Archive for Schoolschrijver

Woordspellerig (39): Lettergrepenwoordenmaker

lettergrepenwoordenmaker


Voor de Schoolschrijver ben ik bezig met het maken van een corona-proof programma op afstand.

Vandaag vraag ik de kinderen of ze een nieuwe ziekte willen verzinnen. Liefst een leuke. En bij een nieuwe ziekte hoort een nieuwe naam. Maar hoe verzin je die?
Je kunt willekeurige letters aan elkaar plakken. Of woorden combineren. Maar ik zag ook een spelletje bij mijn collega-Schoolschrijver Fabien van der Ham. Ze heeft een bakje gemaakt met een stapel papiertjes met lettergrepen erop, laat er een stelletje uitkiezen, en krijgt zo nieuwe woorden. Laat ik het de lettergrepenwoordmaker noemen.

Als ik fysiek voor de klas zou staan, zou ik de kinderen zelf lange woorden laten kiezen, die in lettergrepen (laten) hakken, en een methode verzinnen om uit die lettergrepen te kiezen.
Voor het programma op afstand kies ik zelf lekker lange woorden, bijvoorbeeld:

let ter gre pen (Lettergrepen)
pi lo ten pet (Pilotenpet)
tram be stuur DER (Trambestuurder)
stoep te gel tjes (Stoeptegeltjes)
voet BAL vel den (Voetbalvelden)
ziek te KIE men (Ziektekiemen)
reu zen ko nijn (Reuzenkonijn)
WIN ter wor tel (Winterwortel)

Kies dan uit iedere kolom 1 lettergreep (dan heb je er dus 4), bijvoorbeeld de vier die ik al vet gedrukt en in hoofdletters geschreven heb. Mijn keuze is winbalkieder.

Mijn programma gaat over nieuwe ziektes, dus winbalkieder is een ziekte waar klachten en oorzaken en medicijnen bij horen. Maar het kan net zo goed iets heel anders zijn, een spel, een gerecht, een vervoermiddel, dat kunnen de spelers zelf verzinnen, beschrijven en tekenen.

Naar wijsheid aan te passen en toe te passen, bij groepen 3 en hoger.

Wat kan je doen met corona?

wat kan je doen met corona

De scholen zijn dicht, zeker tot 6 april 2020, en wat moet je dan doen?
Niks? Nada? Niente? Liever niet, toch?
Ik heb wat dingen bedacht (en van anderen gebruikt) en op een rijtje gezet.

Wat kan je doen met boeken?

Op mijn website staan heel veel filmpjes over wat je kan doen met boeken (kijk maar hier). Je kunt boeken gebruiken om mee te jongleren, of om je billen mee schoon te maken. Kijk maar eens hier en hier. Maar natuurlijk kan je er nog veel meer mee doen. Misschien zijn de blaadjes in boeken wel goed om als zakdoekjes te gebruiken. Of als gezichtsmasker.
Dus: gebruik een fotocamera, of telefoon, of zoets, en maak je eigen filmpje over wat je kunt doen met boeken. Lukt je dat niet, heb je die spullen niet, kan je ze niet lenen, maak dan een gave strip of een kort verhaal. Wat kan je doen met boeken!?!?!

Liedjes (en gedichten) maken met corona

Er zijn maar héél weinig echte woorden die goed rijmen op corona. “Persona”, dat wel, maar wanneer gebruik je dat woord nu? Er zijn wel veel meisjesnamen die erop rijmen (Mona, Fiona, Ramona, …) en stedennamen (Verona, Barcelona, en nog zo wat).
Zou het je toch een leuk rijmend gedicht kunnen maken? Of een liedje op de melodie van “My Sharona” (https://www.youtube.com/watch?v=bbr60I0u2Ng).
Op virus valt trouwens ook niet veel te rijmen. Papyrus, dat rijmt. Maar wat nog meer?
Dan kom je verder met verkouden. Ik zal altijd van je houden, ook al ben je snipverkouden. Kom maar op, maak een rijm!

Spelen met corona

Wat je ook op deze site kunt vinden, zijn heel veel taalspelletjes (kijk maar hier). Je hebt er niet veel voor nodig om ze te spelen, vaak heb je aan een pen en een papiertje genoeg, en soms is dat zelfs niet nodig. Wil je wat voorbeelden van spelletjes?

Coronavirus is een moeilijk woord. Wat zijn de twee moeilijkste woorden die je kent? Kan je een hele zin maken met die woorden? Kan je je huisgenoten uitdagen dat ook te doen?

Coronavirus is een woord met 11 letters. Om de een of andere reden vinden mensen dat leuk (maar wat is er nu leuk aan een kaakchirurg of een kettinghond?). Er zijn websites (zoals deze) waar je andere woorden met 11 letters kunt vinden. Zoek ze eens op. En probeer een verhaal te maken met zoveel mogelijk woorden van 11 letters.

Coronavirus is zelf al best een lang woord. Maar je kunt dat woord gebruiken om nog langere woorden te maken. Zo kan je bijvoorbeeld een coronavirusdeskundige zijn.Of een coronavirusbestrijder. Of een coronavirusbestrijdershulpje. In het Nederlands mag je woorden die met elkaar te maken hebben gewoon achter elkaar plakken (treinmachinistenpetantiwegwaaikaakbandje is een fijn voorbeeld). Kan jij vreemde lange woorden maken, die toch gewoon kloppen?

Nou, zoek maar even op de site. Er zijn 38 of 39 spelletjes. Misschien straks wel 40. Daar zit vast iets tussen dat je leuk vindt.

Brieven en dagboeken

Heb je geen zin (meer) in filmen, rijmen, muziek maken en taalspelen? Wat dacht je dan van schrijven? Een brief aan oma? Aan je klasgenoten? Aan je moeder? En dan om een brief terug vragen, zodat je weer wat te lezen hebt.
Of wil je een dagboek schrijven? Sommige dagboeken zijn prachtig, geweldig, heerlijk of gruwelijk. Van de dagboeken van een muts, tot het dagboek van Anne Frank. Er zijn voorbeelden zat.
Misschien hebben je (groot-)ouders zelfs wel dagboeken geschreven, en kan je daar eens naar op zoek.

Luisteren en kijken

Klaar met schrijven? Zin om te luisteren en te kijken? Op mijn eigen site heb ik wat verhaaltjes omgebouwd naar tekenfilmpjes, en voorgelezen. Kijk maar eens hier of hier of hier. Verder kan je ook via de bibliotheek naar luisterboeken luisteren. Je kunt ook luisterboeken kopen.

Lezen

En wat kan je nog meer doen met boeken? Je kunt ze lezen. Stapels boeken liggen er op je te wachten. In de boekwinkel, bij de buren, in je slaapkamer. Je kunt boeken van mij lezen (zoals mijn allernieuwste: “de problemen van Boris & Berber”) of al die anderen (kijk maar hier). Ze zijn bij de (kinder-)boekwinkel te koop (ook via de internetpagina van boekhandels).
Boris & Berber kan je gesigneerd en wel via de uitgever bestellen.
En dan zijn er nog heel veel boeken van collega schrijvers, die ook heel goed zijn.

Leesinspiratie

Met deze link kom je bij een youtube kanaal waarop je heel veel boektrailers kunt vinden. Misschien zit er wat leuks voor je tussen. Als je geïnspireerd raakt, kan je misschien ook zelf boektrailers gaan maken. Misschien zelfs wel van een boek van mij (dat zou ik leuk vinden).

Nog meer?

Mijn collega-schoolschrijvers bedenken ook allerlei dingen om te doen. Kijk maar eens hier kijken, bij Marc ter Horst. Of hier, bij Simone Arts.

Woordspellerig (38): Slogans maken

ik weet wat ik wil, ik ga het worden

Is het wel een spel? Of is het een schrijfoefening? Een taalspelerige schrijfoefening, dan?

Een schrijvende/docerende collega van me is vaak bezig met het “empoweren” van kinderen (niet mijn woordkeuze), met het “kinderen in hun kracht zetten” (ook niet mijn woordkeuze).
Inhoudelijk is daar niets mis mee. Maar kan het speels? En niet te opgeblazen?
Ja.
Ik vroeg de kinderen van groep 5, 6, 7 en 8 persoonlijke slogans te maken. Presenteer jezelf in een of twee zinnen. Kort, bondig, al dan niet op rijm. Laat zien waar je goed in bent, waar anderen je aan kunnen herkennen.
En ik gaf voorbeelden.

  • “Goed, beter, Peter”
  • “Aby: verwoorden, vertekenen, verbeelden”
  • “Als je het echt zeker wilt weten, dan haal je mij erbij”

Was het makkelijk? Mwa.
Was het leuk? Ja.
Was het leerzaam? Zeker.

Een greep uit de resultaten?

  • “Yasmin die goed acteert, iedereen die dat accepteert”
  • “Ik ben goed in moppen, en kan goed keet schoppen”
  • “Ik zing, ik spring, zo wordt het weer leuk”
  • “Tuana maakt alles leuk met haar lach”
  • “Ik weet wat ik wil, ik ga het worden.”
  • “Ik ben moedig en Marokkaans-bloedig”
  • “Ik kan je pijn doen maar ik maak je liever beter” (Sara zit op Kickboksen, en wil later dokter worden)
  • “Ayman de verdediger: zo komen er niet langs!”
  • “Je hoort me niet maar je ziet me wel”
  • “Ik zorg voor de sfeer, dus kom maar weer”
  • “Dieren zijn niet saai voor mij, zelfs slakken niet”
  • “Daag me maar uit, ik kan het wel”

Deze schoolschrijver kookt ook

Dit (halve school-)jaar bezoek ik wekelijks BS de Atlantis, een jenaplanschool in Amsterdam Osdorp. De groepen 5, 6, 7 en 8 knutselen aan taal, maken tekeningen en teksten, soms fictie, maar vooral non-fictie. Deze week staat eten op het schoolschrijversmenu.

De struisvogel en de schoolschrijver op avontuur

In een eerdere post schreef ik over de tekenfilms die ik als schoolschrijver maak op OBS De Krijtmolen in Amsterdam: (http://www.abyhartog.nl/wordpress/tekenfilmpjes-maken-met-deze-schoolschrijver/). Na het afronden van het halfjaarprogramma is de film die ik met groep 3 maakte af. Het resultaat zie je hier:

De schoolschrijver en de pinguïn

Van januari t/m mei 2019 was ik als schoolschrijver op bezoek bij OBS De Krijtmolen in Amsterdam Noord. Eén van de dingen die ik met kinderen uit groep 4 deed, was het maken van een tekenfilm over een pinguïn.

De eerste bijeenkomst liet ik de pinguïn zien, daarna besloten we steeds samen hoe het verhaal verder zou gaan. Ik werkte dat dan met tekeningen uit. Het resultaat zie je hier:

Tekenfilmpjes maken met deze schoolschrijver

Schoolschrijver

Een half schooljaar lang ben ik als schoolschrijver verbonden aan O.B.S. De Krijtmolen in Amsterdam Noord. In die periode werk ik met kinderen uit de groepen 3, 4 en 5 aan hun taalvaardigheid en taalplezier. Ik doe dat door veel met ze te schrijven, te spelen, te tekenen, en te fantaseren. Daarvoor gebruik ik een flink aantal taalspelletjes die ik op deze website ook beschrijf. En ik maak filmpjes. Tekenfilmpjes.

Tekenfilmpjes

Samen met de groepen 3 en 4 maak ik in een stuk of tien bijeenkomsten een tekenfilm. Zelf maak ik de eerste aanzet, door een hoofdpersoon te introduceren. In alle volgende bijeenkomsten werken we die persoon uit, bekijken we waar hij leeft en het verhaal zich afspeelt, en verzinnen we gaandeweg wat die hoofdpersoon zoal overkomt. Dat doen we min of meer democratisch. Iedereen mag meepraten, en we proberen tot een consensus te komen, waarbij ik erop let dat de verhaallijn consistent is, en dat ik het ook met tekeningen kan uitwerken. Want zo is de taakverdeling. De groep bedenkt het verhaal, en ik teken.

De struisvogel en de pinguïn

In groep 3 draait het allemaal om een struisvogel. In groep 4 is een pinguïn de drager van het verhaal.
Hieronder zie je de eerste struisfilm:

.
Na de tweede bijeenkomst zijn we al een stuk verder:

.

Verhaaltheorie en fantasie

Gaandeweg vertel ik de kinderen van alles over verhaallijnen, eenheid van tijd, – plaats, – handeling en – karakters, maar ook over spanningsbogen en structuren. Over een keer of zeven, acht, hoop ik dat er iets staat waar we allemaal trots op zijn. En zo niet, hebben we in ieder geval iets gedaan dat de fantasie heeft geprikkeld.

PS: meer informatie over De Schoolschrijver vind je hier.

Woordspellerig (36): Van woordcombinatie naar verhalen

Ik las “De geschiedenis van Jane Doe” van Michael Bellanger, een vrij heftige en ellendig verlopende maar ook grappige 15+ liefdesgeschiedenis over twee nerds en een getroebleerd meisje. Om meer dan één reden is het boek de moeite waard.
Hier gaat het mij alleen om het taalspel dat erin gespeeld wordt, en waarvan ik weet dat ik én andere schrijvers en tekenaars het ook op de een of andere manier toepassen. Het gaat over het combineren van mensen en situaties.
woordcombinatie

Denk aan
– Batman met een suikerspin in zijn handen, op de rug van een my-little-pony
– Je moeder op een tandem, met een hongerige grizzlybeer achterop
– Een giraffe met hoogtevrees (*)
– Mijn zus die aan een vlieger hangt, die wordt voortgetrokken door een kameel.
In het boek helpt de nerd het wat zwaarmoedige meisje met deze beelden aan een glimlach. Bij mij en mijn dochter werkt het ook.

Ik daagde kinderen uit groepen 3, 4 en 5 van een school in Amsterdam Noord uit zelf ook wonderlijke combinaties te maken. Vaak ging het over vliegende dieren en mensen, soms over sprekende bomen. En vaak ook over situaties die zo tot een boek zouden kunnen leiden, of al een boek of een verhaal zijn.
– Een schaap dat in een raket naar de maan vliegt (*)
– Een man die op een vliegend paard ’s nachts van de ene naar de ander stad gaat (*)
– Een meisje dat zo sterk is als een paard (*)
– Een meisje dat haar gezicht kwijt is (*).

Ik deed de oefening ook met ouders. Die hadden er iets meer moeite mee, maar kwamen uiteindelijk ook los, vooral toen één van hun kinderen ze op gang hielp.
– Een boek dat kan praten
– Een boek dat waarvan het verhaal ontstaat terwijl je het leest (*).

De komende weken ga ik de kinderen iedere keer naar bijzondere combinaties vragen. Misschien levert het inspiratie op voor mijn volgende boek. Of dat van hun.

De verhalen met (*) bestaan al.

Ben je benieuwd naar andere woordspelletjes? Kijk dan eens hier.

Schoolschrijver op OBS de Krijtmolen

Over een paar uur begin ik als Schoolschrijver op basisschool De Krijtmolen in Amsterdam. De rest van dit schooljaar ga ik een dag in de week met de kinderen uit de groepen 3, 4 en 5 spelen, lezen, tekenen en schrijven, met als doel hun taalplezier en taalvaardigheid (en taalvertrouwen) te vergroten.
Van letters naar woorden, van woorden naar zinnen en verhalen, van taal naar beelden, en weer terug.

Meer informatie over het werk van De Schoolschrijver vind je hier.

Woordspellerig (35): MEER Leugens!

Een leugenachtig verhalend woordspel

leugens

leugens en smoesjes

De Burlington Liars Club is een vereniging in de Verenigde Staten die jaarlijks een prijs uitreikt aan degene die de beste (en leukste) leugen vertelt. Ik vertelde daarover in mijn schoolschrijversklas in Amsterdam Oost. Niet helemaal tot mijn verrassing waren de hoogbegaafde kinderen hogelijk geïnteresseerd. Ik daagde ze dan ook uit met een verhalend woordspel.
Normaliter krijgen de kinderen iedere week een schrijf- of tekenopdracht, die ik voor het gemak “huiswerk” noem. De uitdaging luidde als volgt: “als je de allerbeste smoes weet te verzinnen (en te vertellen) waarom je je huiswerk niet hebt kunnen maken (of inleveren), heb je recht op eeuwige roem.”
Het was iedere week feest.

Leugens, niets dan leugens

Nee, de brug stond niet open.
De brug ging open, en de tas van de leerling (met het huiswerk erin) werd meegetrokken en, toen de brug haar hoogste stand had bereikt, in het water gekatapulteerd. Het kind sprong het water in om de tas en het huiswerk te redden, maar werd overvaren door een rijnrondvaartboot. Een eenzame kanoër moest haar van een gewisse dood redden, en sleepte haar naar de kant. Een oud vrouwtje bracht het kind in een gammele Kanga naar het ziekenhuis, alwaar ze uren moest wachten tot een eerste hulp arts haar vertelde dat zij gezond was, maar het huiswerk reddeloos verloren.
En anders was er wel iets met een UFO. Of een zombie. Of moest de laatste in Nederland levende oxapotatl gered worden uit de klauwen van een wilde kat, want je zou toch niet willen dat de oxapotatl uitgestorven zou geraken.
Je ziet het. De lat lag hoog, en kwam iedere keer hoger te liggen.

Wat heb je aan deze smoesjes?

Het was een toffe stelopdracht, met alle ruimte voor eigen fantasie, stijl en inhoudelijke interesses. Bovendien gaf het de deelnemers de gelegenheid hun theatrale vaardigheden tentoon te spreiden, en dat is ook wat waard.
De volgende keer laat ik ze hun smoes om geen huiswerk te maken als huiswerk opschrijven en inleveren. Eens kijken of ik daarmee weg kom.

Als je op zoek bent naar andere speelse stelopdrachten, kan je bijvoorbeeld hier kijken: