. Ze tonen soms wel een voorliefde voor woorden als poep (pomp->poep) en pies (lief -> liep -> pies), maar dat zijn ook prima vier-letterwoorden.
Voor oudere kinderen en volwassenen is de hemel de grens. Er is niets mis met 5,6,7,8 of meer letterwoorden.

De leerdoelen van dit spel staan in de eerste alinea.

Woordspellerig (22): Woordverlenger plus-1-letter

2016-02-03 10.35.06
Ergens anders schreef ik over het steeds langer maken van woorden door woorden aan woorden te plakken. En over het steeds langer maken van zinnen door woorden toe te voegen. En over het steeds langer maken van verhalen door zinnen toe te voegen.
Nu ga ik weer terug naar iets kleins. Iets piepkleins. Het kleinste element in onze geschreven taal is de letter. Hoe meer letters, hoe langer het woord.

In 3 verschillende middenbouwgroepen van een Montessorischool speelde ik plus-1-letter. We begonnen met een inventarisatie van alle 2-letterwoorden die we kenden. Daarna kozen we er één uit. En toen begon de zoektocht. Kan je een langer woord maken door er één letter aan toe te voegen? Alle letters uit het eerste woord moeten gebruikt worden, en alle letters mogen van plaats veranderen. Als je de woorden netjes onder elkaar zet krijg je een piramide.
De kinderen uit groep drie konden vaak nog wel 3- of 4-letterwoorden verzinnen, de kinderen uit de groepen vier en vijf kwamen verder.
Eerst deden we het klassikaal, op het bord, daarna mocht iedereen zijn/haar eigen favoriete 2-letter-woord kiezen en aan de slag.
Van er, naar eer, naar beer (door sommige 5 jarigen gespeld als bir), naar bever.
op 2016-02-03 10.41.31

Voor de gevorderden blijft het spel leuk (probeer maar eens tot een 17-letterwoord te komen).
Als je klaar bent, zou je kunnen proberen woordverkorter min-1-letter te kunnen spelen. Ik heb het nog niet met een klas gedaan, en ik vermoed dat het wat moeilijker is. Zeker als je nieuwe woorden moet maken, woorden die niet in de woordverlenger zitten.
Van bever naar ever naar ver naar ré (van do re mi).

Voor degenen die graag een leerdoel hebben: woordenschat uitbreiding, spelling, woordvinding, tellen, piramides tekenen, luisteren en kijken; dat alles wordt geoefend.

Kinderboekenweek 2015

Van woensdag 7 t/m zondag 18 oktober 2015 is het weer kinderboekenweek. Het motto van dit jaar is ‘Raar, maar waar!’ Scholen, bibliotheken, boekhandels, schrijvers en illustratoren schenken extra aandacht aan natuur, wetenschap en techniek. En mijn verhalen, boeken en tekeningen passen daar ook bij.
Je kunt me inhuren voor een bezoek via de stichting Schrijvers School Samenleving (SSS).
Hier staat een link naar mijn informatiepagina bij de SSS.

De schoolschrijver maakt een ballenfilm

Begin dit jaar startte ik als schoolschrijver op de Burgemeenster de Vlugtschool in Amsterdam.
Met de kinderen uit groep 4B ging ik aan de slag met een film over een pop met een bal. Ik maakte de eerste negen seconden film, en besloot verder samen met de kinderen hoe de film zich zou ontwikkelen. Iedere week kwamen we een stukje verder. Na 9 weken hadden we een bewonderenswaardig resultaat bereikt. En dat kan je hieronder bekijken.

Woordspellerig (20): Woordplicht

Neem een lokaal vol deelnemers.
Laat ze willekeurige woorden noemen.
Schrijf deze woorden op een bord.
Leg nu de bedoeling van het spel uit:
– Gebruik minstens zoveel of zoveel woorden van deze lijst voor een kort verhaal.
– Het verhaal bestaat uit precies drie (of vier of vijf of zes) zinnen.
– Vervoegingen en meervouds/enkelvoudsvormen mogen gebruikt worden.

Geef de deelnemers een paar minuten de tijd om te denken en te schrijven.
Doe zelf ook mee.
Laat het resultaat voorlezen.
Wees (hopelijk blij) verrast over de verschillende uitkomsten.
Hoop maar dat je eigen verhaal niet onderdoet voor de verhalen van de deelnemers.

——-
In een groep 8 deed ik dit spel met zo’n 18 kinderen. Ik ben vergeten een bordfoto te maken, maar dit waren voor zover ik me kan herinneren de 15 woorden die ze zelf genoemd hadden:
Moestuin
Soep
Baksteen
Klein
Groot
Gooien
Water
Kort
Kabouter
Zwerver
Bal
Ontbijt
Fiets
Bril
School

Hieronder staat mijn favoriete verhaal.
2015-04-14 10.24.40

Een prima stelopdracht, met ruimte voor creativiteit, leerpunten over de meerwaarde van beperkingen en met verwondering over de verschillende resultaten (als er geluisterd wordt).

Woordspellerig (19): Zin in vieren

2015-03-17 09.59.13-2
Op de blog van een zeer gewaardeerde collega Schoolschrijver trof ik een spelletje dat ik ook wilde proberen.
Het spelidee is dat je in vier stappen, door vier verschillende mensen, laat werken aan een zin die volgens een vast stramien (wie, wat, waarmee, waar) is opgebouwd. De deelnemers krijgen het werk van hun collega’s pas aan het einde te zien. Dat kan tot absolute onzinnen leiden, maar ook tot prachtige poëzie, en alles wat daar tussen zit.
Verdeel de deelnemers in groepjes van vier. Iedereen krijgt een a4tje. Leg de bedoeling van het spel uit (echt, dat helpt). En dan begint het.

  • Bedenk een persoon of dier en schrijf op. Dit is het onderwerp, de “wie”, en dan liefst met een lidwoord ervoor.
  • Vouw het blaadje, zodat niemand kan zien wat je geschreven hebt. Schuif het blad een plaats door met de klok mee.
  • Schrijf op het blaadje dat je nu hebt gekregen iets op wat je kunt doen. Dit is het werkwoord, de “wat”, en dan liefst in de tegenwoordige tijd, 2e persoon enkelvoud.
  • Vouw het blaadje, zodat niemand kan zien wat je geschreven hebt. Schuif het blad een plaats door met de klok mee.
  • Schrijf een ding op. Het maakt niet uit wat voor ding, alles mag. Dit is het lijdend voorwerp, de “waarmee”, en dan liefst weer met een lidwoord ervoor.
  • Vouw het blaadje, zodat niemand kan zien wat je geschreven hebt. Schuif het blad een plaats door met de klok mee.
  • Schrijf een plaats op. Dat mag van alles zijn, van “in Amsterdam” tot “achter het behang”. Dit is de locatie, de “waar”.
  • Schuif het blaadje door. Als het goed is, heeft degene die met dit blaadje begon het eigen vel papier weer voor de neus.
  • Vouw je blaadje open. Probeer de handschriften te ontcijferen en de zin te lezen.

    Met een beetje mazzel heb je een kloppende en logische Nederlandse zin, en dan liefst ook nog een leuke.
    Ik heb het spel twee keer gespeeld met kinderen uit groepen 7. De eerste keer legde ik het einddoel van het spel niet uit. Dat leidde vooral tot nonsens. Bij de tweede groep gaf ik vooraf meer informatie. Dat bleek enorm te helpen. Natuurlijk kwam er ook wartaal uit, maar vaker waren de zinnen begrijpelijk, leuk of bijzonder.
    Hier staan wat vondsten:

  • Het monster eet sportschoenen in de dierentuin.
  • De wandelende tak verstopt zijn borstel in het pretpark
  • De bal is vermoord op het voetbalveld
  • Het paard zingt met de microfoon in de nagelstudio
  • De uil voetbalt met een lucifer in een actieve vulkaan.

    De kinderen waren enthousiast en vrolijk, en ik was blij met het resultaat.
    Nu nog op zoek naar een bijpassend leerdoel. Iets met taal, samenwerking, vertrouwen, toeval en creativiteit.

    De resultaten lenen zich overigens goed voor geïnspireerde tekeningen.

    Woordspellerig (16): Wat is een WAT?

    draak kopie

    Wat zijn een faliwop, een filimonga en een zaboekoeti?

    Om de fantasie wat te prikkelen vroeg ik een klasje 7/8 jarigen naar hun ideeën over beesten met veemde namen. Ik interviewde een paar betrokken kinderen over het uiterlijk en gedrag van deze dieren.
    Wat voor dier is het? Zoogdier, reptiel, vogel, buitenaards, of wat dan ook?
    Hoe zien ze eruit? Groot of klein, dik of dun, harig of niet, met welke kleur?
    Wat is het karakter? Vriendelijk, gevaarlijk, boos of lief?
    Hoe gedraagt het dier zich? Dreigend, teruggetrokken, schichtig?
    Wat eet het dier? IJsjes, vlees, melkproducten, wolken?
    Wat voor geluid maakt het?
    Wat kan je nog meer over het dier zeggen?

    En wat leverde dit op?
    De faliwop bleek een gevaarlijke harige spin, met een lijf ter grote van een dinerbord en grote dikke poten. De zaboekoeti was een vleesetend, geel, mensgroot zoogdier, met een enorme diepe brul, scherpe tanden en een venijnig uiterlijk (een beetje zoals de schrijver zelf). De filimonga was een geel/groen/bruine vuurspuwende draakachtige met een goed karakter.
    In een volgend improvisatierondje onderstreepte de zaboekoeti zijn gevaarlijke gedrag door in een van de poten van de faliwop te bijten. Op de noodkreet van de faliwop kwam de filimonga aangestormd, die de zaboekoeti met een karatetrap buiten gevecht stelde. Zoals te verwachten werd de faliwop verliefd op haar reddende draak, en leefden ze nog lang en gelukkig.

    De brave verantwoordelijke schrijver zag dit als een oefenend opstapje naar het definiëren van karakters in verhalen, en een aanleiding voor een rondje improvisatietoneel. De onverantwoordelijke procesbegeleider zag het als een gelegenheid om baldadig gedrag te vertonen, en de kinderen aan het brullen te krijgen.

    NB: De juf beloofde na de les op internet te kijken of deze dieren in het echt ook bestaan, en wat voor dieren het dan zijn. Ik ben benieuwd wat ze ontdekt.