Woordspellerig (19): Zin in vieren

2015-03-17 09.59.13-2
Op de blog van een zeer gewaardeerde collega Schoolschrijver trof ik een spelletje dat ik ook wilde proberen.
Het spelidee is dat je in vier stappen, door vier verschillende mensen, laat werken aan een zin die volgens een vast stramien (wie, wat, waarmee, waar) is opgebouwd. De deelnemers krijgen het werk van hun collega’s pas aan het einde te zien. Dat kan tot absolute onzinnen leiden, maar ook tot prachtige poëzie, en alles wat daar tussen zit.
Verdeel de deelnemers in groepjes van vier. Iedereen krijgt een a4tje. Leg de bedoeling van het spel uit (echt, dat helpt). En dan begint het.

  • Bedenk een persoon of dier en schrijf op. Dit is het onderwerp, de “wie”, en dan liefst met een lidwoord ervoor.
  • Vouw het blaadje, zodat niemand kan zien wat je geschreven hebt. Schuif het blad een plaats door met de klok mee.
  • Schrijf op het blaadje dat je nu hebt gekregen iets op wat je kunt doen. Dit is het werkwoord, de “wat”, en dan liefst in de tegenwoordige tijd, 2e persoon enkelvoud.
  • Vouw het blaadje, zodat niemand kan zien wat je geschreven hebt. Schuif het blad een plaats door met de klok mee.
  • Schrijf een ding op. Het maakt niet uit wat voor ding, alles mag. Dit is het lijdend voorwerp, de “waarmee”, en dan liefst weer met een lidwoord ervoor.
  • Vouw het blaadje, zodat niemand kan zien wat je geschreven hebt. Schuif het blad een plaats door met de klok mee.
  • Schrijf een plaats op. Dat mag van alles zijn, van “in Amsterdam” tot “achter het behang”. Dit is de locatie, de “waar”.
  • Schuif het blaadje door. Als het goed is, heeft degene die met dit blaadje begon het eigen vel papier weer voor de neus.
  • Vouw je blaadje open. Probeer de handschriften te ontcijferen en de zin te lezen.

    Met een beetje mazzel heb je een kloppende en logische Nederlandse zin, en dan liefst ook nog een leuke.
    Ik heb het spel twee keer gespeeld met kinderen uit groepen 7. De eerste keer legde ik het einddoel van het spel niet uit. Dat leidde vooral tot nonsens. Bij de tweede groep gaf ik vooraf meer informatie. Dat bleek enorm te helpen. Natuurlijk kwam er ook wartaal uit, maar vaker waren de zinnen begrijpelijk, leuk of bijzonder.
    Hier staan wat vondsten:

  • Het monster eet sportschoenen in de dierentuin.
  • De wandelende tak verstopt zijn borstel in het pretpark
  • De bal is vermoord op het voetbalveld
  • Het paard zingt met de microfoon in de nagelstudio
  • De uil voetbalt met een lucifer in een actieve vulkaan.

    De kinderen waren enthousiast en vrolijk, en ik was blij met het resultaat.
    Nu nog op zoek naar een bijpassend leerdoel. Iets met taal, samenwerking, vertrouwen, toeval en creativiteit.

    De resultaten lenen zich overigens goed voor geïnspireerde tekeningen.

    Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *