Archive for verhalen

Waarom is dit jaar anders dan alle andere jaren?

Omdat dit het jaar is van het paaskonijn. Het paaskonijn vindt dat het tijd iets voor iets anders, iets nieuws, een beter en leuker feest. Dus weg met de paashaas!
Ik lees mijn (hele) boek voor.

Je kunt het boek overigens nog hier bij me kopen.

Voorlezen en meer

Ik heb de laatste tijd wat filmpjes opgenomen waarop ik mijn eigen verhalen voorlees. Leuk voor thuis, nu kinderen zo vaak binnen moeten zijn. Of voor in de digitale klas.
Kijk maar eens hier. Je vindt er ook tekenfilmpjes en gewone teksten.
Een voorbeeldje? Wat dacht je van deze, uit “de problemen van Boris & Berber“?

Pielen met Boris & Berber

Boris & Berber hebben het maar druk. Over een paar maanden verschijnen ze in boekvorm, en daar is nog een en ander aan te doen. Zo proberen ze alvast boeken (en meer) te verkopen en geld binnen te halen via de crowdfundactie. Doe mee! Volg deze link!

Een paar jaar geleden maakte ik deze animatieversie bij één van de verhalen (dat was vóór de meester-illustratrice Herma Starreveld bij het project betrokken was). Kijk en lach om het gepiel van Boris & Berber!

Kijk hier voor meer informatie over het boek!

Boris en Berber houden de ballen hoog

De crowdfundactie voor “De problemen van Boris & Berber” loopt nog (https://www.voordekunst.nl/projecten/9702-de-problemen-van-boris-en-berber-1), en ik ben nog op zoek naar boekenkopers/boeksteuners.

Doe mee!

Ter introductie zie je hieronder vast een verhaal over de onnavolgbare Boris & Berber. Ze hebben zelfs de steun gekregen van één van de beroemdste Nederlanders.

Boris en Berber gaan voetballen

‘Jullie gaan op voetballen,’ zegt papa.

‘Dat is goed voor jullie,’ zegt mama.

‘Waarom?’ vraagt Berber.

‘Dan leren jullie met andere kinderen te spelen,’ zegt mama.

‘En balbeheersing,’ zegt papa.

Boris en Berber begrijpen het al. Zelfs als zij het niet willen, gaat het toch gebeuren. Want papa en mama vinden het nodig.

Boris gooit zijn handen in de lucht. ‘Pfff, goed dan,’ zegt hij.

‘Oké, vooruit dan maar,’ zegt Berber.

Papa en mama kopen broekjes en T-shirts en sokken en scheenbeschermers en voetbalschoenen en twee ballen. En ze bellen met een stel voetbalclubs. Ze vinden er zelfs eentje waar Boris en Berber terecht kunnen, allebei tegelijk, in hetzelfde team.

‘Laten we er maar het beste van maken,’ zegt Boris.

‘Je weet maar nooit waar het goed voor is,’ zegt Berber.

‘Balbeheersing! Zelfbeheersing! Conditie! Spelinzicht!’ roept de trainer. En soms ook: ‘snelheid!’ of ‘incasseringsvermogen!’ of ‘wilskracht!’. De trainer schreeuwt wat af.

Boris en Berber doen leuk mee. Ze rennen achter de ballen aan of voor de ballen uit, ze schoppen en springen en gooien, ze spélen zelfs met de bal. Zo vaak mogelijk koppen, jongleren, de bal op één vinger draaien, en nog veel meer.

‘Ik vind het eigenlijk wel leuk,’ zegt Berber

‘Ik ook,’ zegt Boris.

‘Misschien moeten we extra oefenen, en papa en mama een voorstelling geven. Dan zien ze dat we ons best hebben gedaan.’

‘En dat ze gelijk hadden!’

‘Ja, precies! Dat vinden ze fijn!’

‘We doen het.’

Boris en Berber oefenen iedere dag. Zodra ze even tijd hebben, in de schoolpauze of na het eten, staan ze buiten met de ballen te spelen.

Papa en mama vragen zich van alles af.

‘Zou dat wel goed gaan?’

‘Zijn we niet te ver gegaan?’

‘Moet het niet wat kalmer aan?’

‘Kunnen we die kinderen niet uitzetten?’

Maar verder wachten ze af.

‘We zijn zover,’ zegt Boris.

‘We doen het,’ zegt Berber.

Boris en Berber komen de woonkamer ingestormd. In voetbalkleren. Met ballen.

‘Tadaa!’ roept Boris.

‘Hooggeëerd publiek,’ roept Berber. ‘Wij tonen u … de trucs van Boris en Berber!’

Papa en mama doen wat ze moeten doen. Ze staan op en juichen en klappen.

‘Bravo!’

‘Hoera!’

‘Leve Berber!’

‘Leve Boris!’

Boris en Berber koppen de ballen naar elkaar toe. Ze laten de ballen op elkaars vingers draaien. Al draaiend gaan de ballen onder hun benen door. En het publiek is enthousiast!

‘Wil er dan nu één vrijwilliger naar voren komen?’ vraagt Berber.

Papa en mama kijken elkaar aan. Mama duwt papa naar voren. ‘Ga jij maar,’ zegt mama.

Voorzichtig loopt papa op Boris en Berber toe. Hij vraagt zich af wat hem te wachten staat.

Papa moet zijn twee wijsvingers recht omhoog houden. En Boris en Berber leggen er draaiende ballen op.

‘Rustig blijven papa!’ commandeert Boris.

‘Een beetje meebuigen,’ zegt Berber.

Papa probeert rustig te blijven. Hij probeert ook mee te buigen. Maar één bal valt. Papa probeert hem te vangen met zijn andere hand. Dat lukt natuurlijk niet, want op zijn andere hand draait ook een bal. Die andere bal vliegt de lucht in. Papa ziet het gebeuren en probeert de bal met zijn hoofd op te vangen. De bal stuitert van zijn hoofd af, komt met een knal tegen mama’s hoofd, stuitert verder tegen de glazenkast en valt stil op het tapijt. Even is het doodstil. Heel even maar. Dan klinkt er gerinkel. De glazen die in de kast stonden vallen stuk voor stuk om, als dominostenen.

‘Mijn oma’s glazen!’ roept papa. ‘Mijn erfstukken!’

Papa wordt rood en geel. Hij pakt de bal en geeft hem een rotschop. Dwars door het ruit.

Rinkel!

Hij pakt de andere bal en gooit die erachteraan. Op de weg klinkt een knal en getoeter. De bal heeft een auto geraakt.

Papa vloekt en tiert.

‘Rustig maar,’ zegt mama. ‘Rustig maar!’

‘Rustig!?’ tiert papa. ‘Rustig!? Die kinderen gaan van voetbal af! En nu meteen! Ze mogen nooit meer een balsport doen! Nooit meer! Voor mijn part gaan ze op tekenen! Of op schrijven! Of op watjes-plakken! Maar er komt nooit nooit nooit meer een bal het huis in! Nooit!’

Boris en Berber sluipen het huis uit.

‘Ik vrees dat we een andere hobby krijgen,’ zegt Berber.

‘Papa mag nog wel wat zelfbeheersing oefenen,’ zegt Boris.

‘En balbeheersing.’

‘Misschien moet papa zelf maar op voetballen.’

Kijk hier voor meer informatie over het boek!

Woordspellerig (36): Van woordcombinatie naar verhalen

Ik las “De geschiedenis van Jane Doe” van Michael Bellanger, een vrij heftige en ellendig verlopende maar ook grappige 15+ liefdesgeschiedenis over twee nerds en een getroebleerd meisje. Om meer dan één reden is het boek de moeite waard.
Hier gaat het mij alleen om het taalspel dat erin gespeeld wordt, en waarvan ik weet dat ik én andere schrijvers en tekenaars het ook op de een of andere manier toepassen. Het gaat over het combineren van mensen en situaties.
woordcombinatie

Denk aan
– Batman met een suikerspin in zijn handen, op de rug van een my-little-pony
– Je moeder op een tandem, met een hongerige grizzlybeer achterop
– Een giraffe met hoogtevrees (*)
– Mijn zus die aan een vlieger hangt, die wordt voortgetrokken door een kameel.
In het boek helpt de nerd het wat zwaarmoedige meisje met deze beelden aan een glimlach. Bij mij en mijn dochter werkt het ook.

Ik daagde kinderen uit groepen 3, 4 en 5 van een school in Amsterdam Noord uit zelf ook wonderlijke combinaties te maken. Vaak ging het over vliegende dieren en mensen, soms over sprekende bomen. En vaak ook over situaties die zo tot een boek zouden kunnen leiden, of al een boek of een verhaal zijn.
– Een schaap dat in een raket naar de maan vliegt (*)
– Een man die op een vliegend paard ’s nachts van de ene naar de ander stad gaat (*)
– Een meisje dat zo sterk is als een paard (*)
– Een meisje dat haar gezicht kwijt is (*).

Ik deed de oefening ook met ouders. Die hadden er iets meer moeite mee, maar kwamen uiteindelijk ook los, vooral toen één van hun kinderen ze op gang hielp.
– Een boek dat kan praten
– Een boek dat waarvan het verhaal ontstaat terwijl je het leest (*).

De komende weken ga ik de kinderen iedere keer naar bijzondere combinaties vragen. Misschien levert het inspiratie op voor mijn volgende boek. Of dat van hun.

De verhalen met (*) bestaan al.

Ben je benieuwd naar andere woordspelletjes? Kijk dan eens hier.

Woordspellerig (35): MEER Leugens!

Een leugenachtig verhalend woordspel

leugens

leugens en smoesjes

De Burlington Liars Club is een vereniging in de Verenigde Staten die jaarlijks een prijs uitreikt aan degene die de beste (en leukste) leugen vertelt. Ik vertelde daarover in mijn schoolschrijversklas in Amsterdam Oost. Niet helemaal tot mijn verrassing waren de hoogbegaafde kinderen hogelijk geïnteresseerd. Ik daagde ze dan ook uit met een verhalend woordspel.
Normaliter krijgen de kinderen iedere week een schrijf- of tekenopdracht, die ik voor het gemak “huiswerk” noem. De uitdaging luidde als volgt: “als je de allerbeste smoes weet te verzinnen (en te vertellen) waarom je je huiswerk niet hebt kunnen maken (of inleveren), heb je recht op eeuwige roem.”
Het was iedere week feest.

Leugens, niets dan leugens

Nee, de brug stond niet open.
De brug ging open, en de tas van de leerling (met het huiswerk erin) werd meegetrokken en, toen de brug haar hoogste stand had bereikt, in het water gekatapulteerd. Het kind sprong het water in om de tas en het huiswerk te redden, maar werd overvaren door een rijnrondvaartboot. Een eenzame kanoër moest haar van een gewisse dood redden, en sleepte haar naar de kant. Een oud vrouwtje bracht het kind in een gammele Kanga naar het ziekenhuis, alwaar ze uren moest wachten tot een eerste hulp arts haar vertelde dat zij gezond was, maar het huiswerk reddeloos verloren.
En anders was er wel iets met een UFO. Of een zombie. Of moest de laatste in Nederland levende oxapotatl gered worden uit de klauwen van een wilde kat, want je zou toch niet willen dat de oxapotatl uitgestorven zou geraken.
Je ziet het. De lat lag hoog, en kwam iedere keer hoger te liggen.

Wat heb je aan deze smoesjes?

Het was een toffe stelopdracht, met alle ruimte voor eigen fantasie, stijl en inhoudelijke interesses. Bovendien gaf het de deelnemers de gelegenheid hun theatrale vaardigheden tentoon te spreiden, en dat is ook wat waard.
De volgende keer laat ik ze hun smoes om geen huiswerk te maken als huiswerk opschrijven en inleveren. Eens kijken of ik daarmee weg kom.

Als je op zoek bent naar andere speelse stelopdrachten, kan je bijvoorbeeld hier kijken:

Tijd voor een tekst en een tekening

rijm over een weps

De uilen en de schoolschrijver

Van januari tot en met mei 2016 bezocht ik als schoolschrijver de vestiging Azaleastraat van Montessorischool boven ‘t IJ in Amsterdam. Samen met de kinderen uit een middenbouwgroep werkte ik aan een verhaal over een paar uilen. Het is uitgewerkt in een animatiefilm. We hadden een eerste scene maar wisten van tevoren niet wat er verder ging gebeuren. Iedere week plakten we een stukje aan het verhaal vast. In dit filmpje zie je het resultaat.
Ik ben er blij mee.

De vogel en de schoolschrijver

Van januari tot en met mei 2016 bezocht ik als schoolschrijver de vestiging Azaleastraat van Montessorischool boven ‘t IJ in Amsterdam. Samen met de kinderen uit een middenbouwgroep werkte ik aan een verhaal over een gewonde vogel. Het is uitgewerkt in een animatiefilm. We hadden een eerste scene maar wisten van tevoren niet wat er verder ging gebeuren. Iedere week plakten we een stukje aan het verhaal vast. In dit filmpje zie je het resultaat.
Ik ben er blij mee.

Woordspellerig (25): Drie Dingen (verhalenmaker)

Hoe verzin je een verhaal? Het is een vaakgestelde en veelgehoorde vraag. Bij ieder schoolbezoek is er wel iemand die het wil weten.
Nu heeft een schrijver vaak genoeg aan een enkel woord. Het maakt zelfs niet uit wat voor woord. Ik kan een recensie schrijven over “ik”, een gedicht over “koe”, een blog over “keukenschaar”. Geef me een woord en wat tijd, en er volgt wel wat.
Maar soms stokt het, laat de fantasie je in de steek, zijn er hulpmiddelen nodig. Vooral als je een goed verhaal wil maken met een hoofdpersoon, en actie. Een paar van die hulpmiddelen lenen zich ook voor een verhaalmaakspel.

Collega Marco Kunst vertelde me over een wonderlijk dier, een alledaags gebruiksvoorwerp en een historisch transportmiddel. Hij liet een klas vol kinderen fantaseren over een verhaal waar ze alle drie in voor moesten komen.
Ik probeerde het hem na te doen. Ik liet middenbouwkinderen in groepjes praten en denken over een verhaal met een regenwurm, een stekel (van een stekelvarken) en kauwgum. Zo transformeerde een meisje een stekels verzamelende regenwurm in een stekelvis, die door zijn moeder alleen nog maar geknuffeld kon worden als ze alle stekels met uitgekauwde gummetjes beveiligde. Een ander spalkte een gekneusde regenwurm met de stekel van een stekelvarken en bevestigde de stekel met kauwgum aan de wurm. En er was een regenwurm die struikelde over een stekel, en na zijn val bleef plakken in kleverige kauwgum.
2016-03-31 14.32.41
Het spel kan op allerlei manieren gespeeld worden. Ik verzon drie dingen (met inbreng van kinderen), schreef ze op het bord, en liet de kinderen een paar minuten met elkaar praten. Daarna mochten ze om beurten vertellen wat ze bedacht hadden. Bij een andere versie liet ik ze het verhaal (op hoofdlijnen) uitschrijven en tekenen. Dat kostte natuurlijk meer tijd.
Ik testte het spel ook op volwassenen uit. Een groepje ouders bij een voorlichtingsdag kregen een vergelijkbare opdracht. De fantasie werd behoorlijk aangewakkerd, en die ene ouder die zichzelf als fantasieloos beschouwde kwam met een bijna realistisch historisch verhaal. Hij was trots op zichzelf, en terecht.

Natuurlijk zijn er deelnemers die blokkeren, die wat hulp nodig hebben. Wat misschien helpt is dat alles mag, dieren mogen dood zijn, dingen mogen tot leven komen, je mag hulp inroepen van andere voorwerpen of personen (ufo’s, spoken, prinsessen, kanaries), je kunt je afvragen wat er gebeurt als een ding opeens verschijnt of verdwijnt, er zijn nogal wat suggesties de kunnen helpen. Dat alles in de hoop dat je de deelnemers niet blokkeert met je eigen fantasie.

Ik noem het spel: Drie Dingen.
Je hebt ook andere spelen die vergelijkbaar werken, zoals vier dingen, of vijf dingen. Of negen dingen (er is een dobbelsteenspel met 9 stenen, 54 verschillende plaatjes, waar je een verhaal mee moet maken).
Het helpt als één van de dingen levend is, dan heb je alvast een personage te pakken. En objecten zijn ook fijn. En een plaats en een tijdstip kan je ook best gebruiken. Maar hoe meer dingen je gebruikt, hoe meer je het verhaal vastlegt en stuurt.