Archive for Schoolschrijver

Woordspellerig (28): De eerste zin en meer

Een collega van me deed iets met koelkastpoëzie. Je hebt een stapel kleine magneetjes waar woorden op staan, en met die woorden maak je zinnen, liefst mooie poëzie. De woordmagneetjes plak je liefst op een zichtbare plaats ergens in huis (zoals op de koelkast), zodat je geliefde je liefdesdicht ziet, of een andere huisgenoot je perfecte Haiku.
Ik wilde ook koelkastpoëzie maken, maar had geen zin die magneetjes te kopen. Ik ging zelf aan de slag.
Ik weet niet zeker of ik er nu nog spijt van heb, maar ik heb er in ieder geval heel wat tijd in geïnvesteerd. Vooral denktijd, want wat voor woorden heb je allemaal nodig voor een basale taal? Werkwoorden, zelfstandig naamwoorden, bijwoorden, voegwoorden, verwijswoorden, telwoorden, bijvoeglijk naamwoorden, lidwoorden, voorzetsels, persoonlijk voornaamwoorden, woordenwoorden en nog zo wat. Met de bijpassende vervoegingen (enkelvoud, meervoud, werkwoordsvormen, persoonsvormen). En naast de spreiding in grammaticale functie moest ik ook voor voldoende spreiding in onderwerpen zorgen. Woorden over vervoer, liefde, dieren, werk, huishouden, vakantie, sport en wat eigenlijk niet.

Het leidde tot een lijst met een stuk of 600 verschillende woorden, die vaak in veelvoud moesten voorkomen. Ik printte ze op stevig papier, knipte ze stuk voor stuk uit, en had een enveloppe vol met bijna 2.500 bedrukte papiertjes.

Ondertussen bedacht ik me dat ik geen zin had in klassieke koelkastpoëzie, maar wel in iets anders.
De eerste test deed ik bij een school bij mij om de hoek. 12 montessori-kinderen uit groep 7 en 8 probeerden een zin te maken te maken van de woorden die ik één voor één blind koos en daarna voorlas. De eerste goede zin van meer dan vijf woorden werd beloond met snoep. Het werkte. Wel viel me op dat sommige kinderen hun zinnen gezet hadden op een enkel woord, chagrijnig werden als dat niet kwam, en vergaten naar andere mogelijkheden te kijken. De kunst van het loslaten moest hen nog bijgebracht worden.
De tweede test was met dezelfde groep kinderen. Ze kregen allemaal een willekeurig bergje woorden, en moesten er iets moois en taligs van zien te maken. Zonder nadere specificatie van de opdracht leidde dat tot onzin, gewone zinnen en poëzie. Ik moest daarvoor wel wat regels verduidelijken of aanpassen. Zo mochten ze van mij werkwoordsvervoegingen gebruiken en enkelvoud/meervoud-wisselingen toepassen, anders zou het allemaal te lang duren.
Van de week speelde ik iets vergelijkbaars met 6e en 7e groepers op een klassikale school. Ik had de woordkaartjes niet bij me, maar noemde vrij willekeurig woorden op van dingen die ik zag of bedacht. Ook dat leidde tot taal. Misschien wat minder gevarieerd dan met 2.500 uitgeknipte woorden, maar toch. Ook leuk.
En ja, het heeft zin. Het geeft ruimschoots de gelegenheid te praten over zinsconstructies en grammatica, en oefent de taalfantasie.

Woordspellerig (27): Het eerste woord


Op Koninginnedag kocht ik een letterdoos. Koninginnedag, geen Koningsdag, het is namelijk al een tijdje terug. En al die tijd lag de doos in een kast, totdat het prinsessendag werd. Prinsessendag is de dag dat je je huis opruimt en dingen bijeen zoekt om te verkopen op Koningsdag.
Awel, daar kwam de letterdoos naar boven, en ik vroeg me af of ik er een spelletje mee kon doen. Dat kon ik. Dat kan ik nog steeds.
Gooi de letters in een zak, haal er één voor éen eentje uit, en probeer met de gekozen letters een woord te maken. Je mag minimum-eisen stellen. Een woord van 3 letters, een woord van 5 letters, een zelfstandig naamwoord, wat voor woord dan ook.
Ik speelde het spel in een groep 6 op een school in IJburg. Zonder de letterdoos, want die was ik vergeten mee te nemen. Ik noemde tamelijk willekeurig allerlei letters. Degene die als eerste een woord ontdekte verdiende aandacht en complimenten.
Het werkte prima. Bedachtzame maar enthousiaste kinderen, veel aandacht, mooie resultaten.
Het is moeilijker dan je denkt, en geeft ruimschoots gelegenheid om aan spelling te werken. Moort is met een d, tenzij het de tweede persoon enkelvoud van het werkwoord “moren” betreft. Maiz is met een s, tenzij je het Baskische woord voor “vaak” bedoelde.
Na een minuut of zes waren we uitgespeeld, en dat was ook de bedoeling. Een tussendoortje. Prima te doen zonder letterdoos (die ik op Koningsdag te koop ga zetten).

Schoolschrijver in 2017

Affiche voor 7e editie De Sschoolschrijver


Deze maand begin ik aan mijn vierde seizoen als schoolschrijver, op de OBS Olympus in IJburg (Amsterdam). Een half jaar lang ga ik met kinderen uit de groepen 4, 5 en 6 aan de slag met taal, tekeningen, boeken en verhalen.
Schoolschrijvers zijn kinderboekenschrijvers, die met gebruikmaking van al hun creatieve vaardigheden de taalkracht van kinderen proberen te vergroten. We proberen de woordenschat, de lees en schrijfvaardigheid en de liefde voor de taal een impuls te geven. Iedere schoolschrijver doet dat op zijn of haar eigen manier. Ik doe dat door veel taalspelletjes te doen, en door de combinatie tussen tekst en illustraties te zoeken. En natuurlijk door voor te lezen, (samen) verhalen te verzinnen, door over van alles en nog wat te praten, en nog veel meer. Meestal zien de kinderen me als iets tussen een schoolmeester, een artiest en een spelshowleider in, en die positie bevalt me prima.
Als je meer wilt weten over De Schoolschrijver, klik dan hier.
Als je meer wilt weten over de OBS Olympus klik dan hier.
Als je wilt zien wat ik in de vorige jaren als schoolschrijver heb gedaan, klik dan hier.

De uilen en de schoolschrijver

Van januari tot en met mei 2016 bezocht ik als schoolschrijver de vestiging Azaleastraat van Montessorischool boven ‘t IJ in Amsterdam. Samen met de kinderen uit een middenbouwgroep werkte ik aan een verhaal over een paar uilen. Het is uitgewerkt in een animatiefilm. We hadden een eerste scene maar wisten van tevoren niet wat er verder ging gebeuren. Iedere week plakten we een stukje aan het verhaal vast. In dit filmpje zie je het resultaat.
Ik ben er blij mee.

De vogel en de schoolschrijver

Van januari tot en met mei 2016 bezocht ik als schoolschrijver de vestiging Azaleastraat van Montessorischool boven ‘t IJ in Amsterdam. Samen met de kinderen uit een middenbouwgroep werkte ik aan een verhaal over een gewonde vogel. Het is uitgewerkt in een animatiefilm. We hadden een eerste scene maar wisten van tevoren niet wat er verder ging gebeuren. Iedere week plakten we een stukje aan het verhaal vast. In dit filmpje zie je het resultaat.
Ik ben er blij mee.

De films van de schoolkinderen en de schoolschrijver

Dit jaar mag ik voor de derde keer als schoolschrijver optreden. Dit keer op de Montessori basisschool Boven ‘t IJ in Amsterdam-Noord. Die school heeft twee vestigingen, en ik ben op de vestiging aan de Azaleastraat actief.
Een van mijn vaste programma-onderdelen is het maken van films. De kinderen ontwikkelen een verhaallijn, en ik maak daar een tekenfilm bij. Ik maak een allereerste beginnetje, en dan zien we wel hoe het verder gaat. Iedere les komt er een stukje bij.
Hieronder zie je de eerste opzetjes van de films. Als ze af zijn (en we er allemaal trots op zijn) laat ik het eindresultaat zien.
Deze gaat over een uil:


En deze over een andere vogel:

Woordspellerig (23): Letterwisselaar

Ik ben dol op taalspelletjes. Excuses. Taalspelen. Ze dienen de verruiming van de woordenschat, vormen een oefening in woordvinding, bieden gelegenheid de spelling te verbeteren, kunnen het groepsgevoel versterken, en dwingen de spelleider de regels en doelstellingen helder te formuleren. Soms is er zelfs een nog hoger doel. Iets met creativiteit, of zo.
Vandaag mocht ik mijn kwaliteiten als spelleider weer oefenen. In 3 combinatiegroepen 3-4-5 speelde ik de letterwisselaar.

De speluitleg:
Stap 1: Begin met een willekeurig woord.
Stap 2: Maak een nieuw woord, waarbij je slechts 1 van het vorige woord mag wijzigen.
Herhaal stap 2.
Doel: Probeer in zo min mogelijk rondes bij een woord uit te komen dat alleen uit letters bestaat die in het beginwoord niet voorkwamen.
Klaar!

Een voorbeeld helpt vast:
Mens
Gems (n vervangen door g & letters husselen)
Smog (e vervangen door o & letters husselen)
Gons (m vervangen door n & letters husselen)
Long (s vervangen door l & letters husselen)
Grol (n vervangen door r & letters husselen)

(Het moet sneller kunnen, probeer maar!)

Het helpt om, als je dit spel klassikaal op een schoolbord doet, alvast met puntjes aan te geven hoeveel letters steeds gebruikt moeten worden:
Mens
. . . .
. . . .
. . . .
. . . .
Als je de woorden netjes onder elkaar zet krijg je een woordenblok.

Het helpt ook om aan te geven welke letters al vervangen zijn (en welke nog vervangen moeten worden).

Bij het spelen kom je vanzelf gelegenheden tegen waarbij je nieuwe regels kunt stellen. Mogen eigennamen wel of niet? Is het goed als een letter eerst verdwijnt en daarna weer terugkeert (een-> oen> nee). Leef je uit, los het op. Van mij mag het, als het goed uitkomt

Voor kinderen uit groep 3 is dit vak wat te moeilijk. Kinderen uit groep vier en vijf kunnen het met wat hulp wel aan. Ze tonen soms wel een voorliefde voor woorden als poep (pomp->poep) en pies (lief -> liep -> pies), maar dat zijn ook prima vier-letterwoorden.
Voor oudere kinderen en volwassenen is de hemel de grens. Er is niets mis met 5,6,7,8 of meer letterwoorden.

De leerdoelen van dit spel staan in de eerste alinea.

Woordspellerig (22): Woordverlenger plus-1-letter

2016-02-03 10.35.06
Ergens anders schreef ik over het steeds langer maken van woorden door woorden aan woorden te plakken. En over het steeds langer maken van zinnen door woorden toe te voegen. En over het steeds langer maken van verhalen door zinnen toe te voegen.
Nu ga ik weer terug naar iets kleins. Iets piepkleins. Het kleinste element in onze geschreven taal is de letter. Hoe meer letters, hoe langer het woord.

In 3 verschillende middenbouwgroepen van een Montessorischool speelde ik plus-1-letter. We begonnen met een inventarisatie van alle 2-letterwoorden die we kenden. Daarna kozen we er één uit. En toen begon de zoektocht. Kan je een langer woord maken door er één letter aan toe te voegen? Alle letters uit het eerste woord moeten gebruikt worden, en alle letters mogen van plaats veranderen. Als je de woorden netjes onder elkaar zet krijg je een piramide.
De kinderen uit groep drie konden vaak nog wel 3- of 4-letterwoorden verzinnen, de kinderen uit de groepen vier en vijf kwamen verder.
Eerst deden we het klassikaal, op het bord, daarna mocht iedereen zijn/haar eigen favoriete 2-letter-woord kiezen en aan de slag.
Van er, naar eer, naar beer (door sommige 5 jarigen gespeld als bir), naar bever.
op 2016-02-03 10.41.31

Voor de gevorderden blijft het spel leuk (probeer maar eens tot een 17-letterwoord te komen).
Als je klaar bent, zou je kunnen proberen woordverkorter min-1-letter te kunnen spelen. Ik heb het nog niet met een klas gedaan, en ik vermoed dat het wat moeilijker is. Zeker als je nieuwe woorden moet maken, woorden die niet in de woordverlenger zitten.
Van bever naar ever naar ver naar ré (van do re mi).

Voor degenen die graag een leerdoel hebben: woordenschat uitbreiding, spelling, woordvinding, tellen, piramides tekenen, luisteren en kijken; dat alles wordt geoefend.

Schoolschrijver Boven ‘t IJ

Schoolschrijver-affiche-2016-Aby
Vanaf januari ben ik Schoolschrijver op de Amsterdamse montessorischool Boven ‘t IJ. De school heeft 2 vestigingen, en ik werk op de Azaleastraat. Een half schooljaar lang mag ik van alles doen aan taalbevordering. Met kinderen uit de middenbouw. Zo leuk!

Op mijn eerste dag werd ik door vrolijke vogels en met een kleurrijk doek welkom geheten:
IMG_5325
IMG_5322

Na het zetten van wat handtekeningen gingen we aan de slag.
IMG_5346IMG_5340IMG_5332

Schrijfgeheimen

DSS_PROMO

Uitgeverij Zwijsen en De Schoolschrijver maakten (met financiële steun van ABN AMRO) een reeks filmpjes waarin zes schrijvers hun diepste schrijfgeheimen delen. Je vindt de filmpjes en de bijbehorende informatie hier: degroteschrijfwedstrijd

Mijn geheim over het maken van nieuwe woorden zie je hieronder: