Archive for Schoolschrijver

Woordspellerig (38): Slogans maken

ik weet wat ik wil, ik ga het worden

Is het wel een spel? Of is het een schrijfoefening? Een taalspelerige schrijfoefening, dan?

Een schrijvende/docerende collega van me is vaak bezig met het “empoweren” van kinderen (niet mijn woordkeuze), met het “kinderen in hun kracht zetten” (ook niet mijn woordkeuze).
Inhoudelijk is daar niets mis mee. Maar kan het speels? En niet te opgeblazen?
Ja.
Ik vroeg de kinderen van groep 5, 6, 7 en 8 persoonlijke slogans te maken. Presenteer jezelf in een of twee zinnen. Kort, bondig, al dan niet op rijm. Laat zien waar je goed in bent, waar anderen je aan kunnen herkennen.
En ik gaf voorbeelden.

  • “Goed, beter, Peter”
  • “Aby: verwoorden, vertekenen, verbeelden”
  • “Als je het echt zeker wilt weten, dan haal je mij erbij”

Was het makkelijk? Mwa.
Was het leuk? Ja.
Was het leerzaam? Zeker.

Een greep uit de resultaten?

  • “Yasmin die goed acteert, iedereen die dat accepteert”
  • “Ik ben goed in moppen, en kan goed keet schoppen”
  • “Ik zing, ik spring, zo wordt het weer leuk”
  • “Tuana maakt alles leuk met haar lach”
  • “Ik weet wat ik wil, ik ga het worden.”
  • “Ik ben moedig en Marokkaans-bloedig”
  • “Ik kan je pijn doen maar ik maak je liever beter” (Sara zit op Kickboksen, en wil later dokter worden)
  • “Ayman de verdediger: zo komen er niet langs!”
  • “Je hoort me niet maar je ziet me wel”
  • “Ik zorg voor de sfeer, dus kom maar weer”
  • “Dieren zijn niet saai voor mij, zelfs slakken niet”
  • “Daag me maar uit, ik kan het wel”

Deze schoolschrijver kookt ook

Dit (halve school-)jaar bezoek ik wekelijks BS de Atlantis, een jenaplanschool in Amsterdam Osdorp. De groepen 5, 6, 7 en 8 knutselen aan taal, maken tekeningen en teksten, soms fictie, maar vooral non-fictie. Deze week staat eten op het schoolschrijversmenu.

De struisvogel en de schoolschrijver op avontuur

In een eerdere post schreef ik over de tekenfilms die ik als schoolschrijver maak op OBS De Krijtmolen in Amsterdam: (http://www.abyhartog.nl/wordpress/tekenfilmpjes-maken-met-deze-schoolschrijver/). Na het afronden van het halfjaarprogramma is de film die ik met groep 3 maakte af. Het resultaat zie je hier:

de struisvogel gaat ondergronds

De schoolschrijver en de pinguïn

Van januari t/m mei 2019 was ik als schoolschrijver op bezoek bij OBS De Krijtmolen in Amsterdam Noord. Eén van de dingen die ik met kinderen uit groep 4 deed, was het maken van een tekenfilm over een pinguïn.

De eerste bijeenkomst liet ik de pinguïn zien, daarna besloten we steeds samen hoe het verhaal verder zou gaan. Ik werkte dat dan met tekeningen uit. Het resultaat zie je hier:

Tekenfilmpjes maken met deze schoolschrijver

Schoolschrijver

Een half schooljaar lang ben ik als schoolschrijver verbonden aan O.B.S. De Krijtmolen in Amsterdam Noord. In die periode werk ik met kinderen uit de groepen 3, 4 en 5 aan hun taalvaardigheid en taalplezier. Ik doe dat door veel met ze te schrijven, te spelen, te tekenen, en te fantaseren. Daarvoor gebruik ik een flink aantal taalspelletjes die ik op deze website ook beschrijf. En ik maak filmpjes. Tekenfilmpjes.

Tekenfilmpjes

Samen met de groepen 3 en 4 maak ik in een stuk of tien bijeenkomsten een tekenfilm. Zelf maak ik de eerste aanzet, door een hoofdpersoon te introduceren. In alle volgende bijeenkomsten werken we die persoon uit, bekijken we waar hij leeft en het verhaal zich afspeelt, en verzinnen we gaandeweg wat die hoofdpersoon zoal overkomt. Dat doen we min of meer democratisch. Iedereen mag meepraten, en we proberen tot een consensus te komen, waarbij ik erop let dat de verhaallijn consistent is, en dat ik het ook met tekeningen kan uitwerken. Want zo is de taakverdeling. De groep bedenkt het verhaal, en ik teken.

De struisvogel en de pinguïn

In groep 3 draait het allemaal om een struisvogel. In groep 4 is een pinguïn de drager van het verhaal.
Hieronder zie je de eerste struisfilm:

.
Na de tweede bijeenkomst zijn we al een stuk verder:

.

Verhaaltheorie en fantasie

Gaandeweg vertel ik de kinderen van alles over verhaallijnen, eenheid van tijd, – plaats, – handeling en – karakters, maar ook over spanningsbogen en structuren. Over een keer of zeven, acht, hoop ik dat er iets staat waar we allemaal trots op zijn. En zo niet, hebben we in ieder geval iets gedaan dat de fantasie heeft geprikkeld.

PS: meer informatie over De Schoolschrijver vind je hier.

Woordspellerig (36): Van woordcombinatie naar verhalen

Ik las “De geschiedenis van Jane Doe” van Michael Bellanger, een vrij heftige en ellendig verlopende maar ook grappige 15+ liefdesgeschiedenis over twee nerds en een getroebleerd meisje. Om meer dan één reden is het boek de moeite waard.
Hier gaat het mij alleen om het taalspel dat erin gespeeld wordt, en waarvan ik weet dat ik én andere schrijvers en tekenaars het ook op de een of andere manier toepassen. Het gaat over het combineren van mensen en situaties.
woordcombinatie

Denk aan
– Batman met een suikerspin in zijn handen, op de rug van een my-little-pony
– Je moeder op een tandem, met een hongerige grizzlybeer achterop
– Een giraffe met hoogtevrees (*)
– Mijn zus die aan een vlieger hangt, die wordt voortgetrokken door een kameel.
In het boek helpt de nerd het wat zwaarmoedige meisje met deze beelden aan een glimlach. Bij mij en mijn dochter werkt het ook.

Ik daagde kinderen uit groepen 3, 4 en 5 van een school in Amsterdam Noord uit zelf ook wonderlijke combinaties te maken. Vaak ging het over vliegende dieren en mensen, soms over sprekende bomen. En vaak ook over situaties die zo tot een boek zouden kunnen leiden, of al een boek of een verhaal zijn.
– Een schaap dat in een raket naar de maan vliegt (*)
– Een man die op een vliegend paard ’s nachts van de ene naar de ander stad gaat (*)
– Een meisje dat zo sterk is als een paard (*)
– Een meisje dat haar gezicht kwijt is (*).

Ik deed de oefening ook met ouders. Die hadden er iets meer moeite mee, maar kwamen uiteindelijk ook los, vooral toen één van hun kinderen ze op gang hielp.
– Een boek dat kan praten
– Een boek dat waarvan het verhaal ontstaat terwijl je het leest (*).

De komende weken ga ik de kinderen iedere keer naar bijzondere combinaties vragen. Misschien levert het inspiratie op voor mijn volgende boek. Of dat van hun.

De verhalen met (*) bestaan al.

Ben je benieuwd naar andere woordspelletjes? Kijk dan eens hier.

Schoolschrijver op OBS de Krijtmolen

Over een paar uur begin ik als Schoolschrijver op basisschool De Krijtmolen in Amsterdam. De rest van dit schooljaar ga ik een dag in de week met de kinderen uit de groepen 3, 4 en 5 spelen, lezen, tekenen en schrijven, met als doel hun taalplezier en taalvaardigheid (en taalvertrouwen) te vergroten.
Van letters naar woorden, van woorden naar zinnen en verhalen, van taal naar beelden, en weer terug.

Meer informatie over het werk van De Schoolschrijver vind je hier.

Woordspellerig (35): MEER Leugens!

Een leugenachtig verhalend woordspel

leugens

leugens en smoesjes

De Burlington Liars Club is een vereniging in de Verenigde Staten die jaarlijks een prijs uitreikt aan degene die de beste (en leukste) leugen vertelt. Ik vertelde daarover in mijn schoolschrijversklas in Amsterdam Oost. Niet helemaal tot mijn verrassing waren de hoogbegaafde kinderen hogelijk geïnteresseerd. Ik daagde ze dan ook uit met een verhalend woordspel.
Normaliter krijgen de kinderen iedere week een schrijf- of tekenopdracht, die ik voor het gemak “huiswerk” noem. De uitdaging luidde als volgt: “als je de allerbeste smoes weet te verzinnen (en te vertellen) waarom je je huiswerk niet hebt kunnen maken (of inleveren), heb je recht op eeuwige roem.”
Het was iedere week feest.

Leugens, niets dan leugens

Nee, de brug stond niet open.
De brug ging open, en de tas van de leerling (met het huiswerk erin) werd meegetrokken en, toen de brug haar hoogste stand had bereikt, in het water gekatapulteerd. Het kind sprong het water in om de tas en het huiswerk te redden, maar werd overvaren door een rijnrondvaartboot. Een eenzame kanoër moest haar van een gewisse dood redden, en sleepte haar naar de kant. Een oud vrouwtje bracht het kind in een gammele Kanga naar het ziekenhuis, alwaar ze uren moest wachten tot een eerste hulp arts haar vertelde dat zij gezond was, maar het huiswerk reddeloos verloren.
En anders was er wel iets met een UFO. Of een zombie. Of moest de laatste in Nederland levende oxapotatl gered worden uit de klauwen van een wilde kat, want je zou toch niet willen dat de oxapotatl uitgestorven zou geraken.
Je ziet het. De lat lag hoog, en kwam iedere keer hoger te liggen.

Wat heb je aan deze smoesjes?

Het was een toffe stelopdracht, met alle ruimte voor eigen fantasie, stijl en inhoudelijke interesses. Bovendien gaf het de deelnemers de gelegenheid hun theatrale vaardigheden tentoon te spreiden, en dat is ook wat waard.
De volgende keer laat ik ze hun smoes om geen huiswerk te maken als huiswerk opschrijven en inleveren. Eens kijken of ik daarmee weg kom.

Als je op zoek bent naar andere speelse stelopdrachten, kan je bijvoorbeeld hier kijken:

Woordspellerig (34): Klinkeren

Woorden maken met één enkele klinker

Op een basisschool in Amsterdam Oost treed ik regelmatig op in een klas hoogbegaafde kinderen. Ze weten veel, kunnen veel, en willen nogal eens uitwaaieren met hun gedrag en gedachten. Ik probeerde ze wat te focussen, bijvoorbeeld met gedichten met rijmdwang. Maar leuker vond ik het te kijken of ze met een woordspel zinnen of zelfs verhalen konden maken met één enkele klinker. Het leidde (uiteraard) tot verhitte discussies over de vraag of de Y al dan niet een klinker is (zoals hij in mijn naam voorkomt wel, maar zoals hij in yoghurt gebruikt wordt niet, was de voor iedereen acceptabele uitkomst), maar dat terzijde.

E-vertelsels

Na wat klassikale oefeningen met woorden waar alleen de klinker “e” in stond, moesten er e-vertelsels gemaakt worden. De resultaten waren bemoedigend.
Romijn schreef:
e-vertelsel
“We hebben wel zeven neefjes, en ze eten veel. Met het kerstfeest hebben we echt heel veel vers eten gegeten. En geen enkel neefje heeft te vrezen eten te vergeten.”

Er moet meer ge-aad worden!

Als huiswerk kregen de kinderen de vraag iets dergelijks te maken met de a. En een brutalo vond dat ik zelf ook aan de slag moest. Ik ben vergeten wat de kinderen zelf ge-aad hebben vast te leggen. Ik maakte, indachtig het feit dat collega Anna van Praag vorig jaar op deze school optrad:

Anna van Praag haat Ara’s. Mag dat?
Ja, dat mag.
Anna van Praag jaagt Ara’s. Mag dat?
Ja, dat mag.
Anna van Praag kaakt acht Ara’s. Mag dat?
Wat? Wat? Kaakt Anna van Praag acht Ara’s?
Ja. Anna van Praag kaakt acht Ara’s.
Bah, Anna! Bah!

Klinkeren of Lipogram

Als spel noemde ik het klinkeren, maar ik heb later eens opgezocht hoe je zo’n soort tekst formeel noemt. Het heet lipogram, dat zoveel betekent dat iets verboden wordt. Een a-lipogram betekent dat een woord geen a’s bevat. Een a-i-o-u-y-lipogram betekent dat de enige klinker die wel gebruikt mag worden de letter e is. In Opperlans! wordt deze versie spelenderwijs een e-legende genoemd. Een e-i-o-u-y-lipogram staat daar bekend als een a-saga. “Anna-praat”, dat kan wat mij betreft ook.
E-legendes zijn redelijk goed te doen. Je kunt alle lidwoorden gebruiken, en nogal wat voegwoorden en werkwoorden. Bij a-saga’s (of erger, u-klussen) moet je bijna d’apostrof als weinig fraaie noodgreep gebruiken.

En waar was dit goed voor?

Het was al met al een speelse oefening in woordzoeken, zinbouwen en verhaalbrouwen met beperkte middelen.

Fantaseren met de schoolschrijver

Met groep 5 van OBS Olympus ging ik aan de slag met Alice in Wonderland. En met snoep. Kijk maar.