Archive for Schoolschrijver

Woordspellerig (35): MEER Leugens!

Een leugenachtig verhalend woordspel

leugens

leugens en smoesjes


De Burlington Liars Club is een vereniging in de Verenigde Staten die jaarlijks een prijs uitreikt aan degene die de beste (en leukste) leugen vertelt. Ik vertelde daarover in mijn schoolschrijversklas in Amsterdam Oost. Niet helemaal tot mijn verrassing waren de hoogbegaafde kinderen hogelijk geïnteresseerd. Ik daagde ze dan ook uit met een verhalend woordspel.
Normaliter krijgen de kinderen iedere week een schrijf- of tekenopdracht, die ik voor het gemak “huiswerk” noem. De uitdaging luidde als volgt: “als je de allerbeste smoes weet te verzinnen (en te vertellen) waarom je je huiswerk niet hebt kunnen maken (of inleveren), heb je recht op eeuwige roem.”
Het was iedere week feest.

Leugens, niets dan leugens

Nee, de brug stond niet open.
De brug ging open, en de tas van de leerling (met het huiswerk erin) werd meegetrokken en, toen de brug haar hoogste stand had bereikt, in het water gekatapulteerd. Het kind sprong het water in om de tas en het huiswerk te redden, maar werd overvaren door een rijnrondvaartboot. Een eenzame kanoër moest haar van een gewisse dood redden, en sleepte haar naar de kant. Een oud vrouwtje bracht het kind in een gammele Kanga naar het ziekenhuis, alwaar ze uren moest wachten tot een eerste hulp arts haar vertelde dat zij gezond was, maar het huiswerk reddeloos verloren.
En anders was er wel iets met een UFO. Of een zombie. Of moest de laatste in Nederland levende oxapotatl gered worden uit de klauwen van een wilde kat, want je zou toch niet willen dat de oxapotatl uitgestorven zou geraken.
Je ziet het. De lat lag hoog, en kwam iedere keer hoger te liggen.

Wat heb je aan deze smoesjes?

Het was een toffe stelopdracht, met alle ruimte voor eigen fantasie, stijl en inhoudelijke interesses. Bovendien gaf het de deelnemers de gelegenheid hun theatrale vaardigheden tentoon te spreiden, en dat is ook wat waard.
De volgende keer laat ik ze hun smoes om geen huiswerk te maken als huiswerk opschrijven en inleveren. Eens kijken of ik daarmee weg kom.

Als je op zoek bent naar andere speelse stelopdrachten, kan je bijvoorbeeld hier kijken:

Woordspellerig (34): Klinkeren

Woorden maken met één enkele klinker

Op een basisschool in Amsterdam Oost treed ik regelmatig op in een klas hoogbegaafde kinderen. Ze weten veel, kunnen veel, en willen nogal eens uitwaaieren met hun gedrag en gedachten. Ik probeerde ze wat te focussen, bijvoorbeeld met gedichten met rijmdwang. Maar leuker vond ik het te kijken of ze met een woordspel zinnen of zelfs verhalen konden maken met één enkele klinker. Het leidde (uiteraard) tot verhitte discussies over de vraag of de Y al dan niet een klinker is (zoals hij in mijn naam voorkomt wel, maar zoals hij in yoghurt gebruikt wordt niet, was de voor iedereen acceptabele uitkomst), maar dat terzijde.

E-vertelsels

Na wat klassikale oefeningen met woorden waar alleen de klinker “e” in stond, moesten er e-vertelsels gemaakt worden. De resultaten waren bemoedigend.
Romijn schreef:
e-vertelsel
“We hebben wel zeven neefjes, en ze eten veel. Met het kerstfeest hebben we echt heel veel vers eten gegeten. En geen enkel neefje heeft te vrezen eten te vergeten.”

Er moet meer ge-aad worden!

Als huiswerk kregen de kinderen de vraag iets dergelijks te maken met de a. En een brutalo vond dat ik zelf ook aan de slag moest. Ik ben vergeten wat de kinderen zelf ge-aad hebben vast te leggen. Ik maakte, indachtig het feit dat collega Anna van Praag vorig jaar op deze school optrad:

Anna van Praag haat Ara’s. Mag dat?
Ja, dat mag.
Anna van Praag jaagt Ara’s. Mag dat?
Ja, dat mag.
Anna van Praag kaakt acht Ara’s. Mag dat?
Wat? Wat? Kaakt Anna van Praag acht Ara’s?
Ja. Anna van Praag kaakt acht Ara’s.
Bah, Anna! Bah!

Klinkeren of Lipogram

Als spel noemde ik het klinkeren, maar ik heb later eens opgezocht hoe je zo’n soort tekst formeel noemt. Het heet lipogram, dat zoveel betekent dat iets verboden wordt. Een a-lipogram betekent dat een woord geen a’s bevat. Een a-i-o-u-y-lipogram betekent dat de enige klinker die wel gebruikt mag worden de letter e is. In Opperlans! wordt deze versie spelenderwijs een e-legende genoemd. Een e-i-o-u-y-lipogram staat daar bekend als een a-saga. “Anna-praat”, dat kan wat mij betreft ook.
E-legendes zijn redelijk goed te doen. Je kunt alle lidwoorden gebruiken, en nogal wat voegwoorden en werkwoorden. Bij a-saga’s (of erger, u-klussen) moet je bijna d’apostrof als weinig fraaie noodgreep gebruiken.

En waar was dit goed voor?

Het was al met al een speelse oefening in woordzoeken, zinbouwen en verhaalbrouwen met beperkte middelen.

Fantaseren met de schoolschrijver

Met groep 5 van OBS Olympus ging ik aan de slag met Alice in Wonderland. En met snoep. Kijk maar.

Woordspellerig (30): Zelf-woord-portretten

Kennismaking via een taalspel

Wat doe je met een groep mensen die je niet zo goed kent? Je gaat kennismaken! En een taalspel leent zich hier goed voor.
Zo deed ik talige kennismakingsspelletjes met een groep leerkrachten van een basisschool.
Eerst maakten we naamsacroniemen voor elkaar (zie hiervoor woordspellerig nr 1). Daarna liet ik de leerkrachten van één van de woorden die ze goed bij zichzelf vonden passen een prachtige maar zwaar overdreven (bijna leugenachtige) zin maken.
Het was grappig. Maar het was vooral de opmaat voor het maken van zelf-woord-portretten.

Taal en beeldtaal: portretten

Portretten en zelfportretten en zijn vooral beeldig, maar beeld-talig portretteren kan best.
Voor de taalactivering begon ik met het inventariseren van woorden die het eigen lichaam beschreven. Daarna gingen we op zoek naar de vaardigheden en eigenaardigheden van het lichaam. Tenslotte kwamen de behoeftes aan bod.
Nu hadden we genoeg woorden om er beelddichten van te gaan maken (na uitleg en voorbeelden te hebben geven: https://www.google.nl/search?q=beelddicht).
Voor de taligen onder ons: beelddichten zijn gedichten waarbij de uiterlijke verschijningsvorm lijkt op het onderwerp dat beschreven wordt.
Voor de beeldigen onder ons: beelddichten zijn tekeningen waarbij het beeld niet is opgebouwd uit lijnen en kleurvlakken, maar uit woorden.

We maakten geen gewone beelddichten, maar zelf-beeld-dichten. Zelf-woord-portretten.

Het resultaat

Er was niet veel tijd beschikbaar, dus streefden we niet naar prachttaal of prachtbeeld, maar wel naar herkenbaarheid. Dat had ook best anders gekund. Hieronder zie je wat resultaten.
Zoek mijn eigen zelf-woord-portret!




Wellicht lukt het ook met basisschoolkinderen, ik ga het zeker een keer proberen.

Woordspellerig (29): (ver-)werkwoorden

Een taalspel met zelfstandige werkwoordige naamwoorden

Er zijn zelfstandig naamwoorden (ding-woorden) die in hun meervoudsvorm ook een werkwoord (doe-woord) zijn. Het meervoud van voetbal is voetballen. En voetballen is iets dat je kan doen.
Bij voetballen liggen de betekenis van het werkwoord en het zelfstandig naamwoord dicht bij elkaar. Voetballen doe je met een voetbal.
Dat is niet altijd zo. Het meervoud van bak is bakken, maar bakken doe je niet met een bak. Bakken doe je eerder met een bakvorm, een kom, een mixer en een (bak-)oven.
Ik denk dat de meeste zelfstandig naamwoorden in hun meervoudsvorm geen werkwoord zijn. Dat komt natuurlijk doordat een hoop meervouden niet op -en eindigen, maar op –s (tafel, tafels), maar vooral omdat je sommige dingen nu eenmaal niet doet. Je gaat niet bedden. Of stenen. Of dingen. Of stoelen.
Of toch wel?

Kan je zelfstandig-naamwoorden?

In groep 4 ging ik op onderzoek uit. We zochten meervoudsvormen met –en, en bedachten wat het zou kunnen betekenen. Zo werd “bedden” naar bed gaan, “benen” een ander woord voor lopen, en wat “stoelen” is kan je in het filmpje bekijken.

Kom je zo bijzondere dingen tegen? Jawel hoor. Zo is “ballen” voor sommigen een werkwoord dat niet helemaal geschikt is voor 8-jarigen. En “gebouwen” is een werkwoord dat Jotie ’t Hooft in een gedicht gebruikte (Uit “en wat dan?”: …/Want wie als ik nooit heeft/gebouwen laat niets achter dan/
verwachting en verwarring en/wat dan?/…).
Voor je het weet gaat een taalspel daarmee over in seksuele voorlichting of poëzie-analyse. Niet verkeerd voor een spelletje werkwoorden.

PS: de andere kant op kan vast ook. Wat is een wandel? Of een tennis?

Woordspellerig (28): De eerste zin en meer

Een collega van me deed iets met koelkastpoëzie. Je hebt een stapel kleine magneetjes waar woorden op staan, en met die woorden maak je zinnen, liefst mooie poëzie. De woordmagneetjes plak je liefst op een zichtbare plaats ergens in huis (zoals op de koelkast), zodat je geliefde je liefdesdicht ziet, of een andere huisgenoot je perfecte Haiku.
Ik wilde ook koelkastpoëzie maken, maar had geen zin die magneetjes te kopen. Ik ging zelf aan de slag.
Ik weet niet zeker of ik er nu nog spijt van heb, maar ik heb er in ieder geval heel wat tijd in geïnvesteerd. Vooral denktijd, want wat voor woorden heb je allemaal nodig voor een basale taal? Werkwoorden, zelfstandig naamwoorden, bijwoorden, voegwoorden, verwijswoorden, telwoorden, bijvoeglijk naamwoorden, lidwoorden, voorzetsels, persoonlijk voornaamwoorden, woordenwoorden en nog zo wat. Met de bijpassende vervoegingen (enkelvoud, meervoud, werkwoordsvormen, persoonsvormen). En naast de spreiding in grammaticale functie moest ik ook voor voldoende spreiding in onderwerpen zorgen. Woorden over vervoer, liefde, dieren, werk, huishouden, vakantie, sport en wat eigenlijk niet.

Het leidde tot een lijst met een stuk of 600 verschillende woorden, die vaak in veelvoud moesten voorkomen. Ik printte ze op stevig papier, knipte ze stuk voor stuk uit, en had een enveloppe vol met bijna 2.500 bedrukte papiertjes.

Ondertussen bedacht ik me dat ik geen zin had in klassieke koelkastpoëzie, maar wel in iets anders.
De eerste test deed ik bij een school bij mij om de hoek. 12 montessori-kinderen uit groep 7 en 8 probeerden een zin te maken te maken van de woorden die ik één voor één blind koos en daarna voorlas. De eerste goede zin van meer dan vijf woorden werd beloond met snoep. Het werkte. Wel viel me op dat sommige kinderen hun zinnen gezet hadden op een enkel woord, chagrijnig werden als dat niet kwam, en vergaten naar andere mogelijkheden te kijken. De kunst van het loslaten moest hen nog bijgebracht worden.
De tweede test was met dezelfde groep kinderen. Ze kregen allemaal een willekeurig bergje woorden, en moesten er iets moois en taligs van zien te maken. Zonder nadere specificatie van de opdracht leidde dat tot onzin, gewone zinnen en poëzie. Ik moest daarvoor wel wat regels verduidelijken of aanpassen. Zo mochten ze van mij werkwoordsvervoegingen gebruiken en enkelvoud/meervoud-wisselingen toepassen, anders zou het allemaal te lang duren.
Van de week speelde ik iets vergelijkbaars met 6e en 7e groepers op een klassikale school. Ik had de woordkaartjes niet bij me, maar noemde vrij willekeurig woorden op van dingen die ik zag of bedacht. Ook dat leidde tot taal. Misschien wat minder gevarieerd dan met 2.500 uitgeknipte woorden, maar toch. Ook leuk.
En ja, het heeft zin. Het geeft ruimschoots de gelegenheid te praten over zinsconstructies en grammatica, en oefent de taalfantasie.

Woordspellerig (27): Het eerste woord


Op Koninginnedag kocht ik een letterdoos. Koninginnedag, geen Koningsdag, het is namelijk al een tijdje terug. En al die tijd lag de doos in een kast, totdat het prinsessendag werd. Prinsessendag is de dag dat je je huis opruimt en dingen bijeen zoekt om te verkopen op Koningsdag.
Awel, daar kwam de letterdoos naar boven, en ik vroeg me af of ik er een spelletje mee kon doen. Dat kon ik. Dat kan ik nog steeds.
Gooi de letters in een zak, haal er één voor éen eentje uit, en probeer met de gekozen letters een woord te maken. Je mag minimum-eisen stellen. Een woord van 3 letters, een woord van 5 letters, een zelfstandig naamwoord, wat voor woord dan ook.
Ik speelde het spel in een groep 6 op een school in IJburg. Zonder de letterdoos, want die was ik vergeten mee te nemen. Ik noemde tamelijk willekeurig allerlei letters. Degene die als eerste een woord ontdekte verdiende aandacht en complimenten.
Het werkte prima. Bedachtzame maar enthousiaste kinderen, veel aandacht, mooie resultaten.
Het is moeilijker dan je denkt, en geeft ruimschoots gelegenheid om aan spelling te werken. Moort is met een d, tenzij het de tweede persoon enkelvoud van het werkwoord “moren” betreft. Maiz is met een s, tenzij je het Baskische woord voor “vaak” bedoelde.
Na een minuut of zes waren we uitgespeeld, en dat was ook de bedoeling. Een tussendoortje. Prima te doen zonder letterdoos (die ik op Koningsdag te koop ga zetten).

Schoolschrijver in 2017

Affiche voor 7e editie De Sschoolschrijver


Deze maand begin ik aan mijn vierde seizoen als schoolschrijver, op de OBS Olympus in IJburg (Amsterdam). Een half jaar lang ga ik met kinderen uit de groepen 4, 5 en 6 aan de slag met taal, tekeningen, boeken en verhalen.
Schoolschrijvers zijn kinderboekenschrijvers, die met gebruikmaking van al hun creatieve vaardigheden de taalkracht van kinderen proberen te vergroten. We proberen de woordenschat, de lees en schrijfvaardigheid en de liefde voor de taal een impuls te geven. Iedere schoolschrijver doet dat op zijn of haar eigen manier. Ik doe dat door veel taalspelletjes te doen, en door de combinatie tussen tekst en illustraties te zoeken. En natuurlijk door voor te lezen, (samen) verhalen te verzinnen, door over van alles en nog wat te praten, en nog veel meer. Meestal zien de kinderen me als iets tussen een schoolmeester, een artiest en een spelshowleider in, en die positie bevalt me prima.
Als je meer wilt weten over De Schoolschrijver, klik dan hier.
Als je meer wilt weten over de OBS Olympus klik dan hier.
Als je wilt zien wat ik in de vorige jaren als schoolschrijver heb gedaan, klik dan hier.

De uilen en de schoolschrijver

Van januari tot en met mei 2016 bezocht ik als schoolschrijver de vestiging Azaleastraat van Montessorischool boven ‘t IJ in Amsterdam. Samen met de kinderen uit een middenbouwgroep werkte ik aan een verhaal over een paar uilen. Het is uitgewerkt in een animatiefilm. We hadden een eerste scene maar wisten van tevoren niet wat er verder ging gebeuren. Iedere week plakten we een stukje aan het verhaal vast. In dit filmpje zie je het resultaat.
Ik ben er blij mee.

De vogel en de schoolschrijver

Van januari tot en met mei 2016 bezocht ik als schoolschrijver de vestiging Azaleastraat van Montessorischool boven ‘t IJ in Amsterdam. Samen met de kinderen uit een middenbouwgroep werkte ik aan een verhaal over een gewonde vogel. Het is uitgewerkt in een animatiefilm. We hadden een eerste scene maar wisten van tevoren niet wat er verder ging gebeuren. Iedere week plakten we een stukje aan het verhaal vast. In dit filmpje zie je het resultaat.
Ik ben er blij mee.