Woordspellerig (37): Wat heeft een wat met wat te maken

Het derde taalspel dat ik beschreef, ging over het maken van combinatiewoorden. Kies twee willekeurige woorden, plak ze aan elkaar en tadaa: je hebt een nieuw Nederlands woord. Maar wat betekent dat woord? Wat is een vissen-circus? Wat is een pizza-bloem? Hoe ziet het eruit? Mijn meer dan zeer gewaardeerde collega Marie-Louise Sekrève ging met het spel aan de haal. Ze is netter dan ik, en maakte een stapel geplastificeerde woordkaartjes. Bij haar mag je er twee uitkiezen, en antwoord geven op de volgende vraag: Wat heeft het ene woord met het andere woord te maken?

Taalspel: een vis eet een zak friet
taalspel: vis eet friet

Stel nu dat je de woorden “vis” en “patat” hebt. Dan zou het kunnen dat de vis in zee zwemt, dat uit dat zeewater zout gewonnen wordt, en dat zout gebuikt wordt om de patat mee op smaak te brengen.
Het kan ook zo maar zo zijn dat er een ernstig probleem is met de Scheveningse vissenpopulatie. Alle vissen worden te dik, omdat ze de door mensen weggegooide frietjes (met mayo) opeten.
En dan heb je ook nog zakelijkere relaties, zoals de onvermijdelijke (maar overheerlijke) fish&chips.

Het zoeken naar de relatie tussen woorden test de parate kennis (in het specifieke voorbeeld over de samenstelling van menu’s), maar stimuleert ook de fantasie van de deelnemers. 
Ik ga het ook spelen. Zonder de nette kaartjes, maar met heel veel ter plekke te bedenken woorden, en met heel veel plezier.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *