Woordspellerig (12): Plus1zin verhaal

Er zijn zó véél manieren om verhalen te schrijven. Zucht.
De meeste verhalen schrijf je alleen. Maar dat hoeft niet, je kunt ook met een groep aan een verhaal werken. Tijdens schoolbezoeken werk ik wel eens samen met kinderen aan één verhaal. In een open gesprek verzinnen we gezamenlijk een locatie, een karakter, een gebeurtenis of probleem, en een verhaallijn. Het lijkt op een democratisch proces, maar toch hou ik de touwtjes stevig in handen.
Maar het kan ook anders. In het taalverhaalspel “plus1zin” geef ik het creatieve proces goeddeels uit handen.
Het spel begint met een vooraf bedachte eerste, en misschien ook de tweede zin. Daarna moet iedere deelnemer zelf een zin toevoegen. Dat kan in willekeurige volgorde, wie iets weet mag iets roepen, of op volgorde van zitplaats, alfabet, of wat dan ook. Iedereen moet één zin bijdragen. Het eindresultaat moet een goed lopend verhaal zijn, met alle eisen die je daaraan kunt stellen. De spelleider houdt dat in de gaten houden, en treedt desnoods sturend op.
Waar moet je dan zoal op letten? Op alles waar je normaal in een kort verhaal ook op let. Een begin, een midden en een eind. Een enigszins consistente verhaallijn. Een interessant probleem of een pakkende gebeurtenis met een aansprekende hoofdpersoon. Je moet vooral in de gaten houden of er nog wel genoeg zinnen over zijn om het verhaal af te maken.
Het is handig tussendoor het verhaal zoals het tot-dan-toe is even te herhalen, en te bespreken. Dan kan je er meteen eventuele tijdsinconsistenties uithalen (ovt, ott, –t).

Ik speelde plus1zin met docenten van een basisschool. Ik beschreef het doel (een goed verhaal van 26 zinnen), gaf de eerste twee zinnen (“De zoon van de melkboer stond op straat. Hij had het koud.”) en was benieuwd hoe het verder zou gaan. De deelnemers waren creatief.
Ik vat het resultaat even samen.

De zoon van de melkboer bleek door de man van zijn moeder op straat gezet te zijn. Een buurman wilde hem wel helpen. De zoon van de melkboer wilde het liefst bij de buurman gaan wonen. Dat leek de buurman geen goed idee. De buurman had namelijk net een nieuwe vriendin, en wilde die niet opzadelen met een kind. Vooral niet, omdat de buurman zelf de melkboer bleek te zijn.

Enthousiasme alom. Tevredenheid over de eigen inbreng, verrassing over andermans inbreng en over de onverwachte wendingen, strijd over wie wat mocht zeggen. En er ging ook nog heel wat verhaaltheorie over tafel. Niks mis mee.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *